Banner

Marc Ribot & Ceramic Dog

7 maart 2007, Vooruit

Guy Peters - foto's: Laura Wauters - 09 maart 2007

Het woord wordt geregeld te snel aangewend, maar in het geval van meestergitarist Marc Ribot mag men gerust spreken van een gigant van de moderne rock en jazz. Hij mag een groot deel van z’n roem dan wel te danken hebben aan bijdragen aan andermans platen, het belette niet dat de tweede verdieping van de Vooruit volliep voor een project waarvan gefluisterd werd dat het ’s mans meest opwindende in tijden zou zijn.

Als begeleider van Tom Waits en multi-inzetbare sidekick van John Zorn kan Ribot al een aardig cv voorleggen, maar enkel die grote namen noemen zou hem tekort doen, want hij speelde ook soul met Solomon Burke, latin met de Cubanos Postizos, pop/rock bij Elvis Costello en Freedy Johnston, en free jazz met het kruim van de New Yorkse en andere scenes. Dat hij daarbij, net als die andere grootheden Bill Frisell en Arto Lindsay, ondanks duidelijke invloeden toch steeds z’n eigen, herkenbare draai aan het geheel weet te geven, bewijst nog maar eens zijn veelzijdigheid en immense creativiteit.

Ook in de Vooruit werd het zoeken naar referenties een spelletje: zo hoorde je duidelijk de rauwe feedbackexperimenten van Jimi Hendrix terug, maar ook het hoekige spel van Robert Quine, de withete Sturm und Drang van Sonny Sharrock en de lyriek van John McLaughlin. Ribot werd daarbij bijgestaan door Shahzad Ismaily (bas, moog, elektronica) en Ches Smith (drums), twee jonge honden uit de experimentele wereld die alles uit de kast moesten halen om het eclecticisme van de meester bij te benen. Bij momenten was de interactie tussen de drie adembenemend om te aanschouwen, al viel soms ook op dat het trio niet steeds even goed communiceerde, wat dan ook leidde tot veelzeggende gelaatsuitdrukkingen bij de gitarist.

Wat de drie lieten horen was niets minder dan een nieuwe invulling van het begrip postrock, een amalgaam van stijlen en geluiden dat schatplichtig is aan een paar decennia (experimentele) rock en er toch in slaagt hypermodern te klinken. Ze vielen meteen in huis met stompende avant-rock zoals Ribot die vijftien jaar geleden bracht met de Rootless Cosmopolitans, en vanaf dan werd het een lange trip door Ribotland, met uitstapjes richting funky bluesrock (of bluesy funkrock?) zoals bij Robert Randolph, vurige fusion à la A Tribute To Jack Johnson van Miles Davis, moderne Beefheart, met elektronica opgesmukte jazzrock uit het vaatje waar ook Jaga Jazzist uit tapt, en hyperkinetisch gerammel en gegier.

De eerste helft van het optreden is een aaneenschakeling van hoogtepunten: de muziek is luid en opzwepend, zodat het al snel zweten wordt in de snikhete Balzaal. De ritmesectie speelt met de energie en toewijding van een punkband en Ribot, geconcentreerd over z’n gitaar gebogen, vervormt zijn hoekige spel met een arsenaal aan effecten en pedalen. Gaandeweg zou echter blijken dat juichen wat voorbarig was. Het eclecticisme haalt geregeld de vaart uit het optreden: zo worden tegen no wave aanleunende songs (mét zang) afgewisseld met meanderende jazz: het stukje “Invocation” van Spiritual Unity ontbeert daarbij de spanning van de studioversie.

Naar het einde van de set vindt Ribot het helaas ook nodig een gedicht voor te dragen, geruggensteund door ingehouden gitaargeneuzel, maar net zoals dat zo vaak het geval is bij de combinatie van poëzie en muziek, is het resultaat een slaapverwekkend intermezzo. Vanaf dan slaagt het trio er ook maar enkele keren in de opwinding van het eerste half uur terug te krijgen. Er volgen nog twee licht overbodige bisrondes die bevestigen wat we een half uur eerder al beseften: de band is wel degelijk in staat tot geweldige dingen en een performance die we aan het einde van het jaar nog eens oprakelen, maar dan wel op voorwaarde dat hij enkele inferieure songs en experimenten achterwege laat en rauwe bondigheid zijn werk laat doen.

MEER FOTO'S

E-mailadres Afdrukken
 
Marc Ribot & Ceramic Dog

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST