Banner

Better Oblivion Community Center

8 mei 2019, De Roma

Sylvia Eeckman - foto's: Robin Dua - 10 mei 2019

“It will all end in tears” voorspelde de backdrop achter de vijfkoppige band. Zo ver kwam het niet in De Roma. Bridgers en Oberst verkozen het stevigere gitaarwerk boven een warm dekentje folkrock en dat eiste zijn tol in een ruimte waar het geluid niet helemaal meezat.

Het is een samenwerking die tot de verbeelding spreekt: de geliefde indieprins die vijftien jaar geleden de hoogste toppen scheerde en het alom geprezen nieuwe talent; de donkerharige vergane glorie met genoeg ‘grain’ in de stem om een volledige oprit mee aan te leggen en de van puurheid overlopende singer-songwriter die een zaal knock-out mept met loepzuivere uithalen. Maar zelfs zonder die gunstige omstandigheden en gemeenschappelijke vrienden, viel te voorspellen dat een samenspel van Conor Oberst en Phoebe Bridgers iets moois zou voortbrengen. Hun beider solowerk draagt immers eenzelfde kern van droefheid met zich mee die de luisteraar op de knieën dwingt. De mooi gedoseerde samenzang en speelsheid van hun debuut probeerden ze woensdagavond met wisselend succes op hun publiek over te brengen.

“Wat fijn dat jullie dranghekken hebben geplaatst. De stagedivers werden echt een probleem op deze tournee”, grapte Christian Lee Hutson. Het bleken profetische woorden van de ironische gitarist, die eerder al de hoofdact inleidde. De groep zelf leek er doorheen de avond nochtans schik in te hebben, met Hutson en Bridgers op de knieën voor een gitaarduel of een vanuit strandstoelen gebrachte versie van “Exception To The Rule”. Maar net als de wat zielig rondstuiterende strandballen, kwam de vakantiestemming nooit echt van de grond bij het publiek dat erbij stond alsof Medusa net hun pad had gekruist. De soundmix zat daar gedeeltelijk voor iets tussen. De Roma, karaktervol als ze is, sleept jammer genoeg niet de beste reputatie met zich mee wat betreft geluidskwaliteit. Vooral wanneer de voltallige band zijn duit in het zakje deed, was het soms verdrinken in een geluidssoep met te lang rondgalmende bassen en een overheersende kickdrum. Onder meer de finales van “My City”, “Dylan Thomas” en “Big Black Heart” gingen jammerlijk ten onder in een monotone brij. Beetje sneu dus dat de nadruk hoofdzakelijk op het rockgehalte kwam te liggen. Meanderende of ontspannen albumversies kregen daarbij een schop onder de kont of een net iets potigere uitvoering, zoals het oorspronkelijk zacht walsende “Forest Lawn” of het refrein van “Sleepwalkin’” dat aan dubbele snelheid voorbij raasde.

Eerder schreven we al dat de magie van BOCC hem net zit in de 'little moments of purpose', de subtiele details en terloopse ontboezemingen die onverhoeds een gevoelige snaar raken. Die broodnodige connectie vond juist plaats wanneer de volumeknop even omlaag ging, zoals op het door Bright Eyes reeds gecoverde “Devil Town”. Zelfs in een ontspannen uitvoering passen de toon en stem van Daniel Johnston’s origineel Oberst als gegoten. Ook wanneer Bridgers haar ding kon doen, was het raak. Het verstilde “Chesapeak”, een ode aan de betekenis van muziek, liet de meest memorabele indruk na, op de voet gevolgd door het charmante duet “Would You Rather” uit Bridgers’ debuut Stranger In The Alps. De gefluisterde empathie van “I’m a can on a string / you’re on the end” snijdt oneindig veel dieper dan de poppunkschreeuw waarmee Oberst het teergevoelige “Funeral” de vernieling in ramde. Refrein “Jesus Christ, I’m so blue all the time” klinkt in een Desaparecidos-jasje simpelweg ‘leuk’, maar een echte impact ontbrak.

Dan bracht Bridgers het er beter vanaf tijdens de bisronde. Terloops de basdrum beklimmend, bracht ze een ongedwongen versie van “Easy/Lucky/Free”, maar voor een vlam in de pan was het te laat. Te vaak ontbrak het aan een juiste sfeer en na 75 minuten pruttelen, bleek de hoop op een better oblivion er een van wel erg vergankelijke aard.

E-mailadres Afdrukken
 
Better Oblivion Community Center

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST