Banner

Herman Dune

1 december 2008, AB Box

Joris Vanden Broeck - foto's: Els Wauters - 02 december 2008

Op sommige bands kan je rekenen. Hoewel het aantal artiesten dat af en toe eens geen steek laat vallen zeer beperkt is, lijkt Herman Dune tot het kransje muzikanten te horen dat live altijd garant staat voor kwaliteit.

Nochtans is Herman Dune geen band die op veilig speelt en makkelijk komt scoren met een greatest hits-set. Niet alleen heeft de band géén hits, ze wil het touren duidelijk ook voor zichzelf spannend houden, zo lijkt het wel. De band ziet er dan ook heel anders uit dan vorig jaar in de Botanique. Turner Cody is bijvoorbeeld ditmaal niet van de partij. Zijn plaats is ingenomen door The Baby Skins. Dit duo was al te horen op het recent verschenen Next Year In Zion en mag nu ook het podium op, waar de twee New Yorkse jongedames zo’n beetje de rol toebedeeld krijgen van Turner Cody. Ze verzorgen het voorprogramma -- denk aan een kampvuurversie van Au Revoir Simone -- op sprookjesachtige wijze, waarbij het sterrenhemeldecor van de Box speciaal voor hen ontworpen lijkt. Gaandeweg krijgen Crystal Madrilejos en Angela Carlucci meer en meer hulp van de leden van Herman Dune, tot uiteindelijk, wanneer de dames zich aan tapdansen wagen, de volledige band op het podium staat.

Die manier van werken is tactisch een zeer goede zet van de broers Herman Dune. Hun concerten moeten het immers voornamelijk van sfeer hebben. In tegenstelling tot vorige passages, waar David-Ivar Herman Dune nog simpelweg een baseballpet droeg, lijkt die sfeer samen te gaan met een setting die hoe langer hoe meer wegdrijft van de roots-volkse inslag, ten voordele van voorzichtig flirten met de joodse cultuur. Of toch met datgene waarvan we uit films denken dat het de joodse cultuur is. Frontman David Ivar doet met zijn baard en kostuum immers denken aan Wladyslaw Szpilman, hoofdpersonage uit The Pianist. En net zoals op Last Year In Zion krijgt die aanpak ook op het podium een muzikale vertaling.

Daarbij is het vooral “When The Sun Rose This Morning” dat indruk maakt. Dichter bij Leonard Cohen kan iemand waarschijnlijk niet raken zonder van plagiaat beschuldigd te worden, maar Herman Dune komt ermee weg. Het nummer klinkt magistraal en de liveversie hoeft qua rijkheid niet onder te doen voor de studioversie.

De zwaarmoedigheid die Herman Dune in die song tentoonspreidt, valt verder nagenoeg nergens op te merken. Er waart weliswaar ongeveer permanent een ietwat duistere ondertoon door de muziek, maar van neerslachtigheid kan Herman Dune live niet beschuldigd worden. Door droogweg zowat elke song in het Frans en het Engels aan te kondigen, smokkelt David Herman Dune al een komische noot in de set. Een in een foute toonaard gestart “Try To Think About Me (Don’t Worry A Bit)” wordt laconiek uitgesteld tot later in de set, ten voordele van “Take Him Back To New York City”, dat zowel een tragische als opgewekte ondertoon in zich draagt, een beetje alsof de band gelaten een onafwendbaar noodlot afwacht en er, in afwachting van het onvermijdelijke, met een flauwe grimlach toch nog het beste van probeert te maken.

Het als een waar gebeurd verhaal aangekondigd “Lovers Are Waterproof” neemt het publiek niet alleen bij de neus, het sleept het ook mee een andere dimensie binnen, eentje die geacht werd alleen maar in films en literatuur te bestaan en waar je pas uit ontsnapt nadat de zaallichten opnieuw op volle sterkte branden. Hoewel na bijna een uur en drie kwartier de concentratie zijn beste tijd heeft gehad, was het jammer het schijnbaar uit frivoliteit en hartzeer opgebouwde universum van Herman Dune te moeten verlaten.

E-mailadres Afdrukken