Banner

Brian Wilson

22 september 2011, AB

Line Tuymans - foto's: Karen Vandenberghe - www.wannabes.be - 23 september 2011

Vanavond geen jonge meisjes, hippe pubers of fans die al uren vooraf aan de ingang staan te wachten. Op deze donderdag ligt de gemiddelde leeftijd in de AB een stuk boven de veertig, en dat is te danken aan slechts één man, waar met lichte spanning naar uitgekeken werd: Brian Wilson.

Het is niet de eerste keer dat het laatste overgebleven Beach Boys-lid naar België komt, maar ook voor wie hem al eerder zag, blijven zijn concerten een belevenis. Wilson is immers verantwoordelijk voor enkele van de strafste nummers uit de jaren zestig (wat ons betreft: "God Only Knows" en "Good Vibrations"), maar hij is ook de man die sinds de vroege jaren zeventig met zware psychische problemen te kampen had. Hoewel die nu grotendeels overwonnen zijn, blijven de gevolgen zichtbaar, ook tijdens concerten: hij staat bekend voor zijn onbeweeglijkheid op het podium, en contact met het publiek is onbestaande, op wat ingestudeerde frasen na.

Wilson heeft op deze tour een dubbel doel: zowat tweederde van de set zal bestaan uit een soortement Beach Boys Greatest Hits, maar de eerste veertig minuten staan ten dienste van Reimagines Gershwin, de tributeplaat voor George Gershwin die vorig jaar verscheen. Wilson creëerde op dat album zijn hoogstpersoonlijke versie van onder andere "I Got Rhythm", "Someone To Watch Over Me" en "Summertime". Songs die in het collectieve geheugen verankerd zitten, en die ook voor Wilson duidelijk goeie oude vrienden zijn.

Hoe statisch hij immers ook achter zijn keyboard zit (en hoe duidelijk hij het ook níet bespeelt, het is niet meer dan een houvast), je ziet dat hij hiervan geniet. Hij leest zijn teksten af van een autocue die op zijn keyboard gemonteerd staat, maar de grijns waarmee hij na "Summertime" de zaal in kijkt, spreekt boekdelen. Ook in het vingerknippende "They Can't Take That Away From Me" valt een glimp op te vangen van hoe het héél lang geleden geweest moet zijn: de achtkoppige band (plus nog een handvol strijkers) staat te dollen op het podium, en ook Wilson zelf lijkt het naar zijn zin te hebben. Zelfs al kan hij, nog voor het slotakkoord van "Rhapsody In Blue gevallen" is, na een korte buiging niet snel genoeg van het podium af zijn.

Twintig minuten pauze, meer is er niet nodig om Wilson en zijn band opgewarmd te krijgen voor het tweede deel van deze show, het deel waar zowat iedereen voor gekomen is. "California Girls" wordt ingezet, en er lijkt een zucht van verlichting door de zaal te gaan. Dit is nog steeds geweldig, en ook het daaropvolgende trio "Dance Dance Dance", "Surfer Girl" en "Catch A Wave" is even okselfris en zomers als ondertussen bijna vijftig jaar geleden. Het lijkt haast alsof Wilson maar wat graag zijn surfplank weer zou bovenhalen.

Wilson speelt nu ook zelf de keyboardpartijen, en zal op het einde zelfs even de bas ter hand nemen, maar zijn bijdrage blijft vrij beperkt. Zonder zijn stevige backing band zou Wilson compleet verloren zijn, maar tegelijk zijn zij ook heel weinig zonder hém. Dat wordt duidelijk wanneer de toetsenisten de vocals voor hun rekening nemen: technisch gesproken is de zang in songs als "Darlin'" of "Sail On, Sailor" sterker dan zowat alles wat Wilson hier laat horen, maar van zelfs maar een beetje beklijving is hier geen sprake. Wanneer het wonderlijke "Pet Sounds" bovengehaald wordt, kun je dan ook enkel dromen van hoe dit ooit had geklonken zónder een hele band die zich zonodig interessant moet maken, inclusief eindeloze solo's op drum, sax en zowat ieder ander denkbaar instrument.

Wanneer de hele groep een efforke doet om de goddelijke harmonieën van weleer te doen herleven, werkt het echter wél: meezingfestijn "Sloop John B" sleept zonder moeite de hele zaal mee (al zal dat wellicht niet aan het ingestudeerde tekstuitbeelden van Wilson gelegen hebben), en ook "I Get Around", "Heroes & Villains" en "Good Vibrations" missen hun effect niet. Wilson laat bij dat laatste nummer de hoge noten over aan de bandleden, maar weet in de strofes toch de juiste snaar te raken. Wanneer ook nog "God Only Knows" ("The best song I have ever written", aldus Wilson) de revue passeert, zijn wij de mindere momenten van dit optreden al lang vergeten.

Toch houden we er een dubbel gevoel aan over. Ja, de songs zijn geniaal, en de band staat bijzonder sterk te musiceren, maar ergens overheerst het idee dat dit gewoon een hele goede covergroep is. Eentje die toevallig Brian Wilson heeft weten te strikken voor een acte de présence, dat wel, maar hoezeer ze ook hun best doen, de twijfel blijft. Want neen; Brian Wilson kan het allemaal niet zo goed meer, het blijft een vreemde oude man die duidelijk nog een en ander te verwerken heeft. Maar het is wel dankzij die bizarre kolos dat al die wereldnummers bestaan, en dus is hij ook de enige die ze waarachtig kan brengen, de enige aan wie die geweldig professionele band een schijn van echtheid kan ontlenen. De echte Beach Boys zijn het niet, maar wel een bijzonder goeie next best thing. Ach, neem het van ons aan: dat is al heel wat.

E-mailadres Afdrukken
 
Brian Wilson

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST