Banner

Jim White

7 december 2017, GC Den Egger (Scherpenheuvel)

Bjorn Weynants - 09 december 2017

Zijn nieuwste album mag dan niet meteen het sterkste uit zijn oeuvre zijn, dat neemt niet weg dat we nog altijd reikhalzend uitkeken naar het optreden van Jim White. In cultureel centrum Den Egger in Scherpenheuvel -- een gezien de talrijke religieuze verwijzingen in het werk van White niets eens zo’n vreemde plaats -- bracht hij het derde van vier Belgische optredens op zijn tour.

Maar eerst was het de beurt aan de ondertussen van Antwerpen naar Brussel verhuisde Amerikaanse muzikant Matt Watts voor een korte set. Een geslaagde cover van Gene Clark’s “Polly” en een nieuw, eigen nummer over zijn ervaringen in de broeierige deep south bracht hij alleen. In wezen eenvoudige folk die dankzij Watts warme stem erg weet te boeien. Daarna kreeg hij het gezelschap van bassist Nicolas Rombauts (Dez Mona, Stanton) en gitarist Geert Hellings (Stanton, Brzzvl) die ook Jim White zouden begeleiden, wat zijn songs een voller geluid gaf. Het meest verrassend was een geslaagde rootsversie van Michael Jacksons “Billie Jean” maar ook het bluesy “Rachel” wist te bekoren. Amper een handvol nummers bracht Watts, maar dat was ruim voldoende om de aanwezigen te overtuigen van zijn talent.

Zeggen dat de theaterzaal in het cultureel centrum goed volgelopen was voor Jim White, zou de waarheid enigszins geweld aan doen. Amper een veertigtal aanwezigen waren neergevleid in de pluchen zetels van Den Egger. White zei dat hij vreesde dat er niemand zou komen naar een optreden in een stadje waar hij nog nooit van gehoord had. “Maar kijk, jullie zijn toch gekomen,” om er meteen half lachend aan toe te voegen: “al zijn jullie niet met veel.” Niet dat White zich erdoor liet ontmoedigen, want als er ook maar één iemand in het publiek zou zitten die al jaren wacht om hem eindelijk eens aan het werk te zien, dan zag hij het als zijn plicht om onder alle omstandigheden alles te geven.

Hoewel White deze tour op zijn eentje ondernam, maakt hij voor de Belgische concerten gebruik van de diensten van Nicolas Rombauts en Geert Hellings. Een vriendschap die ontstond toen Jim White een aantal jaren terug het debuutalbum van de Vlaamse rootsband Stanton -- waarin beide heren spelen -- producete. Vorige maand bracht Jim White een nieuw album, Waffles, Triangles & Jesus, uit. Een album dat als geheel toch een beetje te veel verschillende kanten uitspringt. Want hoewel White vaak in het roots- of americanahoekje geduwd wordt, hoort hij daar eigenlijk niet helemaal thuis. Hoewel zijn muziek overduidelijk beïnvloedt wordt door de sfeer en de cultuur van het Amerikaanse Zuiden, is het vooral een amalgaam van verschillende invloeden. Soms levert dat volstrekt unieke resultaten op, maar op andere momenten is de som minder dan de delen.

De eerste nummers (“Corvair”, “Plywood Superman”) waren spooky folksongs waarna White zijn mondharmonica bovenhaalde voor een slepend “Jailbird”. Opvallend was hoe goed zijn Belgische sidekicks op hem ingespeeld waren hoewel ze pas vlak voor zijn eerste optreden de nummers samen gerepeteerd hebben. Af en toe ging het er wat heviger aan toe, zoals op een sterk “Ghost Town Of My Brain”. Hij houdt van songs die een gimmick zijn, vertelde White ergens halverwege, waarop hij prompt het nieuwe “Playing Guitars” inzette om het meteen daarna te beginnen rappen (“Hey! You Going My Way?”). Nieuwe nummers als “Reason To Cry” en “Silver Threads” klonken in de uitgepuurde liveversie beklemmender dan op de plaatversie. Van zijn samenwerking met Johnny Dowd (“a crazy maniac”) in Hellwood bracht hij een mistroostig “A Man Loves His Wife”. Een hoogtepunt.

Maar een optreden van Jim White is ook een verzameling van anekdotes die hij in -- soms lange en schijnbaar doelloze -- monologen steekt. Van verhalen over opgroeien in de bedrukkende religieuze sfeer van het Zuiden tot een roadtrip waarbij hij belandde in het louche Tropicana Motel ter inleiding van “That Girl From Brownsville Texas”. White toonde ook nu weer dat hij een meesterverteller is. Regelmatig met een grappige insteek, maar soms ook doodernstig. Zoals voor het laatste bisnummer “Sweet Bird Of Mistery” waarin hij verhaalde over de moeilijke relatie met zijn dochter, die hem jarenlang niet wou zien.

Hoewel het optreden af en toe misschien net iets te gezapig voortkabbelde -- White grapte dat hij ooit eens in slaap viel terwijl hij een van zijn eigen nummers speelde -- vielen er toch ruim voldoende sterke momenten te rapen. Niet slecht gedaan voor een rare folkzanger die geen gitaar kan spelen, zoals hij zichzelf omschrijft.

E-mailadres Afdrukken