Banner

Little Joy

10 januari 2009, Botanique

Matthieu Van Steenkiste - 11 januari 2009

Er zit een Stroke in, de blogjes kunnen er niet over zwijgen; eigenlijk hadden we wel kunnen verwachten dat de Rotonde in de Botanique goed gevuld zou zijn voor het Europese debuut van Little Joy. De band bedankte met een warmbloedig concert dat baadde in de onschuld van de jaren vijftig en zestig.

Goed, dat Strokes-drummer Fabrizzio Moretti een rolletje speelt in Little Joy, heeft de groep niet geschaad, maar zeggen dat dat de enige reden is waarom hun debuutplaat aandacht kreeg, is hen onrecht aandoen. Op Little Joy pakt de groep immers uit met een heerlijk laidback geluid dat de perfecte soundtrack is bij all things summer; van zwoele zomernamiddag tot sfeervolle barbecue ’s avonds. Volledig misplaatst midden in de koudste periode in een decennium dus, maar misschien net daarom oh zo welkom.

Dat de band werd gevormd als nevenproject (frontman Rodrigo Amarante zou u eventueel kunnen kennen van hoofdbezigheid Los Hermanos) valt op te maken uit het onbevangen speelplezier dat zowat zeventig procent van de charme van dit optreden uitmaakt. De andere dertig honderdsten worden verzorgd door de dodelijk verlegen, en even schattige Binki Shapiro. Mevrouw Moretti voor ons trouwens, dus haal u niets in het hoofd.

Achter al dat gezellig spelend boeltje op het podium, gaan echter een paar erg sterke muzikanten schuil, die hun vak tot in de kneepjes beheersen. Dat hoor je aan songs als "No One’s Better Sake" of "Keep Me In Mind". Van bij opener "The Next Time Around" schept de band een sfeer die doet denken aan de aanstekelijke naïviteit van de jaren vijftigrock en -pop: lichte rock-’n-rolltoetsen, doowopachtige samenzang, suikerzoete harmonieën en zachte melodieën.

Stelt Morretti zich wat aan tussen de nummers — maar toegegeven; zo zet hij zijn bandleden met minder tourervaring ook uit de wind — dan weet hij zich wel dienend in te schakelen als Amarante het voortouw neemt. Met een sigaret tussen de lippen bungelend houdt hij zich op in een uithoek van het podium terwijl aan de andere kant Shapiro de microfoon neemt voor "Unattainable". Dat is de geluidsman helaas ontgaan en haar mooie maar dunne stemgeluid gaat quasi volledig verloren in de mix. Hetzelfde gebeurt nogmaals in "Don’t Watch Me Dancing" — zowat het mooiste nummer van op Little Joy — dat gelukkig wel wordt gered door een bloedmooi gitaarlijntje van Amarante.

Krap een half uur duurt het debuut, dus wordt de sfeer wat aangedikt met Helen Shapiro’s (geen familie van) "Walking Back To Happiness". Paul & Linda McCartney’s naar Buddy Holly neigende "Eat At Home" krijgt naar eigen zeggen een "totale trashing" waarin Moretti nog een duckwalk ten beste geeft.

Of Little Joy ooit het statuut van hobbygroep kan overstijgen, moet nog worden bezien, maar alleraardigst zijn ze zo lang het nog duurt. Wat ons betreft: laat dat nog maar even zo zijn, en al zéker tot na de zomer. We zouden ze immers maar wat graag nog eens zien in een kleine tent op Pukkelpop of Dour, kort na de middag. Valt het op dat we deze koude al lang kotsbeu zijn?

E-mailadres Afdrukken