Banner

Kieran Hebden & Steve Reid + Birdy Nam Nam + TTC

6 mei 2007, Botanique

Hendrik Van Hemelryck - 07 mei 2007

Met vanavond drie groepen op het programma die elk onder een andere muzikale vlag varen en een verschillend publiek mobiliseren, lijkt het kernwoord “thematische samenhang” uit de doelstellingen van Les Nuits Botanique geschrapt te zijn. Of is er misschien toch een belangrijk raakpunt tussen de drie? Jawel, ze moeten het namelijk allemaal hebben van hun degelijke livereputatie: op het podium komen deze bands meestal sterker uit de verf dan op plaat. Vanavond maakt twee derde van de geprogrammeerde artiesten deze reputatie grotendeels waar.

Een uitgekiend gevoel voor coherentie kan het organiserende comité van Les Nuits vanavond niet toegedicht worden. Feestbeesten annex headliners TTC en draaitafelcollectief Birdy Nam Nam zijn nog enigszins complementair: ze delen Frankrijk als land van herkomst en staan allebei met hun wortels in de Franse hiphop. De keuze voor het freejazz- en improvisatieduo Kieran Hebden en Steve Reid is minder voor de hand liggend, net als de functie als opwarmer die het tweetal toegewezen krijgt.

Door het vroege uur van programmatie en het voornamelijk uit hiphopliefhebbers bestaande publiek, mag de meest vernieuwende (en beste) groep van vanavond openen voor de spreekwoordelijke twee man en een paardenkop. Hebden, alias folktronicakeizer Four Tet, en Reid, voormalig drummer bij grote meneren zoals James Brown, Fela Kuti en Sun Ra, laten het niet aan hun hart komen. Gezapig sloffen beide heren naar hun respectievelijke laptop/drumstel, die combattief tegenover elkaar staan opgesteld.

Hebden en Reid hebben een nieuwe plaat, Tongues, onder de arm; de derde al na het tweeluik The Exchange Sessions Vol. 1 & Vol. 2. Het verse album is toegankelijker dan zijn voorgangers: de nummers zijn korter (geen 15 minuten chaos meer) en vaak melodieuzer. Toch is het vanavond geen sinecure om in de heerlijke stroom improvisatiejazz die de heren serveren individuele nummers te herkennen. Alleen “The Sun Never Gets Down”, opener en beste nummer op de plaat, wordt min of meer albumgetrouw gebracht. Door de rest van het optreden zweeft een spannende onvoorspelbaarheid.

Hebden trekt de meeste composities op gang met een eenvoudige elektronische melodie of zelfs een enkele toon. Reid valt in en neemt vervolgens het voortouw: de man vuurt een dreigende basdrum af op het publiek, trekt tikkend tegen de cimbalen het tempo omhoog of omlaag, en initieert de eerste danspasje door tribaal drumwerk. Waar de drums van Reid op plaat een beetje achter de electronica van Hebden kleven, komen ze op het podium met recht en reden op het voorplan. Zelfs zonder klank is het een genot om de ervaren knar aan het werk te zien: Reids ogen draaien geregeld weg, hij schreeuwt zichzelf door een moeilijke passage en luchtdrumt nog even verder als een nummer gedaan is. Hebden moet soms zelf bewonderend grijnzen.

Telkens wanneer drums en electronica harmonieus samenvallen, worden de nummers omgegooid: Hebden laat hoge tonen botsen met de melodieuze groove, en creëert een muzikale chaos waaruit Reid vervolgens het nummer naar een nieuwe ingehouden climax trekt. Het is moeilijk om het bij die opgebouwde spanning en continue onvoorspelbaarheid van de composities van het tweetal niet uit te schreeuwen. De heren kalmeren de gemoederen ten slotte met een opvallend melancholische afsluiter, waar zelfs de sample van een saxofoon in sluipt. Bij het verlaten van het podium drukt de sympathieke Reid het publiek op het hart: ‘Keep on loving each other !’

Van die positieve boodschap blijft weinig over wanneer halverwege de set van Birdy Nam Nam alle middelvingers de lucht ingaan: zonet is meegedeeld dat Sarkozy de Franse presidentsverkiezingen gewonnen heeft en dat wordt gevierd met ‘une minute de bruit pour la merde, qui nous arrive!’. De zaal raakt tijdens het optreden van de vier Franse ‘copains’ gevuld met opvallend veel hippe vogels, gedrapeerd in het grootstedelijke uniform van de straat. Birdy Nam Nam maakt met enkel vier platenspelers dan ook muziek die past bij een zwart-witdocumentaire over Clichy-Sous-Bois. De dreigende instrumentale hiphop, breakbeat en zelfs hardcore van de groep evoceren de rauwe romantiek van de grootstad: met afval en kreupelhout afgelijnde metrosporen en grijze, steriele woonblokken waartussen het ‘racaille’ probeert te overleven. Birdy Nam Nam speelt een verdienstelijke set maar vervalt vanavond net een keer te veel in een vervelende monotonie.

Afsluiter TTC is andere koek. De groep maakt het mooie weer in Frankrijk en heeft net een nieuw album uit, 3615. Terwijl in de Kruidtuin een koude wind opsteekt, proberen de Franse rappers in de tent het vuur aan de lont te steken met hun eigenaardige brouwsel van grime, rauwe raps en carnavalshiphop. Hoewel die combinatie soms uitstekend te pruimen is, verzandt de groep vanavond in een slordige afwerking. Wanneer TTC zich waagt aan een bijzonder vals gezongen “Les Matins de Paris” (een synthpop nummer met Lio) krijgt het gevoel dat we op een futuristisch ‘fête du village’ zijn aanbeland de bovenhand. Tegen middernacht is de rode draad door deze avond volledig zoek, het ideale moment dus om de Jostieband te laten aanrukken. Naar het schijnt live ook niet slecht?

E-mailadres Afdrukken