Banner

Bert Cools + Human Feel

29 november 2017, De Bijloke

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 01 december 2017

Het overlijden van gitarist John Abercrombie op 22 augustus was een zware klap voor de jazzwereld. De man was een van de meest gerespecteerde en toonaangevende gitaristen van de voorbije decennia, een boegbeeld van het ECM-label, en er werd reikhalzend uitgekeken naar het concert van zijn kwartet. Dat mocht niet zijn, al werd de man wel bedacht met een jam achteraf en een korte ode voor het New Yorkse geweld van Human Feel losbarstte.

Gitarist Bert Cools heeft zich de voorbije jaren stilletjes naar het voorplan van de Belgische jazz gewurmd, zowel in dienste van anderen (Bruno Vansina, Antoine Pierre,…) als met eigen projecten, waarvan er verschillende georganiseerd werden vanuit het granvat-platform (Hoera., Pudding oO, Merope, etc). Die laatste hebben doorgaans ook een andere benadering, waarbij gulzig buiten de lijnen van de jazz gekleurd wordt en technisch vernuft ondergeschikt lijkt aan een eigenzinnige filosofie die het eerder moet hebben van originele texturen, ideeën en stijluitwassen. Dat Cools vooral in zijn studentenperiode gefascineerd was door het werk van Abercrombie, is misschien geen verrassing. De manier waarop hij hem eerde eigenlijk wel.

Hij had daarvoor niet enkel zijn gitaar ter beschikking, maar een hele hoop elektronica die uitgestald stond op twee bijzettafeltjes en waar hij volop gebruik van maakte. Misschien wel iets te veel, want het knopjesgedraai leverde aanvankelijk niet het gewenste resultaat op, resulteerde in constant bijsturen en wankele volumeschommelingen, en leidde vooral de aandacht af van het muzikale verhaal. Het beterde wel toen Cools in de weer was met een strijkstok en de muzikale plooien zachtjes gladgestreken werden. Ook het slotluik, waarbij hij gebruikmaakte van oudere opnames om letterlijk in dialoog te gaan met de overleden meester, was een sterk, bevlogen moment. Niettemin: gemengde gevoelens.

Iets zegt ons dat de vier van Human Feel (rietblazers Andrew D’Angelo en Chris Speed, gitarist Kurt Rosenwinkel en drummer Jim Black) minder hebben met John Abercrombie. De vier wilden vanaf de late jaren tachtig vooral keet schoppen op de wip tussen knallende jazz en gespierde rock-‘n-roll, wat een resem opvallende albums opleverde, maar vooral ook carrières die hen naar het voorplan van de moderne jazz stuwden. Speed en Black belandden zo o.m. in Tim Bernes Bloodcount, D’Angelo werd een gewaardeerde gast in de New Yorkse scene (en later ook in deze contreien), en Rosenwinkel schoof het meest op richting mainstream, speelde zich in de kijker bij o.m. Paul Motian en Mark Turner, en maakte faam als soloartiest.

De Party Favor EP was het eerste wapenfeit van het kwartet in een decennium en duidelijk de aanleiding voor een nieuwe concertreeks. Het was ook bij deze release dat het concert begon, want het hecht vervlochten spel op altsax en tenorsax slingerde in “Alar Vome” moeiteloos tussen fragiele kamermuziek met tintelende harmonieën en extatische rockjazz, zeker toen het gruizige gitaarwerk en Blacks nerveuze drumstorm de kop opstaken. Het zette meteen ook de toon van het concert, met Rosenwinkel die regelmatig wat weggedrukt werd door het volume van Black en de uitgesproken tegenstelling tussen de saxen, met de snerpende agressie van D’Angelo en het soms zijdezachte geluid van Speed.

Ook viel op dat de band beschikte over een zak met opvallende composities, waarbij het vaak aanvoelde alsof het jazzinstrumentarium aangewend werd voor structuren en melodieën uit andere oorden. Het knap unisono slingerende “Eon Hit” (dat D’Angelo ook meenam naar Teun Verbruggens B.O.A.T.) is er zo eentje dat je met geen macht uit je hoofd krijgt. Idem voor Speeds “Fuss” (uit Galore), waarin knap gespeeld wordt met timing, en de nadruk op catchy materiaal hand in hand ging met extatische uitspattingen. “My turn!”, riep Black breed grijnzend toen hij een van z’n typisch gestoorde solo’s uit de kit roffelde.

En zo bleef het kwartet voortdurend die spreidstand aanhouden tussen finesse en agressie, met momenten van introspectieve verkenning en complexe contrapuntoefeningen die naadloos verweven werden met krachtige riffs, abrupte en soms verbluffend strakke wendingen, wat excentrieke geluiden (Black injecteerde hier en daar een streep elektronica en brommende bassen) en een neurotische energie. Rosenwinkel leek genoegen te nemen met een rol in de schaduw en Speed had een probleem met z’n mondstuk dat bleef aanhouden, maar de andere twee waren hun opvallende/dominante zelf, waardoor er geen moment sprake was van verveling, met de overtuigende duik in Julius Hemphills klassieker “Dogon A.D.” als onverwachte kers op de taart.

Human Feel speelt op 7 december in De Singer (Rijkevorsel).

E-mailadres Afdrukken
Tags: Human Feel