Banner

Mark Helias ''Open Loose''

16 april 2011, De Werf

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 17 april 2011

De leden van dit trio kan je bezwaarlijk publiektrekkers noemen, dus het was een aangename verrassing dat er toch heel wat volk opgedaagd was om Open Loose aan het werk te zien. Die aanwezigen werden getrakteerd op een concert dat met gemak de conventies omzeilde en het unieke karakter van de samenwerking nog eens in de verf zette.

Bassist Helias wordt doorgaans geassocieerd met de intellectuele en experimentele kant van het jazzspectrum, door z’n vroege leerschool bij Anthony Braxton en samenwerkingen met volk als Gerry Hemingway (het culttrio BassDrumBone met Ray Anderson) en Don Cherry, al heeft hij ook al gespeeld met bezettingen die stevig in de traditie geworteld zijn, zoals bij Dennis Gonzalez en Oliver Lake. Met Open Loose, zijn hoofdproject het voorbije decennium, verkent hij echter vooral de vrije improvisatie. Als het nieuwe materiaal dat voorgesteld werd een indicatie is, dan zal het zesde album van het trio de balans opnieuw laten overslaan naar het minder vertrouwde terrein.

Die nadruk op de improvisatie neemt echter niet weg dat Helias een opmerkelijk componist is, ook al lijken die stukken met hun subtiel weggemoffelde thema’s dan vooral een platform te willen bieden aan lange excursies. Natuurlijk weet Helias door die intensieve voorgeschiedenis heel goed met wie hij zich omringt, en zowel tenorsaxofonist Tony Malaby als drummer Tom Rainey hebben een volstrekt individuele stijl. Rainey maakt deel uit van de school van drummers waar ook Gerry Hemingway en Michael Sarin toe behoren: muzikanten die in dialoog gaan met hun instrument, het volledige spectrum tussen strakke ondersteuning en totale vrijheid beheersen en een haast oneindig inzicht lijken te hebben in de mogelijke klanknuances van dat instrument.

Hoewel Rainey van meet af aan uitpakte met ongemakkelijk stokkend, haast willekeurig geplaatst spel, weet hij overduidelijk een boog te creëren die simultaan loopt met het spel van z’n collega’s. Hij sluipt primitieve marsritmes binnen, haalt midden in stille passages soms uit met donderende basdrumslagen en cimbaalrammels of speelt driftig met ritmes (abrupte versnellingen en vertragingen en climaxwerking) alsof het allemaal niets voorstelt. Hij betrekt zelfs het statief van z’n bladmuziek bij z’n soms energieke uitbarstingen. Je zou je gaan afvragen hoe hij er toch zo stoïcijns bij kan blijven. Die cool was trouwens kenmerkend voor de hele band: er vielen geen krachtpatserijen of extraverte toestanden te bespeuren.

De gortdroge attitude liet zich ook voelen tussen de songs (een minimum aan blabla) en door een opmerkelijk gebrek aan verbale en visuele communicatie tussen de leden, die nog het meest extreem was bij Malaby, een serene verschijning die niet meer doet dan onbewogen heen en weer wiegen. Z’n spel op de tenor is zo mogelijk nog opmerkelijker, want binnen Open Loose is vooral hij verantwoordelijk voor de kwikzilveren ongrijpbaarheid van de muziek. Die heeft niks te maken met hectische uitspattingen (die er slechts met mondjesmaat waren) of aanhoudende ongedurigheid, maar het vermogen om uit te pakken met vloeiende, onvoorspelbare melodische lijnen.

Je kreeg daardoor, en ondanks het solide anker van Helias en de strakke hernemingen aan het einde van de meeste composities, regelmatig het gevoel dat het trio je bleef ontglippen. Dat maakte het een boeiende tocht, al leken de drie op sommige momenten de spanningsboog wel wat uit het oog te verliezen. Het merendeel van de composities en de erbij horende improvisaties liet echter horen dat zowel de naam van het trio als zijn laatste albumtitel (Strange Unison, intussen al uit 2008) goed gekozen zijn. Zonder het richtingsgevoel volledig uit het oog te verliezen en met de zekerheid van een thuisbasis in het achterhoofd laten deze drie de teugels volledig vieren, zonder te moeten terugvallen op grote statements.

Malaby’s spel leek iets minder intens en expressief dan bij eigen projecten als Tamarindo en Apparitions, een afstandelijkheid die soms ook wat kenmerkend was voor het concert als geheel. Wat een bruisend orgelpunt had kunnen zijn (het was immers het slotconcert van de tournee) bleef eerder aanleunen bij een droge zakelijkheid en iets dat je zou kunnen omschrijven als een moeilijk te herkennen buikgevoel. Anderzijds mag je ook niet verwachten dat elke band breed grijnzend en kontschuddend z’n virtuoze kunstjes laat horen. Er waren immers meer dan voldoende straffe momenten om te kunnen spreken van een prima concert.

E-mailadres Afdrukken
 
Mark Helias ''Open Loose''
http://www.markhelias.com/
www.markhelias.com
www.tonymalaby.net

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST