Banner

Follow The Sound

15 oktober 2010, De Singel

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele (archief) - 17 oktober 2010

Amper twee weken nadat het Brugse Concertgebouw bezet werd door het tweejaarlijkse jazzfestival was het de beurt aan die andere kolos, De Singel, om gastheer te spelen. Je hebt een GPS nodig om je weg te vinden in die architecturale hoop ambitie, de drankprijzen zijn er vergelijkbaar met die van Hotel Metropole in Brussel en er hangt een gewijde CULTUURsfeer die je amper durft verstoren met conversaties over dagdagelijkse onzin. Al een geluk dat het programma te eigenzinnig was om zich daar iets van aan te trekken.

Het was uitkijken naar de illustere Franse trompettist Jacques Coursil, een Parijzenaar die in de jaren zestig in New York werkte met figuren als Albert Ayler, Anthony Braxton, Marion Brown en Bill Dixon, in de jaren zeventig plots verdween om een academische carrière uit te bouwen en in 2005 onderdak kreeg op John Zorns Tzadik. Anno 2010 omringt hij zich met drie jonge muzikanten, die zich volledig ten dienste stellen van zijn lijzige aanpak. Dat is er één waar bruuske stijl- en tempowisselingen of onverwachte zijsprongetjes geen plaats in krijgen. ’s Mans stijl, een aaneenschakeling van lange etherische lijnen, ondersteund door een ronkend bed van toetsen, contrabas en percussie, is eigenlijk verrassend toegankelijk.

Coursil zelf is daarentegen een opmerkelijk figuur: op en af sloffend, de borst half ontbloot, grommend en nonchalant met de armen zwaaiend. Het soort artiest waar de term ‘sterke persoonlijkheid’ voor werd uitgevonden. Helaas vertaalde het zich niet altijd in even sterke of beklijvende muziek. De bevallige bassiste Fanny Lasfargues maakte, net als de meester, van spaarzaamheid een deugd (al kon je soms ook spreken van een gebrek aan inspiratie), terwijl percussionist Yann Joussein een onaflatend rollende deken creëerde die amper uitstaans had met de muziek (maar doorgaans wel werkte), maar daar tegenover stond dan het werk van toetsenist Romain Clerc-Renaud, die afwisselde tussen piano en synthesizer (altijd goed voor een grimas of twee), maar zichzelf geen richting wist te geven.

De muziek had iets van Miles Davis’ vroege elektrische periode -- hypnotisch, minimalistisch en donker -- maar het miste het dreigende drama van diens bands en Coursil liet horen over slechts een beperkt arsenaal trucjes te beschikken (of te willen gebruiken), met steeds terugkerende, fladderende notenherhalingen in zijn ongepolijste stijl. Het leek even wel te werken, maar geen uur, en toen de man de hem toegewezen tijd ruimschoots overschreed (ondanks het aangeschakelde zaallicht) was het wel duidelijk: zelfkennis is niet altijd het begin van de wijsheid. Onze Follow The Sound begon niet echt spetterend.

Maar kijk, er was meteen beterschap in zicht dankzij de onwaarschijnlijke samenwerking tussen saxofonist Håkon Kornstad en zangeres Sidsel Endresen (foto). Nu ja, ‘zangeres’ is meteen een wat misleidende term, aangezien Endresen meer een stemkunstenares is die zelden echt ‘zingt’. In plaats daarvan krijg je een staaltje van vervreemdende stemtechnieken en –manipulaties, uitingen in een onbestaande taal (zo klonk het althans) en nu en dan de nonsens die je ook kan opvangen in psychiatrische instellingen. Klonk ze nu en dan als Sandy Denny die bezig was met warm-up oefeningen, dan had het op andere momenten iets van het ongemak van Diamanda Galas of het abstracte van Phil Minton.

De vijfentwintig jaar jongere Kornstad counterde dat door resoluut niet te kiezen voor het voor de hand liggende. Ook hij ontmantelde zijn muzikale taal door uit te pakken met allerhande ongebruikelijke speeltechnieken en elektronica,de tenorsax eerder gebruikend als een percussief instrument, waarbij de aan het instrument ontperste geluiden ook nog eens geloopt en gelaagd werden, met een geslaagd hypnotiserend effect tot gevolg. En hij ging nog verder door een dwarsfluit te voorzien van een nieuw mondstuk waardoor het ging klinken als een klarinet. Had het nu en dan iets van twee in zichzelf neuzelende eenzaten voor wie alle werkelijkheidsbesef al lang verdwenen was, dan had het op andere momenten de ijselijke schoonheid die je associeert met de Noorse fjorden. Een opmerkelijk concert.

Noorwegen heeft een patent op boeiende rockbands. Motorpsycho, Jaga Jazzist, Shining: allemaal genreoverschrijdende artiesten, net als Huntsville (foto), dat zich mooi inschakelt in die avontuurlijke traditie. De band leek aanvankelijk wat een vreemde eend op de affiche, maar aangezien het gaat om een festival dat de improvisatie centraal stelt (en niet de jazz of de akoestische instrumenten), werd dat dan weer onderuit gehaald. Ook nu pakte de band alleszins uit met een gerekte improvisatie waarbij drone, roots en noise met elkaar vermengd werden. Het heeft nog affiniteit met postrock, maar de jazz is veraf. Voor dit concert werd het trio bijgestaan door Xavier Charles, een Franse klarinettist/geluidenman die de auditieve soep enkel nog eens aandikte.

Het geduld waarmee de band z’n ding doet blijft imposant en zorgt er meteen voor dat het bijna aan je voorbij gaat hoe slinks de densiteit en het volume van de muziek toenemen. Tot je aan een eerste climax komt met aan Tortoise verwante ritmes die de eerste bezoekers buiten jagen. De tweede climax was zo mogelijk nog intenser met een forse stap richting pure noise, waarbij de corpulente, veellagige sound amper nog onder controle te houden was. Een jaar geleden liet de band in de Vooruit al een sterk staaltje horen van deze spanning tussen rock, improvisatie en elektronica, maar deze keer was de dynamiek groter, de aanpak nog avontuurlijker en de impact des te sterker. Zo wisselvallig dag drie van start ging, zo sterk was het einde.

E-mailadres Afdrukken
 
Follow The Sound

Advertentie
Advertentie
Banner

TEST