Banner

Made To Break

9 oktober 2018, De Studio

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 10 oktober 2018

Negentien jaar na zijn eerste concert in België was Ken Vandermark alweer present met Made To Break. Dat het opnieuw gebeurde via de mensen die hem al die tijd geleden boekten, zegt misschien genoeg. Ze zijn dun gezaaid, de programmatoren die consequent en wars van opgeblazen hypes en al te dominante boekingskantoren de echte vernieuwers en creatieve geesten van nu naar hier blijven halen. Maar hun volharding is ook terecht, want de onvermoeibare componist/improvisator uit Chicago stelt eigenlijk nooit teleur.

Het was op 20 november 1999 dat Vandermark in Hasselt stond – een duo-performance met drummer Paul Lytton die uiteindelijk op album English Suites belandde. 1999 was bovendien een sleuteljaar voor de rietblazer. Die was op dat moment al uitgegroeid tot een vaste waarde in zijn lokale scene en was druk in de weer met de band die hem ook snel internationale faam zou bezorgen, The Vandermark 5. Het was ook het jaar dat hij de beruchte MacArthur Fellowship ontving, een beurs die zijn samenwerking met heel wat Europese gelijkgezinden in een stroomversnelling bracht en tot op vandaag sporen nalaat in ’s mans (stilaan gigantische) oeuvre.

Geen idee of het de omvang van zijn discografie of de taaiheid van sommige van zijn projecten is, maar Vandermarks internationale status wordt eigenlijk een beetje in de zeik gezet door de bescheiden aandacht die zijn muziek te beurt valt, zowel bij pers als publiek. Weinigen blijven zo gedreven en compromisloos op zoek gaan naar nieuwe vormen van expressie op de wip tussen compositie en improvisatie, gaan blijvend de uitdaging aan om niet in de val van de herhaling te trappen door voortdurend op zoek te gaan naar nieuwe sparringpartners die garant staan voor een tabula rasa of een artistieke verhouding die een nieuwe dimensie toevoegt aan een voortdurende transformatie.

Een working band onderhouden zoals The Vandermark 5, dat is anno 2018 gewoon niet meer realistisch, maar het internationale kwartet Made To Break is de band waarmee hij dat ideaal misschien nog het meest benadert. Sinds 2013 leverde dat acht albums op (vijf reguliere en drie digitaal verspreid via zijn eigen Audiographic Records), waarvan het broeierige Trebuchet (Trost Records, 2017) het meest recente is. Samen met drummer Tim Daisy, gitarist/bassist Jasper Stadhouders en elektronicaman Christof Kurzmann creëert Vandermark een potige, diep in de rock verankerde sound waarin zijn fascinatie voor ritme en werken met modules uitgewerkt worden.

Starten deed hij met de hoofdknikmetronoom van “Hydroplane”, de opener van Trebuchet, die meteen uitpakte met een gespierde, gortdroge groove, waarbij elektrische bas en strakke drums opgejaagd werden door Vandermarks vurige tenorsax en Kurzmann zijn golven wegtrok uit de achtergrond en begon met het boetseren van klankbrouwels en spiegeleffecten die moeiteloos inpikten op de cadans van de muziek. Kurzmann is het typevoorbeeld van een elektronica-expert die in real time mee improviseert, inpikt, manipuleert of het stokje overneemt. Het viel er dan ook aan te horen dat het kwartet aan het einde van zijn concertreeks zat: wendingen werden hecht aangezet, de montage van de modules gebeurde naadloos en zonder aarzelingen.

Made To Break is nadrukkelijker dan The Vandermark 5 destijds geënt op postpunk en groove (iets wat de band gemeen heeft met het recenter samengestelde Marker, dat begin 2019 hopelijk in deze contreien te zien is), maar speelt wel even virtuoos-achteloos met het basismateriaal. Collectieve passages leiden regelmatig tot individuele uitweidingen, zoals een solo van Stadhouders die met attributen en ongedurige vingers tot ver buiten het traditionele vocabularium van de jazzgitaar ging. Het was een moment van gretige ontregeling, een contrast met het hechte samenspel van wat voorafging en zou volgen. En zo speelde de band een drietal langere stukken, die soms bestonden uit opvallende contrasten, zowel in klankkleur als in dynamiek en energie. Soms, en vooral als de leider de klarinet hanteerde, werd aangeleund bij kamermuziek of vrije improvisatie, maar het leidde net zo vaak tot beukrock en electro-akoestische uitweidingen die in een vingerknip in een andere richting gestuurd konden worden.

Een driftig gesticulerend, vierkoppig beest waarmee je alle richtingen uit kan, dat is de indruk die Made To Break maakte. De muziek werd vernuftig geconstrueerd én drastisch gedemonteerd, hield discipline en vrijheid moeiteloos in evenwicht, klonk strak zonder in te boeten aan spontaniteit, en was doordrongen van de rusteloze energie die er al in zit sinds het tweeluik Lacerba/Provoke, met die bedenking dat het nu allemaal nog een stuk organischer klonk. Vier persoonlijkheden die er stonden als een blok, maar elk ook hun stempel op het geheel drukten. Kortom: een topband die het allemaal bedrieglijk makkelijk deed lijken en met twee vingers in de neus een vitale, urgente indruk maakte.

E-mailadres Afdrukken