Banner

The Kills

24 maart 2008, AB

Joris Vanden Broeck - foto's: Tim Broddin - 25 maart 2008

The Kills live zien doet, nog meer dan het beluisteren van hun platen, afvragen waarom deze band ondanks alle aandacht nog steeds niet tot de gevestigde waarde behoort. Ja, het gebrachte materiaal is rauw, kaal en soms kwaadaardig. Maar het is evengoed zinderend, intens en fucking meeslepend.

De vorige landelijke doortocht van The Kills dateert van alweer drie jaar geleden. Afgaand op de aanblik die VV en Hotel toen boden, hadden we er geen geld op durven inzetten dat het duo het nog drie jaar zou uitzingen. De muziek die gebracht werd, klonk weliswaar wild, intens en gevaarlijk, maar de vertolkers zagen eruit alsof ze op sterven na dood waren. Een wereld van verschil met het duo dat vandaag aantreedt op het podium van de AB. VV en Hotel ogen mager, maar gezond. Samen met een broeierige nieuwe plaat onder de arm, de ideale nieuwe formule voor een waanzinnig concert.

Toch duurt het even voor het duo indruk weet te maken. “U.R.A. Fever” en een uitermate kaal “Pull A U” zijn potentieel sterke openers, maar worden zo gebracht dat ze niet meer dan gewoon onderhoudend zijn. Van dreiging of intensiteit is geen sprake en het duurt tot “Tape Song” eer VV en Hotel hun draai lijken te vinden. Dat nummer maakt langzaam maar zeker duidelijk dat de twee hun trucjes nog niet verleerd zijn en zorgt eindelijk voor wat interactie: Hotel die boosaardig blikkend het publiek uitdaagt en het duo dat onderling eindelijk lijkt te interreageren. Plots wordt er niet meer naast, maar samen gespeeld, wat onmiddellijk aan de kwaliteit te merken is.

Met “No Wow” kantelt de boel helemaal en krijgen we een groep in uitermate goede doen te zien en beginnen we opnieuw te beseffen waarom we ooit voor The Kills vielen. Dat hernieuwde vertrouwen wordt absoluut bevestigd met een ronduit superbe uitvoering van “Last Day Of Magic”, sowieso al een van de beste nummers die The Kills op hun repertoire hebben staan. Het duo hervindt zijn oude magie, zoekt elkaar op, doet alsof het publiek niet meer bestaat en verliest zichzelf in een zinderende performance die bij momenten een verbluffende samensmelting is tussen pure rawk en smachtende tederheid.

Bovendien is het bewonerswaardig én fascinerend te zien met wat voor een nonchalante cool VV zich doorheen “What New York Used To Be” zingt en haar aloude tic nerveux -- rondjes ijsberen -- afwisselt met een verstoppartijtje in de podiumgordijnen. Het is in ieder geval wat anders dan Hotel die tussen de nummers door zijn gitaar herstemt door de PA.
Echt verrassen doet het duo echter pas met “Cheap And Cheerful” waarmee openlijker dan ooit met disco geflirt wordt, maar waarbij de onderliggende boodschap van het nummer -- “It’s alright to be mean” -- zijn centrale functie absoluut handhaaft. Bovendien legt het tweetal onderhand een geladenheid aan de dag die zelfs voor de meeste koppels onbekend terrein vormt, maar in dit geval de muziek naar een hoger plan tilt.

Met het uit het debuut en intentieverklaring Keep On Your Mean Side afkomstige “Fried My Little Brains” gaat het dak er af, maar het is toch het ingetogen “Goodnight Bad Morning” dat met de eer van afsluiter gaat lopen. En terecht: de pijnlijke schoonheid die VV en Hotel in het nummer etaleren, weet als geen ander het gevoel op te roepen hoe het is om, een beetje verdwaasd, nog wakker te zijn en het ochtendgloren te aanschouwen. Dat er vervolgens als toemaatje nog een versie van “Love Is A Deserter” zo strak als de jeans van VV tegenaan gesmeten wordt, en de traditionele, van Captain Beefheart geleende afsluiter “Dropout Boogie” het signaal vormt voor het tweetal om zich ook lichamelijk in hun muziek te gooien, maakt de passage van The Killls er alleen maar intenser en beklijvender op.

E-mailadres Afdrukken
 
The Kills

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST