Banner

Lianne La Havas

17 oktober 2016, Het Depot

Erwin Knieper - foto's: archief - 20 oktober 2016

Het leukste popsnoepje van de afgelopen festivalzomer kwam voor een tweede keer dit jaar het Belgische publiek verleiden met een aangename show die balanceerde tussen soulvolle pop en sensuele r&b. Solo of ten dienste van anderen, Lianne La Havas beklijft live keer op keer.

Gesignaleerd worden aan de zijde van Prince, Bon Iver, Jules Holland en Alt-J, je moet het maar doen. In een bomvolle zaal opende de jonge Britse artieste echter in haar eentje een avond lang de meest gesloten poorten van haar ziel en dat zonder één enkele keer een onoprechte indruk achter te laten. Als je niet beter wist, zou je zo zweren dat je in Leuven geconfronteerd werd met een op de spits gedreven vervlechting van de vocale kwaliteiten van Adele en de podiumpittigheid die dames als Diana Ross en Aretha Franklin in één klap onsterfelijk maakte.

La Havas is niet het type artiest dat het publiek inpakt met swingende dansroutines of mierzoete refreinen; maar toch, wanneer de meest gekende soulzangeres van het moment -- voor de gelegenheid gekleed in een sobere en stijlvolle outfit waar Jani Kazaltzis trots op zou zijn -- haar stem door de zaal doet galmen, voel je een ingetogen vorm van seksuele spanning zich meester maken van het publiek. Als geen ander weet La Havas op een uiterst subtiele manier met haar fans te flirten; nummers zoals “Green And Gold” of “Midnight” -- twee tracks die op haar laatste album wat in het niets lijken te verdwijnen -- worden zo moeiteloos omgetoverd tot het muzikale equivalent van een sinaasappelpartje dat de lippen van je geliefde maar blijft beroeren. Een haast oneindig spel van afstoten en aantrekken waarbij zowel zender als ontvanger beseffen dat het onmogelijk beter kan worden dan dit.

En toch, ondanks het feit dat het een unieke mogelijkheid is om iemand van het kaliber van La Havas in een eerder kleine zaal te kunnen zien en horen, vraag je je af waar het schoentje knelt. Op dit moment is er haast niemand die het niveau van La Havas ook maar kan evenaren, maar als je de overstap naar een groter publiek niet lijkt te willen maken, dan moet dat ook niet meteen. Dankzij “Say A Little Prayer” -- cover van het jaar, trouwens -- weet elke radioliefhebber wel wie de jongedame in kwestie is, maar fans van de minimalistische aanpak van dat nummer zullen niet meteen in zwijm vallen bij het eerder generische en soms zelfs ronduit saaie studiowerk van La Havas. Een muzikaal anachronisme, als er dan toch een label op geplakt moet worden. Het is de zangeres gelukt uit de schaduw van haar muzikale mecenassen te treden; het zou dan ook jammer zijn om te merken dat La Havas het soort artieste wordt dat alleen live weet te prikkelen.

E-mailadres Afdrukken