Banner

Shrinebuilder

10 november 2010, De Kreun

Guy Peters - 11 november 2010

De vulkaan met de irritante naam zorgde ervoor dat Shrinebuilder dit voorjaar niet in Europa geraakte. Het zette een domper van formaat op het Roadburnfestival, al was de snelle aankondiging van een eindejaarstournee een pleister op de wonde. Vol verwachting trokken we dan ook naar Kortrijk om het enige concert op Belgische bodem bij te wonen. De Kreun herleid zien worden tot een smeulende hoop puin, dat wilden we voor geen geld missen.

Naar Kortrijkse gewoonte bij een heavy concert: volk uit eigen stal. Nu Amenra even wegblijft van de podia om andere projecten de nodige tijd te geven, mag Kingdom in de spotlights staan. Nu ja, ook hier geldt de lichtfobie van de moederband en muzikaal gaat het er eveneens vergelijkbaar aan toe. Bij Kingdom wordt meer gedoseerd en zit de agressieve trance minder aan het oppervlak, maar sfeer en tics zijn grotendeels intact gelaten. Gitarist/zanger Matthieu Vandekerckhove lijkt steeds meer op een jonge Scott Kelly en pakte naar goede gewoonte uit met z’n gortdroge, herkenbare sound en ‘stil vs. luid’-dynamiek. De bas van Van Eeckhout zat fantastisch mooi in het geheel; z’n zang, van het bekende gegil tot gezongen smeekbedes aan het adres van de Heer, zat afwisselend ver weg en prominent in de mix.

Kingdom combineert het minimalisme én de bombast die eigen is aan zijn scene en die zoals steeds met een opmerkelijke ernst wordt afgewerkt. Van kleur toelaten tot zijn wereld is na enkele jaren van ronddolen in duistere krochten nog steeds geen sprake, en het leidt dan ook tot die aloude hypergeconcentreerde belevenis, met dat verschil dat we het intussen allemaal wel eerder hoorden. Het songmateriaal was ook wat onevenwichtig, met instrumentale stukken die vaak wat licht uitvielen tussen de beter uitgewerkte songs. Gelukkig werd het geheel verpakt in een bijzonder sterke geluidsmix, wat ervoor zorgde dat het voor velen toch het gewenste effect bereikte. Maar toewijding of niet, Kingdom wist ons zelden écht te raken, ondanks die gekwelde smeekbede over genade en mededogen. Tijd voor wat extra grijstinten?

Elektriciteit hing in de lucht voor het optreden van Shrinebuilder, maar wat wil je ook, als je weet dat je Dale Crover, Al Cisneros, Scott Kelly én Wino samen te zien zal krijgen? Nochtans stond ons een teleurstelling van formaat te wachten, want amper een minuut na de intro van “The Science Of Anger” gingen we al op zoek naar een andere plaats en draaglijk geluid. Geen idee of het te maken had met gemakzucht, tijdsgebrek of onkunde bij de man aan het mixpaneel, maar het was niet te harden. Twee gitaren en bas kolkten in een psychedelische furie over elkaar heen en het was vooral afvragen of we die song nu herkenden of niet. Wino, weggestopt aan het uiteinde van het podium en bijna de hele tijd in het halfduister, was amper hoorbaar. Normaal krijgt de hoofdact een geluid dat de opener ontzegd wordt. Was dat hier even anders.

Wat Shrinebuilder zo bijzonder maakt, is dat het net niét de heaviness van al die gelinkte bands op elkaar stapelt. Het is een vrij heldere plaat, met ingenieuze songs die het verdienen om gehoord te worden. Nu leek het alsof het gewichtige CV van de vier samengebracht moest worden tot één auditieve modderstroom. Daarenboven leken de heren zelf ook niet helemaal scherp te staan. Crover liet zich meteen gaan, maar Kelly kreeg aanvankelijk amper meer dan wat rauwe keelklanken uit z’n strot geperst, terwijl je vooral een project zag, geen band. Door de komst van (een beter) “Blind For All To See” ging het er even naar uit zien dat de band het zou houden bij de albumtracks, maar er zouden een paar extra’s volgen.

Speelde de band in het verleden al een nummer van Joy Division (“24 Hours”), dan werd er deze keer uitgepakt met een versie van CCR’s “Effigy” die even heavy als drammerig was. “We Let The Hell Come” (een eigen nummer dat niet op de plaat te horen was) slaagde er vervolgens ook niet in om het boeltje recht te trekken en na zo’n drie kwartier zag het ernaar uit dat we zwaar teleurgesteld naar huis zouden keren. Maar dan werd de boel toch wakker geschud met een furieus startend “Solar Benediction”, dat eindelijk de vuisten de lucht in kreeg en wat animo in het optreden en de zaal bracht. Het uitdijende tweede stuk wist niet altijd even sterk te boeien, net als de tweeledige instrumental die er op volgde, maar de sound was aanvaardbaar.

Het enige probleem was dat Cisneros, die zich intussen goed leek te amuseren, zowat alles wegblies met z’n bas (die het volledige concert onnodig dominant was). Van Wino’s opvallende spel viel niets meer te bespeuren. De Kreun donderde op z’n grondvesten. Imposant en tegelijkertijd irritant, want er ging veel verloren. Gelukkig werd de set toch nog sterk afgesloten met een bezwerend “Pyramid Of The Moon”, waarbij vooral de tweede helft, een stuk met geslaagde samenzang, eindelijk voor opwinding zorgde. Het mooiste moment deed zich dan ook voor toen Wino, Kelly en Cisneros zich verzamelden voor Crovers drumstel om de song gezamenlijk tot een einde te brengen. Eindelijk stond er een band die de verwachtingen kon inlossen.

Het hielp alleszins ook de pijn te verzachten, want we hadden niet minder dan een triomf verwacht en kregen een optreden dat minstens tot de helft gebukt ging onder een matige sound en performance. Herkansing op Roadburn 2011. En dan willen we Wino horen.

E-mailadres Afdrukken