Banner

Kodian Trio + Dikeman, Troch & Verhoeven

25 maart 2016, De Singer

Guy Peters - 27 maart 2016

Na vier concerten in Nederland en eentje in Duitsland landde het Kodian Trio in De Singer voor een tweedaagse residentie met gastmuzikanten. Terwijl het drietal de eerste avond (24/3) gezelschap kreeg van bassiste Martina Verhoeven, kwamen daar op de slotdag ook nog pianist Thijs Troch en saxofonist John Dikeman bij. Het sextet bracht er een heel eigen geluidswereld, die gretig de zone tussen vrij verkeer en minimalisme aftastte.

Het concert was meteen ook de Belgische albumvoorstelling van I, het debuutalbum dat saxofonist Colin Webster, gitarist Dirk Serries en drummer Andrew Lisle in het najaar van 2015 opnamen in Londen, en dat samen wordt uitgebracht met Apparitions, van datzelfde trio met John Dikeman. De vier waren dus geen onbekenden voor elkaar, en dat voelde je. Serries en Webster namen eerder ook al een album op met bassiste Martina Verhoeven, waardoor Thijs Troch (die samen met Serries deel uitmaakt van het Residuum Free Unit) de minst bekende factor was binnen de band.

Het was dan ook een beetje jammer dat zijn bijdrage soms verloren ging in de totaalsound, zeker wanneer de saxofonisten op het gaspedaal gingen staan en de verzamelde individuele insteken gingen leiden tot een blok van geluid. Al viel het eigenlijk nogal mee met de transparantie daarvan. Terwijl je bij veel ad hoc-combinaties vaak een ‘ik sta hier nu toch, dus ik zal maar spelen’-attitude ziet, waardoor de muziek weinig ademruimte krijgt, was dat hier eigenlijk zelden het geval. Er waren een paar intense pieken en met een dominant klinkende blazer als Dikeman valt er altijd wel wat geweld te rapen, maar van profileerdrang of alles dicht plamuren was geen sprake.

Vanaf het begin werd ingezet op intuïtief textuuronderzoek, met de altsax van Webster die zich meteen rond de tenor van Dikeman vleide en gezelschap kreeg van ruisende cimbalen, donker gestreken bas en de twinkelende klanken van Troch en Serries,die samen een soort ghost trance opzochten. Van daaruit werden de intensiteit en densiteit stapsgewijs opgekrikt en het sextet belandde al snel bij een eerste extatisch moment. Er werden echter ook passages ingelast die kleinere fracties aan het woord lieten. Zo had de combinatie Verhoeven/Lisle een heel eigen, sobere dynamiek, en vielen Troch en Webster op met een verrassend fijngevoelige dialoog. Dikeman bracht het boeltje vervolgens aan de kook en de band rondde zijn eerste excursie af met een perfect getimede slotslag.

Het was een aanpak die een beetje weerspiegeld werd in het eerste stuk van de tweede set, die van start ging met een stuiterende, bijna speelse energie, met de twee saxen die voorop liepen als in een fanfare. Het zat daar iets dichter bij de klassieke freejazz, met Dikeman die met z’n extreem schrille uitschieters deed denken aan Kaoru Abe, en met z’n bronstig vibrato aan Brötzmann. Webster contrasteerde dan weer met nerveus gekwetter, springerige loopjes en excentrieke geluiden, terwijl Verhoeven al die tijd koppig bij haar minimale aanpak bleef.

Het minimale element kwam het best tot z’n recht in de tweede helft van beide sets. Terwijl Serries het in de eerste set op gang bracht met gebruik van twee strijkstokken die over de gitaar op zijn schoot geschoven werden, bleef er altijd wel een drone-element in de buurt, of het nu de ruisende cimbalen en brushes van Lisle waren, het gebrom van Verhoeven of de serenades van de blazers. Zelfs toen Troch de handen bombastisch over het ivoor liet springen in een duel met twee saxen, bleef de muziek een coherentie bewaren.

Het mooist kwam die combinatie van abstractie en homogeniteit misschien tot uiting in het slotluik van de tweede set, waar resoluut gekozen werd voor textuur, waardoor je al snel een stroom van ‘kleine’ geluiden kreeg: ambientklanken van Serries (maar deze keer zonder loops), grommende bas, cimbaal- en drumvelvegen, tongue slapping en luchtspatten van Dikeman en Webster. Het werd een maalstroom van geluid met potentieel om helemaal te ontsporen, maar dat in goede banen geleid werd en door Webster naar een knap einde gebracht. En deze keer kon daarin de bijdrage van elke individuele muzikant op waarde geschat worden. Een bijzonder slot voor een geslaagde muzikale ontmoeting, die afgerond werd met een zwalpend bisnummer waarin vooral die ontembare Dikeman nog eens lekker los kon gaan.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Kodian Trio