Banner

Zola Jesus

27 november 2017, Beursschouwburg

Tom De Moor - foto's: Geert Vercauteren - 28 november 2017

Na een zoekende start vond Zola Jesus in de nok van de Beursschouwburg opnieuw aansluiting met de underground waaruit ze bijna een decennium geleden opstond. De terugkeer naar het Sacred Bones-label laat haar opnieuw toe haar demonen te openbaren, tot groot jolijt van de fans van het eerste uur.

Met Okovi keerde Zola Jesus (née Nika Danilova) wijselijk terug naar het duisterdere geluid nadat ze op het ietwat teleurstellende Taiga het op een akkoordje probeerde te gooien met de mainstream. Waar ze voor haar vorige tour statig de bühne opkwam als ware ze klaar voor de arena's, kroop ze nu het podium op als wou ze letterlijk haar terugkeer naar de underground uitbeelden. In de schaarse belichting van abstracte projecties en met de zwarte haren sluik voor haar gezicht voelde ze zich duidelijk opnieuw beter op haar gemak om de demonen in haar geest op het podium los te laten en weg te dansen. Een return to form die zowel de aanwezigen als haarzelf zichtbaar deugd deed.

Toch duurde het een aantal nummers eer de set echt in zijn plooi viel, omdat Danilova te snel aan crowdpleasen poogde te doen. Op papier leek "Veka" / "Soak" / "Dangerous Days" een gegarandeerde succesformule, maar in realiteit rekenden de nummers te veel op een voorgeprogrammeerde achtergrondtape -- de live begeleiding beperkte zich tot altviool en gitaar -- en stond de microfoon nog niet in harmonie met Zola's buikstem afgesteld, waardoor de bridge van "Dangerous Days" nagenoeg onhoorbaar was.

Een subtieler middenluik deed aan eerherstel: "Hikikomori" was de eerste song die een goede balans vond tussen live -- die naar voren gemixte viool -- en geremixte vooropname. Een tweede ronde Okovi kleurde een aantal van de subtielere tracks anders in. Het ijzingwekkende relaas van de zelfmoordpoging van een familielid "Witness" werd uitgedund tot altviool en een doorleefde zanglijn die nog maar eens in de verf zette hoe sterk de vocale beheersing van Danilova wel is. In de gitaarreverb bleef het nummer passend langer nazinderen. Later maakte de viool samen met een diepe beat ook "Wiseblood" opzwepender dan we het tot nu kenden. Met "Siphon" sloeg de toon definitief om richting industrial, met een geslaagde segue naar "Clay Bodies" van het veel te vaak links gelaten debuut The Spoils, waarnaar het nieuwe materiaal fijn terug een brug slaat.

Van daaruit begon Zola Jesus dit keer wel sterk op te bouwen naar een finale. Aanvankelijk met "Remains": deels nineties synthriedel, live een extra infuus drum-‘n-bass en een scheurende gitaar die door de elektronica heen kliefde. Wat lijkt als een kakofonie van weinig verzoenbare invloeden, kwam live tot een hemels huwelijk van underground en commercie, zij het veel sluwer dan op Taiga. Danilova zelf begon steeds fanatieker over het podium te botsen en maakte zich klaar om in het volgende kwartier de hele zilveren zaal uit haar hand te laten eten. Het duo "Night" en "Vessel" is een gegarandeerde publiekslieveling, maar het is bewonderenswaardig hoe Danilova haar grootste successen steeds weer anders naar het podium weet te vertalen. "Night" begon met een uitgebeende strofe, maar sloeg om in een dansbaardere versie zonder enige obscuriteit op te offeren. "Vessel" mat zich een meedogenloze beat aan passend bij het Okovi-tijdperk, waar "Exhumed" even later naadloos bij aansloot. Zola eindigde op de boxen, demonisch haar verzen declarerend over de eerste rijen, als ware de metamorfose compleet. De eerste nummers leken nog een nawee van de commerciële fase, maar tegen het eind van de gebalde set was de nachtvlinder opnieuw ontpopt.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Zola Jesus