Banner

The Hickey Underworld, Madensuyu Tom Verlaine

23 juli 2006, Boomtown

Guy Peters - foto's: Anton Coene - 25 juli 2006

Ook op de voorlaatste dag van de Gentse Feesten trok Boomtown resoluut de kaart van de gitaar, door twee aparte Vlaamse rockbands van jetje te laten geven en het vervolgens over een heel andere boeg te gooien met een ware legende. Het werd een wat vreemde cocktail, maar het minste dat je kan zeggen is dat het intrigerend was.

The Hickey Underworld hadden we niet meer gezien sinds hun Rock Rallypassage in Tongeren. Of het te maken had met het daglicht of het belabberde geluid is onduidelijk, maar al snel bleek dat het kwartet geen legendarisch optreden zou geven. Loeihard en hondsbrutaal in Limburg, veel vlakker en braver in Gent. Het gebrek aan decibels zorgde ook voor een gebrek aan explosiviteit, wat blootlegde dat sommige songs wat mager uitvallen. "Een goeie song blijft ook overeind op akoestische gitaar of blokfluit", beweren we wel eens, en in dat geval vrezen we dat de band nu en dan tekortschiet. "Mystery Bruise" krijgt nog steeds het motherfucker-label, maar ondanks de performance van Vlaanderens eigen Animal en de ruwe passie van zanger-gitarist Younes Faltakh, bleef het bij een degelijke set die door een wat klungelig einde een anticlimax kende.

Stijn De Gezelle (zang, gitaar, baspedalen, effecten) en PJ Vervondel (drums, zang), samen Madensuyu (foto 1), hebben sinds de Rock Rally van 2004 heel wat extra ervaring opgedaan. Meer nog dan over gewoonweg muziek spelen, gaat het over communicatie, waarbij de vloeiende interactie tussen beide groepsleden getuigt van jarenlang intensief samenwerken. Ook dit duo werd door een makke sound verhinderd om uit te pakken met een tour de force, al straalde de intensiteit van het podium. Het was soms moeilijk om ’songs’ te vinden, waardoor een set van een uur aan de lange kant was. Dat werd wel gecompenseerd door de aanmoedigingskreten en de originele aanpak van de band, die het niemandsland verkent tussen eightiesrock à la Mission Of Burma en Sonic Youth, bloedrauwe Fat Possum garageblues, Oost-Europese surf en dramatische postrock. Soms dreigde het duo verloren te lopen in zijn eigen wereldje, al blijven nummers als "Papa Bear" zonder meer straf.

Met Tom Verlaine (foto2) onthaalde Boomtown een muzikant die qua invloed amper zijn gelijke kent. In de tweede helft van de jaren zeventig maakte hij furore met Television, dat met Marquee Moon een van de belangrijkste gitaarrockplaten afleverde. Daarna begon hij aan een grillige solocarrière waar in 1992 een vroegtijdig einde aan gekomen leek, tot hij een paar maanden geleden opeens twee albums uitbracht. Boomtown zou niet getrakteerd worden op een optreden met rockbezetting, want Verlaine werd enkel begeleid door een oude bekende, gitarist Jimmy Rip. Wie was opgedaagd om Television te horen, was beter thuisgebleven: op een haast onherkenbaar fragment van "Little Johnny Jewel" na, viel er geen materiaal van de band te bespeuren.

In plaats daarvan: ingetogen, minimalistisch gitaargepingel, sfeerstukken en subtiele herinterpretaties van oud werk. Geen bijtende solo’s dus, maar wel een unieke stijl (die sustain), die nu eens deed denken aan Gary Lucas (maar minder excentriek), dan weer aan Jerry Garcia of Richard Thompson. Met die laatste deelt Verlaine ook de getemperde aanpak, waar blueselementen bijna helemaal uit verwijderd zijn. Soms hypnotisch bezwerend, dan weer aanleunend tegen de etherische cosmic jazz van Coltrane; het waren geen hapklare brokken rock-’n-roll, wat heel wat feestgangers snel deed afdruipen. De achtergebleven fans hingen echter aan de lippen van de afstandelijke, maar zich duidelijk goed in zijn sas voelende Verlaine.

Vroeg in de set al speelde hij een lyrische versie van "Souvenir From A Dream" van op het debuut (1979), daarna volgden oud en nieuw werk elkaar op. Van het recente Songs And Other Things kregen vooral "Documentary" en het bijtende "Nice Actress" beklijvende interpretaties mee. De set mankeerde opwinding, maar dat werd goedgemaakt met droge humor (een song werd aangekondigd als "biker movie instrumental") en door de ambient gitaarklanken die tegen elkaar werden uitgespeeld of, door middel van effecten, op elkaar gestapeld. Hoogtepunten: "Ancient Egypt" en "Kingdom Come", ooit nog gecoverd door David Bowie, nu amper te herkennen. Anderhalf uur was wat veel van het goede, al blijft het de moeite een idiosyncraat als Verlaine aan het werk te horen.

DE FOTO'S

E-mailadres Afdrukken