Banner

DOUR 2011

Foals, donderdag 14 juli, Club Circuit Marquee

(elv) - foto's: www.wannabes.be - 20 juli 2011

Waar Dour drie jaar geleden nog bulkte van de indiepop, moeten we deze editie de affiche aandachtig afschuimen naar een popband die ons een beetje in vervoering kan brengen. Tot er na een eerste regenvlaag dan toch fors wordt uitgehaald. Met debuut Antidotes en opvolger Total Life Forever in de achterzak was het voor Foals vooraf al gewonnen spel. Snedig en overweldigend raasden ze met een enorme hakbijl door hun set; alles moest en zou fijn gemalen worden.

Een opluchting, want in extremis redt Foals de meubelen van een ietwat zwakke eerste festivaldag. De Britten hadden het lot in eigen handen nadat ze eind vorig jaar als gladiatoren de Botanique veroverden. Geheel terecht hadden ze met Total Life Forever, hun tweede album, een nominatie voor de Mercury Prize op zak. En ze doen het net als Vampire Weekend en duizenden anderen met hyperactieve riffjes. Zo bedrijvig, dat ze haast niet meer bij te benen zijn. Tel daar nog overdonderde drums en een huppelde baslijn bij op, en we krijgen mathrock zoals elke mathband ze zou moeten uitpersen. Kwiek en aanstekelijk, maar ook wel verbijsterend mooi zoals “Spanish Sahara”. Zolang het maar dansbaar is.

Epatant -- overweldigend --, om het met een vreemd woord te zeggen. Zeker wanneer de ijle klanken “Blue Blood” inzetten, en Yannis Philippakis “You’ve got the blood on your hands, I thinks it’s my own” tintelt, is het snel naar een plastiek zak grabbelen om de hyperventilatie te counteren. Enerzijds is er het nerveuze spel tussen gitaar en bas van debuut Antidotes -- de adrenalinestoten van “Balloons” bijvoorbeeld laten ons marginale danspassen uitvoeren zoals die van Ian Curtis --, anderzijds is er de maturiteit die de band op Total Life Forever uitstraalt. De spitse refreinen zitten verborgen achter een donkere walm, die doorheen de set als rode draad dient. Mysterieus, net als de arrogantie die op het gezicht van de leden is af te lezen.

Maar die arrogantie kan evengoed verborgen enthousiasme zijn. De manier waarop Philippakis als een bezetene een lichtmast opklimt, om vervolgens een duik in het publiek te maken die zelfs verspringster Svetlana Bolshakova niet zou kunnen nadoen, getuigt alleen maar van de adrenaline die Foals binnenpompt. Bruut duwt hij de security weg en rukt hij zich agressief los van de uitzinnige fans die zich aan hem proberen vast te klemmen. Terwijl hij onbesuisd tekeer gaat, geniet het publiek er duidelijk van. Dat kan ook bijna niet anders met de energieke exploten in “Red Socks Pugie” en “Two Steps Twice”.

Ons hoogtepunt? “Spanish Sahara”, de lang uitgesponnen ballad die op z’n orgelpunt verwoestend de hemelsluizen kan optrekken. Ook wanneer het tempo gestaag daalt, weet Foals te blijven boeien. Dit is mathrock zoals die nog nooit eerder is gemaakt. Deze band is misschien wel de beste van zijn generatie.

E-mailadres Afdrukken