Banner

Soundgarden

Superunknown (1994)

Hans Rombaut - foto's: Kevin Westenberg - 23 januari 2019

Het zou altijd een commercieel succes zijn geworden. Als aasgieren zaten fans en sensatiemakers te wachten op wat Seattle vervolgens aan muziek zou uitspuwen. Soundgarden genoot daarbij de volle aandacht. En hoewel Superunknown hen van een koploperspositie in de grungescene verzekerd heeft, sloeg dit zeventig minuten durende magnum opus de wetmatigheden van het genre definitief aan diggelen.

Seattle, een slaperige stad in het Noordwesten van de Verenigde Staten, maakte in de vroege jaren negentig een ongeziene transformatie door. Sinds “Smells Like Teen Spirit” de wetten van de popmuziek herschreef, vonden er karrenvrachten platenbonzen hun weg er naartoe. Jonge muzikanten en langharigen met houthakkershemden streken er met honderden tegelijk neer. Allen op zoek naar hetzelfde: het nieuwe Nirvana of het volgende Pearl Jam – dat de huidige nog steeds bezig waren, speelde niet eens een rol. De Seattle Sound was hot. Maar het werd dusdanig uitgehold en verkracht dat de grondleggers er afstand van probeerden te nemen.

Soundgarden was een van die stichters maar had zich qua sound en persoonlijkheid nooit kunnen vereenzelvigen met grunge. Daarvoor klonken ze te psychedelisch en te hard. Een nummer als “Loud Love” was simpelweg té metal voor het alternatieve volkje, iets als “Sub Pop Rock City” was dan weer té punk voor de doorsnee headbanger. Ze hoorden in geen enkele bestaande niche thuis en hun nummers waren in theorie ook te complex voor de hitlijsten. Maar op een of andere manier haalden ze, met al die ambivalentie, toch goeie verkoopcijfers. Eerst haalde Louder Than Love (1989) bijna goud. Twee jaar later profiteerde Badmotorfinger -- contradictorisch genoeg -- mee van de Seattle-hype en veroverde platina. In 1993 trok de band de studio in om een vierde elpee in te blikken en ze waren al bijna zeker dat die een succes zou worden. Maar het mocht geen herhalingsoefening worden, noch aan de clichés van de grunge voldoen. Superunknown zou atmosferisch en grotesk zijn, zoals de beste platen van Pink Floyd en The Beatles.

De band speelde reeds vier jaar in deze line-up en was klaar voor een peak performance. Ben Shepherd en Matt Cameron vormden samen zowat de beste ritmesectie van het moment, Kim Thayil had zijn trademark gitaargeluid gevonden en Chris Cornell was eindelijk gaan geloven wat iedereen al lang wist: dat hij de mooiste stem in de hedendaagse rockmuziek had. Waar zijn zang op Badmotorfinger scherp door Thayils monsterriffs sneed, zou hij ze nu laten meedrijven in sprankelende arrangementen. En nog belangrijker: de band was Beatle-esque geworden in het aanleveren van materiaal . In tegenstelling tot vroeger, luisterden ze naar elkaars ideeën en kon er prioriteit gegeven worden aan het schrijven van songs. Wanneer Shepherd bijvoorbeeld kwam aandraven met het aan Zeppelin refererende “Half” zag Cornell er geen rol voor zichzelf in, maar dat hoefde niet te betekenen dat de song geschrapt werd, wat de flexibiliteit en het wederzijdse vertrouwen in dit Soundgarden weergaf.

De samenwerking met co-producer Michael Beinhorn zorgde echter voor irritaties en discussies. Die wou de aanzet geven om te investeren in een subtielere daadkracht en variatie qua geluid. Er was heel veel ruimte voor improvisatie, maar dat leidde ook tot oeverloos geëxperimenteer, talrijke heropnames en dus tijdverlies. De bandleden kregen er het heen-en-weer van, maar Beinhorn droeg op zijn manier wel bij tot een aanzienlijke uitbreiding van Soundgardens muzikale vocabularium. Superunknown is niet zozeer grunge maar wel pop, psychedelica en Sabbathiaanse riffs, allen voorzien van dat eigengereide Soundgarden-smoelwerk. Het is met zijn zeventig minuten ook heel lang, wat volgens Cornell kwam doordat de bandleden “geen zin hadden om nog meer tijd te verliezen met emmeren over wat de cut al dan niet zou halen.”

Een goeie beslissing? Dat valt te bediscussiëren. Misschien had Superunknown nóg sterker geweest mits een beetje doelgerichte editing. Desalniettemin maakte de ongelooflijke progressie in songschrijverschap van dit album Soundgardens magnum opus. Het hield de vertrouwde dissonantie en ongewone time signatures perfect in balans met catchy melodieën en heldere lyrics. Zo was “Black Hole Sun” gewoon hun “A Day In The Life”, een tijdloos meesterwerk waarvan Dave Grohl jaren later zei dat iedereen in de alternatieve rockwereld wou dat ze het gemaakt hadden. “4th Of July” , met die lage gitaarstemming en duistere vibe, diende dan weer als blauwdruk voor vele hedendaagse doombands. “Spoonman” was innoverend in het gebruik van percussie en “My Wave” deed met een kleurrijke groove naar de zomer verlangen.

Maar er zijn natuurlijk ook die songs waarin Chris Cornell zijn demonen te lijf ging. Voor het eerst in zijn carrière durfde hij het aan om over zijn verslavingsproblematiek en wankele mentale gezondheid te zingen. Een titel als “Like Suicide” bleek meer dan 23 jaar later profetisch, maar ook fan-favourites als “The Day I Tried To Live” en “Fell On Black Days” vonden hun oorsprong in de zielenroerselen van een briljant maar kwetsbaar man, die het idee kreeg dat hij met dingen worstelde die door een breed publiek begrepen zouden worden.

En begrepen werd hij. Superunknown kwam binnen op nummer één in de Amerikaanse hitlijsten en katapulteerde de traditionele bronzen medaillist van de grungescene naar de aanvoerdersplaats. Dat ze zich van die scene hardhandig hadden willen distantiëren, bleek aanvankelijk tevergeefs. Cobain was aan zijn laatste weken bezig, Pearl Jam had zijn populariteit moedwillig de kop in gedrukt en de wereld omarmde Soundgarden, al was het maar voor even, als de nieuwe goden.

Cornell en co bleven er standvastig bij. Ze waren immers niet het type band dat plotsklaps wereldberoemd was geworden. Hun vlucht naar de top was gestaag, hun visie was van lange termijn. Jack Endino, de beroemde Seattle Soundproducer, zei daarover: “Ze bleven in controle over hun succes en maakten dat het plezierig bleef. Ze hebben zich nooit verbrand aan de roem zoals anderen dat deden.” Het wedervaren van Cornell zet die uitspraak misschien in een ander daglicht, maar Endino had toen wel een punt. Na nog een album, Down On The Upside, concludeerden ze echter dat het niet plezierig meer was en trokken ze de stekker eruit. Tegen de tijd dat ze terugkeerden, in 2012, was er geen sprake meer van een grunge-hype. Soundgarden werd eindelijk aanzien als een van de all-time greats en Superunknown als een genre-overstijgende klassieker.

E-mailadres Afdrukken