Banner

R.E.M.

Automatic for the People (1992)

Joris Vanden Broeck - 07 november 2017

Net wanneer de grunge met zijn vunzige gitaren harten en geesten verovert begin jaren negentig, maakt R.E.M. zijn meest ingetogen plaat sinds de band zowat tien jaar eerder debuteerde als een punky versie van The Byrds. Automatic For The People heeft een kwarteeuw na de release zijn tijdgenoten vlot overleefd. Muzikaal en tekstueel blijkt het vandaag dé parel in een indrukwekkend oeuvre.

Het is een parcours dat vandaag niet meer mogelijk lijkt, maar R.E.M. deed er zowat tien jaar over om tot de grote massa door te dringen. Van debuut Murmur tot de grote doorbraak met Out Of Time, plaat nummer zeven, wist de band jaar na jaar, release na release, tour na tour, telkens extra zieltjes te winnen. Met die laatste plaat breekt de dijk: in het kielzog van single “Losing My Religion” omarmt de wereld in 1991 de band, wat achteraf bekeken geen evidentie is: het nummer heeft niet echt een refrein en ging vergezeld van een videoclip waar geen touw aan vast te knopen viel.

Bij zo'n kassucces dringt een tournee zich op, maar dat was buiten R.E.M. gerekend. Genoeg getourd in de jaren tachtig, vond het viertal. Bovendien was Out Of Time weliswaar een schot in de roos, echt rocken deed de collectie songs niet. Dat zou met de opvolger even recht gezet worden. Nog voor het afronden van Out Of Time had R.E.M. enkele demo's opgenomen voor een volgende plaat en in plaats van een jaar lang de podia af te schuimen, leek het de band interessanter om met het nieuwe materiaal aan de slag te gaan.

De eerste demo, een song die gitarist Peter Buck aanvankelijk maar niks vond, maar die toch opgepikt werd nadat Michael Stipe er lyrics voor pende, stuurt de band een heel andere kant uit na Out Of Time, maar heeft uiteindelijk één minpunt: het rockt niet.
“Drive”, het nummer in kwestie, zou het fundament leggen voor de nieuwe plaat, het werd de openingstrack en leadsingle. De songschetsen waar Buck, drummer Bill Berry en bassist Mike Mills -- het instrumentale trio binnen de band -- vervolgens mee kwamen aanzetten, gingen verder op de donkere noten die de kiem van Automatic legden.

Prijsbeest van het album is “Man On The Moon”, dat bijna afgevoerd werd omdat Stipe maar geen tekst op papier kreeg. Tot hij op de valreep kindertijdherinneringen bij elkaar begint te sprokkelen en een nummer in elkaar associeert. Het resultaat, dat meer yeah's bevat dan een Nirvana-album, werd een livefavoriet en vormde de basis voor de gelijknamige film over Andy Kaufman, die in de song in één adem genoemd wordt met Mott The Hoople, Moses, Newton en uiteraard Elvis.

Is de nostalgische blik op wat voorbij is in “Man on The Moon nog eerder speels, dan loopt “Nightswimming over van de weemoed. “These things, they go away / Replaced by everyday” klinkt het, daarmee in één zin de overgang van semi-zorgeloze adolescent naar volwassene vattend.

Het kan zowaar ook luchtig: er wordt geknipoogd naar “The Lion Sleeps Tonight” in de vorm van “The Sidewinder Sleeps Tonite”, een song die de plaat enkel haalde omwille van die frivolere aanpak, als tegengewicht voor het andere materiaal. Ook “Ignoreland” is een buitenbeentje: even rockt het wél, is R.E.M. de ziedende band die het bij momenten in zijn beginperiode was en wordt er tekeergegaan tegen de destructieve Amerikaanse politiek en de toen al clickbait-media, al heette dat in de nineties nog zapcultuur. De song zou pas tijdens het presidentschap van Bush Jr. zijn opwachting maken tijdens concerten, maar klonk daar behoorlijk op z'n plaats.

Was de beslissing om na Out Of Time niet te touren commerciële zelfmoord in de ogen van Warner Bros. (de bands toenmalige label), dan was het voor de platenfirmalui vermoedelijk eveneens even slikken wanneer de op dat moment grootste band van de planeet komt aanzetten met een plaat met een uitermate morbide karakter.
De jaren negentig waren echter op dreef gekomen en zwartgalligheid sloeg aan. Een jaar na Nevermind was de wereld klaar voor meer somberte in de hitlijsten. Automatic For The People kreeg laaiende reviews, schoot naar de top van de charts en had met Drive, Man on the Moon en Everybody Hurts zowaar hitsingles aan boord.

Laatstgenoemde song legde helaas ook de kiem voor de fletse R.E.M. die tevoorschijn zou komen in de eerste jaren na het vertrek van Berry. Voor het echter zover was, was het eindelijk tijd voor die rockplaat: in 1994 verscheen Monster, een album dat het commercieel heel wat minder goed deed, maar R.E.M. wel opnieuw op tournee kreeg. Tijdens die trip werd bovendien New Adventures In Hi-Fi grotendeels ingeblikt, de plaat waarmee R.E.M. Automatic For The People het dichtst zou benaderen qua toonzetting. Beide platen zullen over twee dan wel vier jaar opnieuw uitgebracht worden in een deluxe editie.

Die behandeling viel Automatic zopas te beurt, net zoals Out Of Time een jaar geleden. Daarmee is R.E.M., zes jaar nadat de stekker er werd uitgetrokken, een fraai merchandise-merk geworden. Hoewel dat te betreuren valt -- een plaat waar niks aan te verbeteren valt, hoeft immers niet vergezeld van probeersels opnieuw in de winkel te belanden -- is het in dit geval mogelijks toch te verantwoorden dankzij de grote lading foto's van Anton Corbijn die de meest prijzige versie vergezellen. Of het nu die versie is of een aftands bandje dat al zo’n 25 jaar meegesleept wordt: zolang die twaalf songs zo nu en dan maar langskomen, is het goed.

E-mailadres Afdrukken
Tags: R.E.M.