Banner

LES NUITS: Castus + Lyenn

13 mei 2016, Botanique

Gowaart Van Den Bossche - 14 mei 2016

Tijdens Les Nuits maakt de Botanique er een punt van om breed te programmeren, met avondprogramma’s die dan wel niet altijd even sterk in dezelfde lijn liggen maar wel steeds kwaliteit naast elkaar plaatsen. Castus en Lyenn speelden in de Rotonde twee totaal verschillende concerten maar wisten wel beiden te overtuigen.

Castus is ontstaan als een soloproject van Cédric Castus. Tegenwoordig is dat project uitgegroeid tot een volwaardige zeskoppige band, met recent een derde plaat, Orca, op hun CV. Duidelijkste muzikale inspiratie is wellicht Battles, al neigde het ook wel eens naar het meer voortvarende werk van pakweg Tortoise. Stevig groovende math rock met om elkaar heen slingerende, jubelende melodielijnen, gekke vocale effecten en een totale lak aan traditionele songstructuren. Catchy, strak en ophitsend was het alleszins, en bovendien werd het gebracht met een gezonde dosis humor. Zo deden nogal wat melodieën denken aan de bizarre kronkels van Frank Zappa, was er ergens een breakdown waar de gehele band ritmisch op fluitjes begon te blazen, en werd een afsluitend dankwoord via een dictafoon door een gitaarpick-up de zaal in geslingerd. Fijne ontdekking.

Weinig humor bij hoofdact Lyenn, die van donkere, introspectieve blues met cryptische, vaak zwaarmoedige teksten zijn handelsmerk heeft gemaakt. Het was lang relatief stil rond het solowerk van de Brusselaar, al bleef hij wel voortdurend actief als bassist in Dans Dans en bij Mark Lanegan. Na de release van ep Vowels Fade First in 2011 trad hij weliswaar nog geregeld op (meestal als voorprogramma van Lanegan), maar voor een nieuwe plaat was het wachten tot eind vorige maand met Slow Healer. Gelukkig wist die plaat meteen een erg kwalitatief vervolg te breien aan Lyenns eerdere solowerk, zij het met een zo mogelijk nog meer ingekeerde blik dan voorheen. Een plaat die slechts zelden losbreekt uit de verstilling, waar onderhuidse spanning continu te voelen is, maar amper naar buiten gelaten wordt.

Dat was ook te merken in deze set. Het songmateriaal werd grotendeels uit Slow Healer gelicht, met weliswaar erg knappe, sfeervolle resultaten, maar de momenten waarop de band een wat meer energetische vonk deed overslaan, zaten hem vooral in ouder materiaal. Zo bijvoorbeeld het duister grommende “The Oak” (uit Vowels Fade First), dat vanuit dreigend gedreun muteerde tot een wilde duiveluitdrijving, of het afsluitende “Seeds And Semen” (uit het debuut The Jollity Of My Boon Companion) dat een al even indrukwekkende climax mee kreeg waarop Lyenn getormenteerde oerkreten boven de instrumentale draaikolk uitstootte. Van een andere aard, maar minstens even indrukwekkend, was hoe tijdens “Under Your Skirt” cello en trompet intiem uitgebreid om elkaar heen soleerden. Lyenn had hier duidelijk een getalenteerde band rond zich verzameld, die misschien nog wel wat meer dergelijke ademruimte had mogen krijgen.

Al werden er ook in het nieuwe songmateriaal soms onverwachte elementen geïntroduceerd. Het op piano gebrachte “Show Me The Way” culmineerde zo in een intieme samenzang waarbij de titel als een mantra herhaald werd, maar waarbij tegelijkertijd drums, bas en synths een alsmaar verstikkendere geluidsgolf opbouwden en haast in een vurige free jazz-explosie ontaardden. Andere songs werden relatief trouw aan de albumversies gebracht, maar bloeiden wel stuk voor stuk mooi open. De subtiele thema’s van “Fading” wisten bijvoorbeeld met de woordloze backing vocals een prachtig hypnotiserende sfeer neer te zetten.

Het is in die zin dan ook een beetje spijtig dat dit concert eenmalig was. In de volgende maanden trekt Lyenn uitgebreid de baan op maar daarbij zal hij steeds opnieuw het voorprogramma van Mark Lanegan verzorgen en zullen deze mooie bandarrangementen in de kast moeten blijven tot een moment waarop Lyenn nog eens als hoofdprogramma geboekt wordt. Laat dat in elk geval maar snel gebeuren!

E-mailadres Afdrukken
Tags: Lyenn