Banner

Los Lobos

3 mei 2007, AB

GuyPeter - foto's: Evy Ottermans - 04 mei 2007

Hoewel Los Lobos voor miljoenen mensen synoniem staat voor het kapotgespeelde "La Bamba", weet wie zijn oren heeft opengehouden echter dat de band zo veel meer te bieden heeft. Het strekt de groep dan ook tot eer dat ze die song gisteren achterwege liet. En geen mens die daarom maalde, want er werd nog maar eens een prachtige invulling gegeven aan het begrip "pure klasse".

Het was duidelijk dat het aanwezige publiek de band al een tijdje op de voet volgt. Dertigers, veertigers en vijftigers (netjes verstopt in zeteltjes) leken de songs te beleven als ging het om klassiekers die jaar na jaar de eindejaarslijstjes bevolkten. Voor een keer haalden wij de gemiddelde leeftijd naar beneden: het is eens iets anders. Anderhalf uur lang pakte het vijftal uit met een veelzijdigheid die hen niet enkel de ultieme kandidaten maakt om uw Mexicaans getinte tuinfeestjes op te luisteren, maar hen ook in ere herstelt als een van de beste Amerikaanse rockbands tout court.

De voor 100% uit cool en Ray Ban opgetrokken Cesar Rosas kondigde aan dat de band zou openen met wat folksongs, wat er meteen voor zorgde dat een zuidelijker breedtegraad werd opgezocht. De mùsica norteña, afkomstig van naar Texas uitgeweken Mexicanen, bewezen ze al meermaals onder de knie te hebben (La Pistola y El Corazon was ooit een prachtige trip door hun voorgeschiedenis). Dat de band bovendien al een kleine vijfentwintig jaar in dezelfde bezetting speelt, valt te merken aan het gemak en speelplezier die elke song vervullen. De band zocht al verrassend vroeg haar klassieker Kiko op met "Saint Behind The Glass" (haal die plaat meteen in huis, en koop een exemplaar voor al uw vrienden), en pakte daarna uit met een nummer uit zijn recentste album, The Town And The City: "Chuco’s Cumbia".

Wie echter had verwacht dat het optreden opgehangen zou worden aan die plaat, had het mis. In plaats daarvan werd immers een staalkaart aangeboden van meer dan twee decennia Los Lobos: een dozijn songs dat niet enkel de norteña aandeed, maar ook blues, tex-mex en venijnige rock-’n-roll erbij betrok. Elk lid in de band is multi-instrumentalist, wat dan ook leidde tot een indrukwekkend rijk klankenpalet. David Hidalgo bespeelt, naast zowat al wat snaren heeft, ook de accordeon, Louie Perez speelt gitaar en drumt, en vijfde man Steve Berlin is een krak op toetsen, bariton- en sopraansax én dwarsfluit (met een geweldige solo tijdens het zwoele "Luz de Mi Vida"). Door het gemak waarmee de band speelt, komen de songs tot hun opperste wasdom: zo werd "Is This All There Is?", oorspronkelijk een brok vertwijfeling die steeds een domper op de feestvreugde zet, in een zompig funkende versie gegoten.

De veelzijdigheid van de band werd niet enkel aangetoond binnen de songs, maar ook door de opeenvolging ervan. Halverwege de set waren de vijf en hun drummer opgewarmd genoeg om uit te pakken met een register van intense blues ("Chains Of Love"), pure rock-’n-roll ("Don’t Worry Baby" uit carrière-hoogtepunt How Will The Wolf Survive?), experimentele rootsmuziek ("Kiko And The Lavender Moon") en de betere hoempapa waar ze het volk mee uit hun dak deden gaan ("Let’s Say Goodnight"). De goesting spatte van de grijnzende gezichten, en het enthousiaste publiek werd keer op keer bedankt met een grappig "Thank you, music lovers".

"Cumbia Raza" bracht de keet bijna op z’n kookpunt, maar het was een duchtig rockende versie van "Mas y Mas" dat de set afsloot met vurig gesoleer en een groove om "U" tegen te zeggen. Wat ze doen is niet bepaald "hip" (en dat zijn ze, met Kiko als mogelijke uitzondering, nooit geweest), maar wie geeft een moer om hip zijn, als je zo aanstekelijk de pannen van het dak kan spelen? Het optreden werd afgerond met een lustig meegezongen "I Got Loaded", en een onverwachte cover van "My Generation", die liet zien dat De Wolven nog altijd beschikken over het heilige vuur. Los Lobos kwam, zag, en bewees waarom dat het tot de belangrijkste en meest gerespecteerde Amerikaanse bands van de laatste dertig jaar wordt gerekend. Virtuositeit, klasse en een verfrissend gebrek aan pose gingen hand in hand, wat nog eens benadrukt werd toen de volledige band zich na het optreden mengde onder het volk, niet vanzelfsprekend voor een band van dit kaliber.

E-mailadres Afdrukken