Banner

PJ Harvey

19 oktober 2016, Vorst Nationaal

Bjorn Weynants - foto's: Maria Mochnacz - 21 oktober 2016

Spelen de meeste van haar tijdgenoten al een tijdje op routine en herhaling, dan volgt PJ Harvey blindelings haar muze. In Vorst slaagde ze er bovendien in om een grote, onpersoonlijke zaal met een compromisloze set te veroveren.

Eerder dit jaar maakte PJ Harvey al behoorlijk wat indruk met haar passage op Rock Werchter. Maar toch. Tegenwoordig focust ze zich in haar werk vooral op de oorlogsgruwel en de gevolgen daarvan. Dat is een thematiek die zich niet echt leent tot een zomers festival, met z’n flauw bier en vaak ongeïnteresseerd publiek. De aankondiging dat ze haar tour in het najaar naar de zalen bracht kon dan ook op goedkeurend geknik rekenen. Het is daarom dubbel zo jammer dat de zaal in kwestie de zielloze betonnen bunker van Vorst Nationaal was. Of het lag aan de wisselvallige recensies voor The Hope Six Demolition Project weten we niet, maar het was toch frappant vast te stellen dat de zaal verre van volledig uitverkocht was. Zeker omdat ze bij haar vorige tour in 2011 wel vlot tweemaal het Koninklijk Circus tot de nok wist te vullen.

PJ Harvey bevindt zich nu al een decennium in een geheel eigen muzikaal universum, waarin haar muzikale output de vorm aanneemt van een zoektocht. Een zoektocht naar zichzelf, maar ook naar de staat van de wereld. Was het introverte White Chalk nog vooral een vorm van zelfanalyse, dan ging ze zich daarna focussen op de gevolgen van oorlog. In Let England Shake -- nog altijd een van de meest bejubelde albums van dit decennium -- ging het vooral over haar thuisland en keerde ze terug in de tijd naar de Eerste Wereldoorlog. Daartegenover staat het dit jaar verschenen The Hope Six Demolition Project dat een verslag is van trips die ze samen met de Ierse fotograaf Seamus Murphy maakte naar Kosovo, Afghanistan en Washington D.C.. Centraal stond de verscheurende invloed van oorlogen en conflicten op het hier en nu in die contreien. Een album ook dat haar kritiek van oorlogstoerisme en tekstueel simplisme opleverde. Alsof muziek heden ten dage nergens meer mag over gaan, behalve over de eigen kleine wereld.

Het podium was donker ingericht, de grote schermen aan de zijkant van het podium waren afwezig, op de achtergrond werd het hele optreden lang een abstracte betonnen projectie getoond die de ene keer leek op op elkaar gestapelde blokken en dan weer op het carcas van een vernield gebouw. Onder tromgeroffel kwam PJ Harvey met haar negenkoppige band het podium op -- met daarin onder andere oude getrouwen als John Parish, Mick Harvey en Jean-Marc Butty -- voor een set waarin bijna uitsluitend de nadruk lag op nieuwer werk. Slechts helemaal op het einde zou Harvey als een soort toegift het publiek nog een paar oudere nummers toewerpen.

Begonnen werd er met het donkere “Chain Of Keys” en een door onheilspellende gongslagen beheerst “The Ministry Of Defense”. Twee nummers waarop Harvey de saxofoon -- het eerste instrument dat ze ooit leerde bespelen maar waarop ze zich tot voor kort niet voldoende thuis voelde -- bovenhaalde. Tijdens de meeste nummers concentreerde ze zich op de zang en beeldde ze de betekenis van de song uit, al dansend of kronkelend of net door stokstijf te blijven staan. De vuist werd gebald, een uitgestrekte hand werd getoond. Gedurende een dik uur kregen we vooral werk uit haar laatste twee albums, van een Oosters getint “The Orange Monkey” tot “Let England Shake” waarvan de tekstregels “England’s dancing days are done” in deze post-Brexit tijden een nieuwe dimensie kregen. Hoogtepunten te over: “A Line In The Sand” kerft in de ziel, terwijl percussief handgeklap “The Words That Maketh Murder” voortdreef. In “The Glorious Land” zorgde de spanning tussen het loodzware onderwerp en de swingende melodie voor elektriciteit.

Dan wordt het tijd voor een rustpunt, waarin nummers uit White Chalk worden opgediept. Het verrassende “To Talk To You” en “The Devil” zorgden voor een ijle atmosfeer waarin Harvey klonk als een mysterieuze onheilsgodin. “Dollar, Dollar” -- voorzien van dezelfde veldopnames als op plaat -- doet het grote Vorst Nationaal aanvoelen als een klein theaterzaaltje. Plots werd het tijd voor een ferme snuif rock. Het geluid ging de hoogte in, de rocker in Harvey kwam terug naar boven. “The Wheel” klonk ontketend en in “Ministry Of Social Affairs” mocht Terry Edwards loos gaan op z’n saxofoon. Daarna kwam -- tot jolijt van het publiek -- hét moment voor een korte reeks klassiekers: een ziedend, uit z’n voegen barstend “50ft. Queenie”, een bluesy “Down By The Water” en een slepend en broeierig “To Bring You My Love”. Afgesloten werd er met een ingetogen “River Anacostia”. Twee bisnummers kreeg het publiek nog voorgeschoteld: een tot garagerock herbouwde Dylan-cover “Highway 61 Revisited” en het nieuwe “Guilty”, alvorens PJ Harvey zich met een kort “Thank you very much” voor de eerste maal tot het publiek richtte.

Ondanks een weinig publieksvriendelijke songkeuze -- wie kwam voor de klassiekers, was eraan voor de moeite -- bewees PJ Harvey in Vorst nogmaals haar unieke status als artieste die weigert te teren op haar vroegere succes en steeds blijft zoeken naar nieuwe wegen. En zolang ze dat doet met sterke concerten als dit, blijven we die zoektocht graag op de voet volgen.

E-mailadres Afdrukken