Banner

WERCHTER 2008: Radiohead

zaterdag 5 juli 2008, Main Stage

(jbg) - 09 juli 2008

"Hoort Radiohead wel thuis als afsluiter op een festival, als ze toch alleen maar voor hun fans spelen?" Weten wij veel. Het zal ons bovendien worst wezen, zolang we dit Radiohead nog maar eens aan het werk kunnen zien. Magnifiek, dat was het, of ze nu "Karma Police" speelden of niet.

Radiohead voegde vorig jaar een nieuwe mijlpaal toe aan zijn lange en kronkelige carrière: In Rainbows, een album dat zelfs zonder het hele download-verhaal de commotie meer dan waard was. Het toonde een mooi Radiohead, een groep die voor het eerst in lange tijd zelfzeker en echt comfortabel klonk met haar geluid. Het feit dat, op "House Of Cards" na, heel de plaat zaterdag de revue passeerde, toont nog meer dat dit album, in tegenstelling tot Hail To The Thief, nergens ergerlijk vulsel bevat. Al bleef het toch een verrassing om de groep te horen openen met "Weird Fishes/Arpeggi". U rook het onraad al: Thom Yorke en co besloten nog maar eens dwars te liggen, en putten uit hun ronduit indrukwekkende liedjescatalogus om tot een eclectische en bewust obscure, haast bezwerende combinatie van nummers te komen. Wat vanzelfsprekend voor de nodige verdeeldheid zorgde tussen de twee extremen op de wei: terwijl de talrijke Head-heads in hogere sferen geraakten, begaf de gemiddelde, licht beschonken Werchter-ganger zich na een goed half uur al morrend naar de camping om zijn roes uit te slapen. De klachten zijn begrijpelijk: mensen komen naar een festival om zich te amuseren. Maar het mag ondertussen toch geweten zijn dat Radiohead al jaren geleden overgegaan is van jukebox naar een muzikaal enigma. Leer er maar mee leven.

Gefundenes Fressen voor de fans werd het dus, waarbij nieuw materiaal stond te schitteren naast nog altijd even opwindende klassiekers. Sterker nog: het waren deze nummers die de show stalen. Zo werden een pompend en groovy "The National Anthem" en een prachtig "Lucky" opgeluisterd door "All I Need", dodelijk benauwend maar o zo bedwelmend. "Faust Arp", akoestisch gebracht door Yorke en Jonny Greenwood, staat nu al geboekstaafd als één van dé concertmomenten van deze Werchter. En ook "Nude" viel allesbehalve uit de toon tussen een zeer dansbaar "There There" en een angstaanjagende uitvoering van "Climbing Up The Walls".

Ook "The Gloaming" was ronduit indrukwekkend, als een claustrofobische soundtrack van blieps en loops bij het visuele schouwspel dat zich ontvouwde op de ontzagwekkende metalen constructie van buizen en tralies boven de groep. "Idioteque" was zo mogelijk nog meer overrompelend; een spastische Yorke spuwde zijn onheilsboodschap uit over de gedweeë massa, verpletterd door een bombardement van beats en visuals als vuurpijlen. De muzikale paranoia en weemoed van "How To Disappear Completely" zorgde echter voor enige troost, terwijl de wrange hymne "Optimistic" even de hele wereld leek op te tillen.

En dan plots: "Just". Schijnbaar achteloos uit de mouw geschud, maar toch zo trefzeker. Het is dat facet van de groep, rechttoe-rechtaan-rock met een kloppend hart, dat we zolang hebben moeten missen, een facet waar ze voor het eerst sinds lang ook met plezier naar lijken terug te grijpen. Dat een nummer als "Reckoner" naast zo’n monument overeind blijft, mag een immens compliment heten voor deze rammelende brok emotie. "I’m Alive!": een venijnig "Bodysnatchers" krijgt de eer om af te sluiten, waarna het wachten is op de obligate bis om de laatste tien minuten te vullen.

Het werden er uiteindelijk dertig. "This is our way of saying goodbye", zoals Yorke zingt in het ademstokkende "Videotape", dat mee de kers op de taart helpt zetten. Een verstild "You And Whose Army?" volgde, waarna de groep plots met "2+2=5" ongemeen hard uithaalde: "You have not been paying attention!", schreeuwde een panische Yorke, terwijl Greenwood en O’ Brien als razenden hun gitaren geselden. Een immens catharsismoment dat er alleen maar groter op werd toen de weide "Paranoid Android" voorgeschoteld kreeg: een hit zoals enkel deze groep er één kan hebben, noot voor noot perfect nagespeeld maar daarom nooit minder dan geweldig. Dit was het nostalgiemoment waarvoor velen uiteindelijk gekomen waren, een moment dat dan ook gekoesterd werd en waarop volop meegebruld werd. De conclusie? "Everything In Its Right Place", het elektronische mantra dat Kid A mee tot een wereldplaat maakte, en de wei voor een laatste keer vanavond onderdompelde in onwereldse en hartverscheurend mooie tristesse. Het lichtspektakel doofde uit terwijl een Boeing richting Zaventem het luchtruim boven de weide doorkliefde, de groep van het podium afwandelde, en de betovering uiteindelijk verbroken werd.

Let niet op al het gezanik dat steeds gepaard gaat met een Radiohead-concert: ja, het was tegendraads, maar al wie hier geen ronduit spectaculair concert in kon zien, verwijzen we graag naar de neus-, keel- en oorspecialist van dienst. Radiohead is, om Tom Smith van Editors te parafraseren, "de beste band aller tijden". Of was het toch voor die twee uur, zaterdagnacht.

E-mailadres Afdrukken
 
WERCHTER 2008: Radiohead

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST