Banner

Fred Hersch

15 mei 2019, Flagey

Guy Peters - foto's: Vincent Soyez - 16 mei 2019

Jaja, we brachten onlangs al verslag uit over het concert van Fred Hersch in de Handelsbeurs. Maar Fred Hersch is natuurlijk Fred Hersch, en als hij komt, dan ga je. In november van 2017 speelde hij met zijn Trio een concert in Studio 4 van Flagey dat uitgebracht werd als Live In Europe. Zolang er zich geen drama’s met verdwenen digitale files voordoen, had het er alles van dat er weer een fraaie soloplaat staat aan te komen. Deze Hersch was in vorm.

Het concert was aangekondigd als een soort release concert rond het in 2017 verschenen Open Book, maar het werd al snel duidelijk dat de pianist geen zin had in een herhalingsoefening, ook al is dat dan met de bedenking dat het mooie van Hersch er net in schuilt dat je elke keer weer iets anders, of toch een aangepaste versie, te horen krijgt. Net als het concert in maart werd dit een evenwicht van standards, eigen werk en uitvoeringen van popsongs, waarbij de elegantie de overkoepelende factor is. Of Hersch zich nu een dartele weg baant door “When I’m Sixty-Four” of een ernstiger, monochromer stuk als “Duet” uit Songs Without Words; je bent overgeleverd aan een meester die geen gimmicks, onverteerbaar drama of acrobatie nodig heeft om te imponeren.

Er zijn vast wel pianisten die technisch meer indruk maken, die een breder register aanspreken, meer temperament in hun muziek stoppen en mikken op grotere, dikker aangezette emoties, maar weinigen spelen die ballades (“Wouldn’t It Be Lovely” uit My Fair Lady, “My Funny Valentine”) zo geraffineerd, laten de onderhuidse dansbaarheid zo subtiel binnensijpelen (“Havana”), of benaderen een standard uit de vroege jaren dertig met zo’n omzichtigheid die het onvergetelijke thema heimelijk binnensmokkelt om je vervolgens helemaal te overmannen ("All Of Me"). En er is dat toucher, dat in combinatie met dat pedalengebruik beelden oproept van een porseleinen elegantie. Hersch zou zelfs een stompende boogiewoogie met een klauwende linkerhand nog gracieus laten heupwiegen.

Het was een mooi uitgebalanceerde set, nog een beetje consistenter en langer dan die van de Handelsbeurs, waarin ook een paar mooie verrassingen te rapen vielen. Zo speelde de man deze keer twee stukken van Billy Strayhorn, lange tijd Duke Ellingtons rechterhand en een van de sleutelcomponisten van het swingtijdperk en erna. Het wat minder bekende “Upper Manhattan Medical Group” dat Hersch opnam voor Passion Flower (1996), een album met enkel Strayhorncomposities, was een hoogtepunt dat met een enorme finesse in elkaar gepast werd. Idem voor “Lotus Blossom”, uitgevoerd als derde en laatste bis ter ere van het Gay Pride weekend.

De pianist pakt ook steeds graag uit met de muziek die hij beluisterde voor hij zich aan de jazz wijdde, en speelde naast The Beatles ook een knappe uitvoering van Joni Mitchells “My Old Man” (uit het klassieke Blue) en nam Billy Joels “And So It Goes” op zo’n manier onder handen dat je eerder aan de hymnebewerkingen van Hank Jones en Charlie Haden moest denken dan het wat stoffig-melige origineel. En natuurlijk passeerde er naar goede gewoonte ook een stukje Monk, deze keer “Eronel” als we het goed hebben. Ook hier: geen dik aangezette Monk-isms, maar die wat struikelende stijl (ooit geniaal omschreven als “like missing the bottom step in the dark”) in een echt Hersch-kader.

Het was, kortom, alweer een heel mooi concert van een van de meest cruciale jazzpianisten van de voorbije decennia. Eentje die er in het jaar dat hij 64 wordt, en ondanks wat fysieke ongemakken, nog altijd een benijdenswaardige productiviteit op nahoudt en binnen zijn relatief traditioneel kader wel steeds een frisse wind doet waaien. Vervolg op Gent Jazz, waar hij op 6 juli speelt met de WDR Big Band.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Fred Hersch
 
Fred Hersch

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST