Banner

Jazz Middelheim 2009

John Zorn, Lou Reed & Laurie Anderson

Guy Peters - foto's: Bruno Bollaert - 14 augustus 2009

Met de nodige argwaan werd uitgekeken naar de komst van het illustere New Yorkse trio John Zorn, Lou Reed en Laurie Anderson. Zou Zorn de legendarische stunt met Masada uit 1999 nog eens kunnen herhalen? Ging het hier om een onfris staaltje van marketing? En bovenal: zouden we “Perfect Day” te horen krijgen?

Eerst mochten drie Belgische acts de vierdaagse op gang trekken in Park Den Brandt, tot nader order nog steeds een van de mooiste festivallocaties van Vlaanderen. The Circle ontstond als een project aan het Conservatorium van Antwerpen en telt enkele muzikanten van wie de komende jaren nog een en ander verwacht wordt. Ze tekenden voor het concert dat het minst buiten de lijntjes kleurde, al betekende dat niet dat het niet de moeite was. Het sextet, dat gecoacht werd door de Amerikaanse tenorsaxofonist Mark Turner, pakte uit met een handvol degelijke composities die dosering, subtiliteit en ademruimte in het vaandel voerden.

De frontlinie van tenor, alt en gitaar mocht vaak het voortouw nemen, al kreeg elke muzikant de kans om uit te blinken. Nu eens klonk de band ingetogen, op het etherische af, en dan deden ze de temperatuur weer stijgen met vloeiende interactie. Coach Turner voegde zich even bij de band en liet solerend, door de knieën zakkend, enkele mooie staaltjes horen van zijn lange, ontspannen lijnen. Hij liet z’n tenor zingen als een alt. Het was geen baanbrekende set, en ze miste nu en dan wat spanning, maar de band klonk veelbelovend, en de set evenwichtig. Een prima opener.

Octurn timmert al ruim een decennium aan de weg met vaak wisselende bezettingen en al even eclectische invloeden. De set, die grotendeels bestond uit nieuw materiaal, werd vooral bij elkaar gepend door saxofonisten Bo Van der Werf en Guillaume Orti, maar ook deze keer was het geen show van twee solisten. Met vijf blazers, gitaar, Fender Rhodes/piano, bas en drums was de sound voller dan die van The Circle, maar ook de arrangementen waren grilliger, complexer en donkerder, soms neigend naar de hyperenergieke uitspattingen van David Murrays Octet, dan weer rotzooiend met funk, fusion en free elementen.

De songs waren niet voor een gat te vangen: soms brachten broeierige intro’s de boel op gang (regelmatig met onheilsgedonder van Michel Massots tuba, die je herhaaldelijk deed denken dat je je in Jurassic Park bevond) en dreef drummer Chandler Sardjoe de boel gestaag naar koortsige furie, terwijl de boel even erna een radicale wending kon krijgen. Ook opvallend waren de aanwezigheid van oude bekende Jeroen Van Herzeele en de sterke performance van Jozef Dumoulin, die schitterde op Rhodes en piano. Tachtig minuten Octurn is een taaie brok, al was het ongetemperde ensemblespel bij momenten imposant.

Flat Earth Society! Wie de voorbije jaren de oren heeft open gehouden weet wat te verwachten: hoempapa from hell. Onder leiding van Peter Vermeersch is de bigband intussen uitgegroeid tot een vaste waarde in het muzieklandschap en een instituut dat op onnavolgbare wijze het experiment en de traditie aan elkaar weet te koppelen. Sommige stukken hadden prima gepast tijdens het swingtijdperk, andere getuigen dan weer van een gezond gebrek aan respect en razen door een eeuw jazzgeschiedenis met uitstapjes richting klassiek, rock, funk en volksmuziek. Grillige nonsens met een forse dosis humor (inclusief de ode aan “grootmeester van de politiek Bin laden”: “Bad Linen”), relativeringvermogen en vooral: pakken schwung.

