Banner

Luc Crabbe + Danny & Dusty

10 april 2007, AB Box

Guy Peters - foto's: Evy Ottermans - 11 april 2007

In deze tijden van onverhoopte, onwaarschijnlijke en vooral overbodige reünies zou een mens voor minder argwaan beginnen te koesteren tegenover de motieven van de betrokkenen. Niet zo bij Danny & Dusty (Dan Stuart & Steve Wynn). Hun ambitie werd op hun cultalbum uit 1985 immers netjes samengevat als "Somewhere in this world, it’s happy hour". Tweeëntwintig jaar later staat de band plots in Brussel.

Maar eerst Luc Crabbe, voormalig aanvoerder van Betty Goes Green en Telstar, en tevens Vlaamse vriend van Steve Wynn. Crabbe bracht vorig jaar z’n geslaagde solodebuut Ghost In A Dream uit, een tussen classic rock, pop en ingetogen liedjes stuiterend werkstuk waarop hij meer dan eens aansluiting vond bij de aanstekelijke gitaarrock van Wynn. De set van Crabbe was opgebouwd rond songs uit dat album, die stuk voor stuk overeind bleven in een amper gevulde AB Box. Single "Charlesman" was een ingehouden binnenkomer, die al snel moest wijken voor ultra-catchy oorsnoep als "Every Single Day" en retroparel "Thin Ice".

Daarna vond hij een geslaagd evenwicht tussen nieuwe nummers ("Golden Boy", "A Perfect Night For A Moondance", het geweldige "Ghost In A Dream") en ouder werk ("I Love It" van Betty Goes Green, "Good Together" van Telstar). Crabbe mag dan wel een stapje teruggezet hebben sinds de hoogdagen van Betty Goes Green, het is duidelijk dat de witte van Ternat het nog in de vingers heeft. De songs klopten, de band was potig en/of ondersteunend waar nodig, en begeleidde de voorman uitstekend tijdens een knappe, afsluitende cover van The Velvet Undergrounds "Rock & Roll".

Ze beseften het op dat ogenblik waarschijnlijk niet, maar toen Stuart en Wynn (toen even zonder Dream Syndicate) met leden van The Long Ryders The Long Weekend opnamen tijdens een driedaagse slemppartij, zorgden ze voor een van de essentiële schakels in de ontwikkeling van wat nu alt. country wordt genoemd. Het album staat intussen bekend als een van de ultieme caféplaten: spontaan/rommelig, ondeugend en doordrenkt met bier en bourbon, maar het sloeg ook een brug tussen klassieke rootsrock en de gitaarbands die midden jaren tachtig uit de grond geschoten waren.

Onlangs verscheen uit het niets Cast Iron Soul, het vervolg waarop Stuart en Wynn worden bijgestaan door oudgedienden Stephen McCarthy (gitaar), Chris Cacavas (toetsen), Bob Rupe (bas) en Johnny Hott (drums), met wie Wynn al in Gutterball speelde. Het was ook deze line-up die in Brussel voor het eerst aantrad. De toon werd meteen gezet door "The Word Is Out" en "Song For The Dreamers", oude songs die de tand des tijds prima hebben doorstaan. Nieuw materiaal als "New York City Lullaby", "Cast Iron Soul" en "Good Old Days" sloot er stilistisch bij aan, maar toch bleken vooral de oude songs indruk te maken.

Het was duidelijk dat de band nog zonder routine speelde. Voor een stuk is dat natuurlijk een deel van de charme, maar zelfs een dansende en gezichten trekkende clown als Stuart kon niet voorkomen dat de set halverwege pijnlijk begon in te zakken met een aantal te slordig afgehaspelde, sentimentele dronkemansliederen. Vanaf het rockende een-tweetje "Raise The Roof" en "Bend In The Road" kwam er gelukkig terug schot in de zaak en werd er richting finale gedenderd met een rauw en hilarisch "The King Of The Losers" en ieders favoriet "Baby, We All Gotta Go Down", waarmee de band het publiek ei zo na wijsmaakte dat ze in een rokerige kroeg in de USA waren terechtgekomen.

Na de bisronde (met onderonsje "That’s What Brought Me Here") en anderhalf uur caféliederen zat het erop. De band kon niet tegemoet komen aan onze verwachtingen (eerlijk is eerlijk), maar in het begin en vooral aan het einde van de set toonden de heren waartoe ze in staat zijn. De magie die vaak te zien is tussen Wynn en zijn begeleidingsband The Miracle 3 was hier afwezig, en daardoor was het niet memorabel zoals een nachtje doorzuipen met een paar verwante zielen dat kan zijn, maar het was een geloofwaardige reünie, die wat ons betreft best nog een vervolg mag krijgen. Liefst voor 2029.

DE FOTO'S
E-mailadres Afdrukken