Banner

Keenroh XL & Das Kapital

2 december 2015, Handelsbeurs

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 04 december 2015

Verzamelen geblazen in de Handelsbeurs voor twee bands die het niet zo nauw nemen met de regels. Contrasterende beginselen, verschillende resultaten, gegarandeerde tevredenheid.

Als Jan Daelman en Thijs Troch – samen Keenroh - hun huidige werktempo weten aan te houden, dan staan ons nog wat boeiende jaren te wachten, want de twee zijn muzikanten van de soort die je ontglippen zodra je ze voor een tel uit het oog verliest. Anderhalf jaar geleden wonnen ze een mooie prijs, die meteen gevolgd werd door een verrassend voldragen duoalbum. En hop, niet lang erna gingen ze de hort op met een stel kompanen en een boek cadeau gekregen composities, die – met succes – voorgesteld werden op Gent Jazz. Voor het recent verschenen album van de negenkoppige Extra Large-versie werden die composities weer overboord gegooid, in het voordeel van eigen materiaal en improvisaties. En die blijven evengoed overeind.

Het concert in de Handelsbeurs was het laatste uit een korte reeks via JazzLab Series, al werd de vertrouwde bezetting even onderbroken voor eentje met een paar vervangers. Zo waren Marek Patrman, Michel Massot en Laurent Blondiau ingehuurd om respectievelijk Teun Verbruggen, Niels Van Heertum en Bart Maris te vervangen. Wat dan weer voldoende zegt over de weelde in het huidige jazzlandschap. Samen met het tweespan Troch/Daelman, bassist Laurens Smet en rietblazers Marti Melia, Thomas Jillings en Ruben Verbruggen leidde het tot een balanceeroefening op de vage grens tussen gecomponeerd materiaal en improvisatie.

Wie de band enkel op Gent Jazz aan het werk gezien had, heeft misschien wel een keertje moeten slikken, want van de hechte composities (weliswaar met wat verrassingen erin verwerkt) die de band toen speelde, bleef nu weinig over. Er werd gebruik gemaakt van materiaal van de twee leiders, maar dat werd zo fijntjes ingepast in een web van improvisaties, dat het soms erg moeilijk was om greep te krijgen op de muziek. Was je er het ene moment nog van overtuigd dat je luisterde naar ideeën die instinctief voor de voeten geworpen werden, dan doken plots bekende thema’s op, fungeerde Smet met z’n kringelende lijnen als de lijm tussen verschillende passages of werd een stukje helemaal binnenstebuiten gekeerd.

Dat gebeurde verrassend vaak zonder poeha of uitbundige zwier. Troch bleef regelmatig hangen in een kale, lichtjes bedrukte wereld, liet de muziek gradueel winnen aan densiteit, waardoor die vaak een statige, soms zelfs wat sombere sfeer kreeg en behield. Niettemin werd die ook vaak doorbroken. De impro-passages werden hier en daar gevuld met nerveus geharrewar, excentrieke klanken van (soms) gedemonteerde instrumenten en onverwachte harmonieën. Zo bleken Melia en Blondiau elkaar een paar keer moeiteloos te vinden, en is het altijd een plezier om Massot stuntwerk te zien uithalen op een eufonium. Patrman speelt dan weer in een iets meer nonchalante stijl dan de precieze, gedreven Verbruggen, wat toch voor een andere, meer gezapiger drive zorgde

Het geheel baadde in een rijke instrumentatie en brede waaier aan blazers – van fluit, klarinet, altklarinet en basklarinet, tot alt-, tenor- en baritonsax tot trompet en eufonium – die er op zijn beurt voor zorgden dat je verloren kon lopen in een omgeving die voortdurend transformeerde. Al was het knapste moment van dit uur misschien toch de manier waarop Trochs “Doel IV” uit elkaar gevezen werd, om vervolgens terug vorm te krijgen. Geen voor de hand liggende brok, en je miste soms misschien wel de compacte aanpak van het album (dat eigenlijk geen enkele inzinking kende), maar het groeide wel uit tot een matuur en gewaagd verhaal van een stel kerels die hardnekkig passen voor een makkelijke koers. En dat dwingt toch weer respect af.

Dan is het Deens-Frans-Duitse trio Das Kapital een heel ander beestje. Hoewel de drie al behoorlijk wat furore gemaakt hebben in het Europese festivalcircuit, laat een bredere erkenning in België voorlopig nog op zich wachten, wat best wel vreemd is, gezien de troeven die Daniel Erdmann (sopraan- en tenorsax), Hasse Poulsen (gitaar) en Edward Perraud (drums, acrobatie) op tafel kunnen gooien. Werd hiervoor nog gewerkt met composities van Hanns Eisler, die onderworpen werden aan een knetterende mix van respect en anarchie, dan trok de band voor zijn recentste album Kind Of Red de kaart van de eigen composities. Die leken op het album een iets traditioneler koers te varen dan voorheen, maar live levert het altijd wel wat vuurwerk op.

Nochtans hield de band zich getrouw aan Kind Of Red, dat ongeveer volledig gespeeld werd. Het begon meteen ook met albumopener “Webstern”, en een soepele, wat sleazy groove die gaandeweg aan intensiteit won. Meteen ook een eerste onvervalste ‘Perraud-moment’, want de drummer combineerde zijn zachte geborstel met aangedikte bewegingen, alsof hij het zootje Keith Moon-gewijs aan flarden wilde meppen. Dat terwijl zijn theatrale stuntwerk wel vaker doet denken aan een Bennink, maar toch ook weer heel anders klinkt. Perraud staat recht, schiet voortdurend in een kramp, beschouwt ritme als klei: je kan het helemaal naar je hand zetten en daar kan je ver in gaan.

Het leidt regelmatig tot muziek die volgestouwd wordt met abrupte versnellingen en vertragingen, en schijnbewegingen alom, al wordt dat allemaal behendig opgevangen, want het is duidelijk dat de drie elkaar zo goed kennen dat er zelfs geen oogcontact voor nodig is om alles in goed banen te leiden. En toch ging de staalkaart ook hier de breedte in, met het meer ingetogen, haast impressionistische “Claudia’s Choice”, dat knap afgewisseld werd met de steeds grilliger bijendans van “Jenseits van Gut und Böse” en het onheilspellende gebrom van “Macht nix, in der Mitte ist noch Platz”, waarin Poulsen zijn veelzijdigheid kon benadrukken. Halfversterkte folkarpeggio’s, abstracte klanken, strakke kringelpatronen, vette rockakkoorden, hij beheerst het allemaal.

Daardoor kon het trio in “Iris” ook behoorlijk stevig uithalen en leidde het in de afsluiter vanuit een balladeachtige aanzet ineens tot iets dat je best kan omschrijven als een rotaanstekelijke latin vibe. Das Kapital staat nog altijd garant voor een eclectische performance, al kon je je niet van de indruk ontdoen dat de band, ondanks het bijwijlen hilarische gedoe van Perraud, toch een beetje met de handrem op aan het spelen was. Of het moet zijn dat onze herinneringen al te sterk beïnvloed werden door creatieve geschiedvervalsing. Niettemin een tweede fijn concert dat liet horen dat jazz anno 2015 nog niet aan het infuus hoeft.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Keenroh XL