Banner

Pere Ubu

29 september 2009, Botanique

Guy Peters - 30 september 2009

Ga je naar rocklegende Pere Ubu kijken, dan weet je dat je je kan verwachten aan een schouwspel dat weinig gelijkenissen vertoont met een conventionele rockshow. Deze keer werd het publiek echter getrakteerd op een wel heel confronterende carnaval: ‘Bring Me The Head Of Ubu Roi’ zocht aansluiting bij de pure, absurde avant-garde.

Het reguliere woordenarsenaal schiet tekort om te beschrijven wat dit totaalspektakel te bieden had: het was een combinatie van absurd theater en art-rock, van onzin en intellectualisme, van adaptatie en innovatie, van kunst en kitsch. ‘Bring Me The Head Of Ubu Roi’ is een herwerking van het legendarische toneelstuk ‘Ubu Roi’ van Alfred Jarry (eveneens het stuk dat de band 35 jaar geleden zijn naam bezorgde), maar dan aangevuld met muziek, visuals en een concept waar aanvankelijk geen bal van te begrijpen viel.

Toen ‘Ubu Roi’ in 1896 voor het eerst werd opgevoerd viel het niet in goede aarde: de verkrachting van Shakespeare’s MacBeth was een schandaalstuk dat met z’n vulgaire grappen, brutale toon en absurde humor de theaterwereld op stelten zetten en al snel afgevoerd werd. Het werd echter een ijkpunt voor de avant-garde en en passant een grote invloed op de dadaïstische beweging die twintig jaar later de kop opstak. Gefundenes fressen voor de theatrale performer David Thomas (nog steeds een imposante figuur die doet denken aan Captain Beefheart én Orson Welles), die het stuk bewerkte tot een tweedelige voorstelling van 100 minuten.

Basis voor het stuk vormden de songs die op het nieuwe album Long Live Pere Ubu belandden en daarrond werd een web geweven van uitzinnige monologen en nonsensicale dialogen, rollenspellen, ridicule dansjes en excentrieke visuals van het kunstenaarsgezelschap The Brothers Quay. De band, sinds enige jaren David Thomas geflankeerd door Keith Moliné (gitaar), Michele Temple (bas), Steve Mehlman (drums) en Robert Wheeler (synth, theremin), werd voor deze voorstelling bijgestaan door elektronica-artiest Gagarin, die de voorstelling voorzag van een extra dosis geluidseffecten en musique concrète.

Je wist aanvankelijk niet wat denken: bandleden marcheerden het podium op, huppelden rond als animatiefiguren, schudden stemmetjes uit de mouw en lieten zich heen en weer sturen door Thomas, die z’n werkvolk als een volleerde dompteur rondjakkerde, de voorstelling regelmatig stil legde om stukken te hernemen of om op te zoeken welk stuk nu eigenlijk volgde en, tot algehele hilariteit, regelmatig de slappe lach kreeg. Dat ’s mans alcoholconsumptie (rode wijn, cognac en een heupflesje met onbekende substantie) nog steeds indrukwekkend is, leidde er alleen maar toe dat zijn maniertjes, stemmen en podiumgedrag er enkel grotesker op werden.

Heel zeker van de belangrijkste thema’s en structuur zijn we niet (Thomas evenmin, aangezien hij er op wees dat de bandleden herhaaldelijk nieuwe scripts toegestopt kregen), al had het iets van een naar de moderne tijd overgeheld koningsdrama, hoofdzakelijk gesitueerd in Oost-Europa, met elementen van een politieke satire, aangevuld met verwijzingen naar primaire lichaamsfuncties en onzin allerhande. Geen touw aan vast te knopen, maar wel intrigerend in al z’n theatraliteit. Dat Thomas de rol van Père Ubu op zich zou nemen was te verwachten. Mère Ubu werd voorgesteld door een stapel kartonnen dozen.

De muziek sloot aan bij wat we van de band gewoon zijn: nu eens minimalistisch, terend op een mechanische groove, en dan weer vrij energiek, avant-punk voorzien van gehuil en gebrom door een driftig gesticulerende Thomas die uiteindelijk op de grond lag te rollen. Het project was origineel, gedurfd en bij momenten hilarisch, maar je kon net zo goed zeggen dat het rommelig, pretentieus en haast kinderachtig was. Het publiek lustte het wel, al zag je vooral verraste gezichten, die pas écht oplichtten toen de band een korte bisronde aframmelde met oude klassiekers “Non-Alignment Pact”, “Final Solution” en “Street Waves”.

Deze voorstelling was er geen om te bedenken met adjectieven als “goed” of “slecht”. Het was een performance zoals je die enkel van Pere Ubu krijgt, al was het deze keer nog verrassender dan gewoonlijk. Was het concert in de Brusselse Palace enkele jaren geleden, met enkele spectaculaire woede-uitbarstingen van Thomas, al iets dat bijblijft, dan zal deze avond voorgoed het etiket ‘memorabel’ meekrijgen. Het lef dat deze band blijft opbrengen is iets waar enkel respect voor kan bestaan. Het herinnert je er ook aan hoe veel mogelijkheden bands aan zich voorbij laten gaan. De koning, hij regeert voort.

E-mailadres Afdrukken