Banner

Marc Ribot & Ceramic Dog

4 mei 2011, Recyclart

Guy Peters - foto's: Archief Geert Vandepoele - 05 mei 2011

Alle respect voor Robert Johnson, Django Reinhardt en Nonkel Bob, maar als er één bepalende gitarist geweest is die de geschiedenis opdeelde in een tijdperk voor en na zichzelf, dan was het Jimi Hendrix en daar kunnen de Pat Methenys, Steve Vais en John Scofields van deze wereld niks aan veranderen. Als er echter eentje is die we naar voren willen schuiven als geschikt alternatief, dan is het Marc Ribot. Wat die met z’n power trio liet horen was bij momenten ronduit verbluffend.

“We don’t know what we’re doing… but we’re gonna find out”, gaf Ribot kurkdroog mee nadat hij het publiek een uur lang had getrakteerd op een onstuimige, hitsige krachtsessie die de kleine tekortkomingen van vorige passages (een paar flauwe experimenten in 2007 en een soms wat ongemakkelijk zittende samenwerking met Eszter Balint in 2009) overboord gooide en resoluut de kaart van de voodoorock trok. De set voelde haast aan als een lange ononderbroken repetitie: stilvallen deed het slechts enkele keren en samen met drummer Ches Smith en bassist Shazad Ismaily werd gezocht naar een zo vloeiend mogelijk parcours, waarbij secties en songs naadloos in elkaar overvloeiden.

Het trio gebruikte zijn enige album (Party Intellectuals (2008)) als ruggengraat, maar slalomde ook rond ouder en recent materiaal. Opvallend was vooral dat naar de avant-garde neigende experimenten naar het achterplan verwezen werden. Die grootstadhoekigheid blijft Ribots spel kenmerken, maar zowel de gitarist als z’n kompanen kozen vaak voor complexloze uitvallen die vooral mikten op de onderbuik, met potige grooves, bezwerende solo’s en een diepe duik in de blues. Opmerkelijk, want zowel Smith (samen met o.a. Jim Black, Chris Speed en Mary Halvorson een van de boegbeelden van het Skirl-label, dat vooral avant-jazz op de markt brengt) als Ismaily (Smiths collega bij Secret Chiefs 3), kunnen net zo goed ingeschakeld worden in resoluut experimentele muziek.

Ribot is nog altijd een matige zanger (veel verder dan wat declameren, geraakt hij niet), maar de nadruk stond gelukkig voortdurend op z’n snarenwerk, dat volledig tot z’n recht kwam. Hij heeft al jaren z’n herkenbare stijl en sound, maar toch waren er referenties: de soul van Steve Cropper, de funk van Nile Rodgers, de daverrock van Mountains Leslie West en vooral: Hendrix… veel Hendrix. Net als die held balanceert Ribot voortdurend op de grens van technische virtuositeit en het uit de blues getrokken oergevoel. Aan vingervlugge snarenneukers geen gebrek, maar ze halen het niet van de hyperintense, soms spastische en krabbende uithalen van Ribot als die z’n draai gevonden heeft

Had de ene song iets gemeen met de hoekigheid van Hendrix' “Manic Depression”, dan viel het later vooral op hoe sterk het concert aansloot bij diens plaat met het Band Of Gypsys-trio. Het had die broeierige, in blues, funkgroove en sex badende sound, dankzij het no nonsense-drumwerk van Smith en de stuwende, sensuele baslijnen van Ismaily, die op z’n stoeltje duidelijk in hogere sferen verkeerde. “Shsh Shsh” was een intieme binnenkomer, “Midost” zorgde voor een alle kanten uit vliegende oplawaai van jewelste en bij “Pinch” stak het trio zelfs van wal met een onweerstaanbare discofunkritme dat rechtstreeks op de heupen mikte en de temperatuur een paar graden de hoogte in joeg

Er werd wat gepruld met elektronica en melodica, maar alles stond uiteindelijk in het teken van hecht samenspel en soul, met hypnotiserende lappen gejamde bluesrock en gierende en jakkerende gitaaruitspattingen die al te horen vielen op Party Intellectuals en Asmodeus, de heftige trioplaat die Ribot opnam voor Zorns Book Of Angels-reeks. Het meest indrukwekkende werd echter bewaard tot de bisronde, toen “Fat Man Blues”, een track van Ribot’s recente soloalbum Silent Movies, omgevormd werd tot een naar een fantastische climax afstevende kolos met een uitzinnig psychedelische, nee, een eerder psychotische finale.

De Récyclart was aardig volgelopen. Dat had als nadeel dat wie ook maar iets van de drie zittende muzikanten wilde zien ofwel op de eerste drie rijen moest staan ofwel boven de rest van het publiek moest uittorenen, maar ook met amper een visuele voorstelling was dit een wervelend concert dat een spectaculaire gedrevenheid koppelde aan een onwrikbare vibe en primair buikgevoel dat elke afstandelijkheid of hoogdravendheid uit de muziek weerde. En dit was dan nog maar het eerste concert van de tournee. We moeten er niet aan denken wat dat gaat geven als de band compleet gerodeerd is. Ribot is niet enkel de favoriete gitarist van John Zorn en Tom Waits, maar gewoonweg dé gitarist van zijn generatie.

Wie Ribot nog eens aan het werk wil zien kan op 14 augustus terecht op Jazz Middelheim, waar hij een duoset zal spelen met New Orleans-grootheid Allen Toussaint.

E-mailadres Afdrukken
 
Marc Ribot & Ceramic Dog

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST