Banner

Fear Factory

7 december 2010, TRIX

Lennert Hoedaert - 08 december 2010

“Back to primitive” leek wel het motto van The Industrial Discipline Tour die industriallegenden Fear Factory met High On Fire en Daath naar Antwerpen bracht. Vooral Fear Factory vatte deze woorden wel heel letterlijk op.

De hoogdagen van de originele groovemetal liggen ver achter ons. De ooit boomende New Wave Of American Heavy Metal bouwde voort op de erfenis van Pantera, Sepultura en Machine Head, maar hoge vertegenwoordigers van de NWOAHM als Lamb Of God, Chimaira en DevilDriver verzanden tegenwoordig in het moeras der middelmatigheid. Enkel de grote moshpits, bravehearts en circle pits bezorgen de meerwaardezoeker nog de kippenvelmomenten.

Geen hoog niveau van originaliteit bij Daath, van beweging in het kleine publiek is er tijdens het halfuurtje grooven evenmin sprake. Het Amerikaanse kwintet, naar verluidt nochtans beïnvloed door death metal en gypsy jazz, klinkt als een rip-off van Chimaira ten tijde van The Impossibility Of Reason. Drumbeest Kevin Talley, nota bene ex-Chimaira, is de enige muzikant die kan boeien. Maar zijn drumdemonstratie -- wat neerkwam op een portie roekeloos blastbeaten -- en een overbodige gitaarsolo halen de vaart uit de belabberde set. Zanger Sean Zatorsky probeert tevergeefs met screams en fucks het publiek mee te krijgen. De doomy slotsong “Double Tap Suicide” is dankzij de technische klasse van Talley toch een enige lichtpuntje in een allesbehalve opgefokte set.

Zou stonerbeest Matt Pike opgetogen zijn met de industrial tournaam? Terwijl Pike in de jaren negentig met Sleep de stoner doom mijlpalen bij elkaar schreef, groeide Fear Factory uit tot een van de stevigste metalbands in het populaire metalcircuit. Toch delen Pike’s High On Fire en Fear Factory vandaag eenzelfde eigenschap. Beide bands grossieren in brutaal muzikaal geweld. Verwacht van Fear Factory en High On Fire dus nooit een overweldigende technische kunde.

Voor High On Fire loopt de Trix-zaal wel goed vol. Een deel van de metalfans lijkt dan ook aanwezig voor het power trio. Maar Pike kan tijdens de beestige uitvoeringen van “Frost Hammer” en klassieker “Rumors Of War” de massa nog niet opjutten. De hele vloer lijkt geparalyseerd door het oorverdovende geluidsvolume. Als een bloeddorstige en hongerige hyena zet de getatoeëerde riffmeister zijn zoektocht naar prooien verder. Tijdens “Bastard Samurai” en “Fire, Blood And Plague” heeft hij die eindelijk beet. Terwijl Pike zich schor schreeuwt en drummer Den Kensel erop los mept, wordt er heftig met de hoofden geschud.

Pike straalt pure rock-‘n-roll uit. Met zijn ontblote torso, immer rokerige stem en Les Paul-gitaar, die scheurt als een opstijgende straaljager, trekt hij immers alle aandacht naar zich toe. We moeten wel toegeven dat Pike vocaal gezien hier en daar wat steken laat vallen. Voor we het goed en wel beseffen zetten de op de hol geslagen Californiërs met “Snakes For The Divine” een laatste hondsbrutaal offensief in. Maar toegegeven, we zien High On Fire liever als headliner beuken. Daarom hopen we het trio volgend jaar te zien knallen in een dampige club of op een zweterig zomerfestival

Dat Fear Factory’s nieuwste telg Mechanize geen hoogvlieger was, bewijzen weinig geanimeerde uitvoeringen van “Fear Campaign” en “Industrial Death”. De nummers neigen meer naar moderne deathmetal en verdwijnen in het niets tussen explosieve nummers uit nineties krakers Demanufacture en Obselete. Van Mechanize wordt enkel “Powershifter” op gebalde vuisten en headbanggeweld onthaald. De bazookaschoten van drummer Gene Hoglan worden tot in de onderbuik gevoeld.

Uiteraard worden Archetype en Transgression, van de hand van ex-gitarist Christian Olde Wolbers, straal genegeerd. Het overgewicht van Hoglan, originele gitarist Dino Cazares en bassist Byron Straud straalt uit op de setlist die eerst Obselete centraal zet. De pompende basdrums en verschroeiende gitaren van Cazares, wiens beweeglijkheid er met de jaren op achteruit gegaan is, en het pompende drumwerk van Hoglan halen het beest in talrijke dertigers naar boven. Tijdens “Shock”, “Smasher/Devourer” en “Securiton (Police State 2000)” hakken vooraan tientallen krijglustigen lustig op elkaar in. “I am the way, prepare for salvation!” wordt luidkeels meegebruld.

Burton C. Bell zit er met zijn melancholisch gehuil, sinds jaar en dag de zwakste tak van de band, vaak faliekant naast. De versleten zanger klinkt bij momenten als een mak lammetje. Ook het gebrek aan elektronica en samples is een domper op de sfeerschepping. Vergeet de geluidsman, die voortdurend de basdrums in de verf zet, dan domweg de atmosferische geluiden? Hup, weg sfeer.

Tijdens “Big God” en “Martyr”, uit het meer op deathmetal geënte debuut Soul Of A New Machine, moet het uitgedunde publiek opnieuw de varkenskreten uit Bells strot slikken. Mede door het veel te modderige geluid zijn dit allerminst ideale uitvoeringen. Het slot, met vijf nummers uit Demanufacture, is geslaagder. Tijdens het titelnummer van de klassieker uit 1995, “Self Bias Resistor”, “Zero Signal” en “Replica” donderen de drums van drummachine Hoglan weer naar beneden en scheuren de staccatoriffs wederom om de oren. De hybride tussen mens en machine, die als een rode draad door de teksten loopt, lijkt weer even terug.

Fear Factory ontbeert sinds het vertrek van Wolbers een blik op de toekomst. Dat blijkt nu ook uit hun liveshows. De vraag is hoelang de band nog zal kunnen teren op hun klassiekers. Wat ons betreft kan de versleten Bell al met prepensioen.

E-mailadres Afdrukken