Banner

Geike Arnaert

Botanique, 16 mei 2019

Tom De Moor - 17 mei 2019

De terugkeer van Geike liet lang op zich wachten, maar klonk niet als de eindhalte van een zoektocht. Bij momenten hoorden we Novastar met een gastzangeres, soms kwam Hooverphonic opnieuw in gedachten, maar te weinig hoorden we de solo-artieste die er een aantal jaar geleden wel leek te staan.

De solocarrière van Geike Arnaert leek na het ondergewaardeerde For The Beauty Of Confusion een stille dood gestorven. Te betreuren, want als meest intrigerende stem en meest betoverende sirene van Hooverphonic schonk ze de belpop enkele van zijn grootste klassiekers. Dat moet Joost Zweegers ook gedacht hebben, want hij zette zijn schouders mee onder de later dit jaar te verschijnen tweede, die met een mini-tour al live voorgeproefd kan worden.

Wanneer “Sirens Call” de hoofdset afsloot, leken de puzzelstukken met die nieuwe partner in crime helemaal op zijn plaats te vallen op het kruispunt van de stijlen die hen destijds groot maakten: atmosferische, melodramatische pop met een meeslepende melodie die in het refrein een mooie lift krijgt. De warmte van Novastar krijgt een extra laagje elektronica die Arnaerts koelere, bedwelmende stem tegemoet komt. Een mooi compromis tussen heden en verleden, maar slechts een van de weinige.

Vaak rolde de bal radicaal richting Zweegers, met gemengd succes. De single “Off Shore” draagt trots ’s mans signatuur -- een tijdloze popriedel op het snijpunt tussen aanstekelijk en verdomd goed geschreven -- en wordt met zichtbaar enthousiasme opgevoerd. Met het a capella ingezette “Lost In Time” kreeg Geikes flexibele stembereik eerst de spotlight, alvorens middenin een rondje Novastar-dramatiek geplant te worden, helaas minder bevlogen uitgevoerd door de backing band die niet te ver buiten de lijntjes durfde te kleuren. Vernieuwing is hier ver zoek, maar oerdegelijk vakmanschap is het zeker. Helaas klonk niet elke song die hij schonk van hetzelfde kaliber. Hoe beloftevol ook ingezet, “Sea Love” zakte tussen het clichématige refrein en de goedkope, potsierlijke gitaarsolo in van niveau b-side naar studioschrapsel af. De opener “Black Land Schore” kreeg zelfs nooit het refrein waar het eindeloos heen leek te kabbelen.

In de tweede helft van de set hoorden we sterker materiaal dat duidelijker naar het verleden van Geike lonkt. “Question” wisselde rokerige strofen af met een atmosferisch refrein en had niet misstaan op Hooverphonics (No) More Sweet Music. De vertraagde start van de Mercury Rev-cover “Vermillion” bood een echo van “Vinegar & Salt” -- verdomd jammer dat die live geen kippenvelmomenten meer kan opleveren. Het fabuleuze “Orion” speelde zich ergens op het midden van Another Lonely Soul en Blue Wonder Power Milk af, maar deed ook even terugdenken aan For The Beauty Of Confusion, waar de stem van Arnaert de hele tijd met deze geut mysterie overgoten werd. Ook “7 Seasons”, met zijn obscure wavy synthriedel, deed terugdenken aan dit geluid dat haar zo gegoten zat en waar haar podiumprésence ook het best bij gedijt. Wat sneu dat de debuutplaat compleet geweerd werd uit deze set, want songs als “Icy” en “Unlock” hadden zo veel meerwaarde kunnen bieden. Ze hadden gerust het makke, bij momenten zelfs ongemakkelijke countrypop-experiment “Middle Of The Night” uit de set mogen boksen.

In het algemeen voelde dit optreden dus te zeer aan als een try-out van een goed bij stem zijnde, maar zoekende Geike Arnaert. Sommige nummers vielen te bleek uit, andere hadden een karakter dat niet altijd het hare was. Vooral rekening houdende met het feit dat ze acht jaar geleden zo goed als een eigen sound gevonden had, lijkt dit een serieuze stap terug.

E-mailadres Afdrukken