Banner

We’re Wolves + Man’s Ruin + High On Fire

8 september 2007, Trix

Guy Peters - 09 september 2007

Donder en bliksem! Een optreden van High On Fire is een veilige gok. Wie de platen in huis heeft (een must voor decibelvreters) en de band al eerder aan het werk zag, had kunnen weten dat het luid zou worden. Maar dit was meer dan zomaar dat, het was een overweldigende performance van een band die voor niets of niemand de duimen zal leggen.

Iets minder verpletterend, maar al even enthousiast, ging het eraan toe tijdens het concert van We’re Wolves, een nieuwe garde rock-’n-rollpredikers met o.m. volk van Officer Jones & His Patrol Car Problems in de rangen. Geen harcore punk deze keer, maar onversneden seventiesrock met een XL-dosis peper in de reet. We dachten aan The Gaza Strippers, Bad Wizard en nu en dan aan Peter Pan Speedrock. Kleine probleempjes: met dit soort bandjes kunnen intussen straten geplaveid worden en achteraf konden we ons amper een halve song herinneren. Maar hey, fun while it lasts volstaat soms.

Het ongelukkig genaamde Man’s Ruin (een aantal jaren geleden ook een stonerlabel dat spoedig de fles op ging) ging bijna even gedreven te werk, maar wist ons niet echt te bekoren. Zoals in de stoner- en hardrock al te vaak het geval is, was er wel sprake van een fijne sound, maar bleven songs en identiteit achterwege. Er werd volop geflirt met boogierock en protometal en leentjebuur gespeeld bij QOTSA en Nebula. Tien jaar geleden had dat vast prima geklonken, nu had het een retrogehalte dat moeilijk te verteren viel, al kan dat ook te maken hebben met de belegen grappen van een frontman met een fors Danzig-complex.

Zelfs de mediahoeren van Rolling Stone hebben het begrepen: in een recent nummer plaatsten ze High On Fire-opperhoofd Matt Pike in hun Top Twintig van hedendaagse gitaargoden. Terecht, want we kennen weinig gitaristen uit het genre van de doom/stoner/oermetal die ons dezer dagen nog echt weten te imponeren. De band brengt binnen enkele weken zijn vierde album, Death Is This Communion, uit, een plaat die perfect aansluit bij de woeste slagveldmetal van de eerste drie platen. Het is geen formatie die het moet hebben van imponerende complexiteit of scherpe agressie, maar van lompe, onmenselijke kracht. Van gebeuk. Vier albums lang al maakt High On Fire muziek bij hoefgetrappel, prehistorsiche slachtpartijen, bos- en andere branden en Viking-onheil.

Ook op het podium is de band de Motörhead van zijn tijd: everything louder than everyone else. De geluidsstroom is zo verwoestend dat iedere nuance verloren gaat en Pikes reutelgrom verzuipt in het kabaal, al komt dat de primaire punch van deze bosjesmannen met een missie enkel ten goede. Drummer Den Kensel klopte een uur lang oorlogsroffels, bassist Jeff Matz (voorheen bij Zeke) deed net als voorganger Joe Preston gecontroleerd maar efficient zijn ding en Pike is Pike: half mens en half riff, in blote bast, met één voet op de monitor en de gitaar bijna verticaal. Je mag er niet aan denken wat voor een onheilsverhaal "Klein, klein kleuterke" in zijn handen zou worden.

Na het optreden viel er wat gemor te horen bij het feit dat het trio meer dan de helft van de songs uit zijn recenste album haalde, maar de goede luisteraar hoorde dat die lillende lappen lawaai niet hoefden onder te doen voor oudere kleppers. Met "Sons Of Thunder" werd de set ingehouden (nu ja) op gang getrokken, maar nieuwkomers "Fury Whip" en "Waste Of Tiamat" deden de Trix (en het aanpalende Hof Ter Lo) meteen op zijn grondvesten daveren. Vuisten gingen de lucht in, hoofden knakten naar voor en achter, het zweet vloeide. Teruggrijpen naar het oudere werk gebeurde met "Eyes & Teeth" en de spectaculaire thrash van "Cometh Down, Hessian", om vervolgens de repetitieve riffs van "Death Is This Communion" in te schakelen.

"Rumors Of War" liet zich meteen kennen als nieuwe bandklassieker en kon enkel overtroffen worden door zowat het gemeenste een-tweetje van het jaar: "Turk" was een orgastische metalbom die kan plaatsnemen naast het beste van Slayer (dat drumwerk! die riffs!) en werd dan ook nog eens gevolgd door meezinger "Devilution". En toen zat het erop. Murw geklopt, badend in het zweet. Half doof, een aframmeling rijker. De triomf van de onderbuik was weer overrompelend.

E-mailadres Afdrukken