Ondanks al die individuele talenten staat het collectief centraal. Wat dan ook het meest opvalt is de onwaarschijnlijke strakheid van de volledige band, een groep muzikanten die zich te buiten gaat aan carnavaleske capriolen en tegen de chaos aanschurkende spielereien, maar plots, van de ene tel op de andere, stilvalt en terug op gang trekt. Van de trombonescheten van Marc Meeuwissen tot het onstuimige geratel van drummer Verbruggen, het klarinetspel van Vermeersch (Benny Goodman met pepers in de poep) en het gescheur van gitarist Vervloesem: Flat Earth Society is heer en meester in het pretpark van de jazz: Sun Ra, Zorn, Zappa, Ellington in de blender. Klasse!

John Zorn, Lou Reed en Laurie Anderson speelden eerder al een concert in de kleine club The Stone in New York. Omdat die opnames slechts in beperkte oplage werd uitgebracht en enkel online te koop is (o.m. via Zorns Tzadik-label) wisten weinigen wat ze konden verwachten. Door die verschillende achtergronden (avant-garde, rock, performance art) leek het alle kanten uit te kunnen gaan, van onnozele plinke plonke tot een al dan niet verteerbare tussenvorm, maar uiteindelijk was het resultaat even grillig als onvoorspelbaar. Terwijl Zorn het enkel deed met zijn altsax beschikte het koppel over een uitgebreid arsenaal aan spullen: Reed had enkele gitaren, een resem effecten en elektronica ter beschikken, Anderson deed het met een elektrische viool en een nog groter aantal knopjes.

Het begon gestaag, geduldig, met sloom ontvouwende geluidsgolven, slechts onderbroken door snarengesnerp, gitaarfeedback en aanzwellende saxtonen van Zorn. De eerste improvisatie zou zo’n drie kwartier duren en nergens het terrein van de conventionele jazz betreden, tot ergernis van enkelen, die al snel de tent verlieten. En toch misten ze wat, want het resultaat was een bevreemdende trip via minimalisme, drone, psychedelische geluidslagen en pure improvisatie. Het duurde meer dan een kwartier voor er gepiekt werd, maar het leverde dan wel een imposante wall of sound op die komaf maakte met de laatste noties van orde: het spel en de sound van Reed en Anderson waren soms moeilijk te onderscheiden, een geluidenstroom die Zorn counterde met zijn aanzienlijke geluidenarsenaal.

De man liet z’n sax kwetteren en sputteren, janken en gieren, afgelegen oorden opzoeken, maar ook reageren. Van concrete call & response was er weinig sprake, maar de wisselwerking was overduidelijk: haast elegische passages verschoven met een vreemde logica naar donkerder terrein en het gebeurde allemaal zo vanzelfsprekend dat je je amper kon herinneren hoe ze er geraakt waren. Het had nu en dan iets van de soundscapes van Oren Ambarchi en van de meer abstracte geluiden uit de Downtown-scène, maar uiteindelijk wist ieder toch z’n stempel op het totaalgeluid te drukken, wat leidde tot een unieke performance. Het willekeurige gewauwel dat Reed er even in wist te stoppen was volstrekt overbodig (dan liever de vervormde stemgeluiden van Anderson) en het lange stuk kreeg af te rekenen met een forse dip, maar al bij al was het een overtuigende en bezwerende performance.

De conservatieve jazzfan, of de muziekliefhebber die op jazz tout court wachtte, bleef op z’n honger zitten. Anderzijds: in dit tijdperk van versplintering, uitgeputte bronnen en kruisbestuivingen kan muziek die getuigt van voorwaarts denken enkel aangemoedigd worden. Wat Armstrong, Ellington, Parker en Coltrane teweegbrachten waren revoluties, seismische schokken in Jazzland die voorheen ongekende mogelijkheden aan de man brachten. Geen enkel jazzfestival dient zich verplicht te zien om vier dagen lang dergelijke artiesten te programmeren, maar het kan enkel toegejuichd worden dat al op de eerste dag van Jazz Middelheim de verwachtingen en barrières aan diggelen geslagen werden.

E-mailadres Afdrukken
 
Jazz Middelheim 2009

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST