Banner

Ab Baars & Evan Parker

7 maart 2015, De Singer

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 08 maart 2015

Sinds 2010 nodigt schilder Vanche geregeld kleppers uit de internationale improvisatiewereld uit in De Singer. Voor de derde keer trad het Britse icoon Evan Parker aan. Die kruiste voor het eerst de degens met Amsterdammer Ab Baars. Op papier al een intrigerende combinatie, op het podium een meesterzet.

Het is natuurlijk ook een combinatie die steek houdt. Freejazz en andere vrije muziek hebben altijd al nauwe banden onderhouden met de visuele kunsten. Meer nog: Free Jazz (1961), een van de vroege klassiekers van Ornette Coleman, werd al verfraaid door een schilderij (The White Light) van Jackson Pollock en de voorbije halve eeuw verschenen regelmatig albums met creatieve muziek die de hand reikten naar de visuele kunsten, met de veelkleurige expressionisten op kop. Het is dus niet zo verwonderlijk dat het werk van Vanche, die in 1980 z’n eerste solotentoonstelling al liet inleiden door Steve Lacy, uiteindelijk ook een album van Evan Parker en Barry Guy (Obliquities) sierde.

Deze keer werd dus ook de Nederlandse rietblazer Ab Baars uitgenodigd. Die is bij ons vooral bekend als lid van het befaamde ICP Orchestra met die fenomenale blazerssectie, maar houdt er ook al een kwarteeuw lang zijn eigen Trio op na (daarmee bracht hij zopas twee nieuwe albums uit) en heeft een carrière uitgestippeld die even eigenzinnige als herkenbare muziek heeft opgeleverd. En hij mag dan wel niet zo sterk als Parker (meer dan twintig soloalbums en jaren van legendarische performances) geassocieerd worden met de kunst van de solo-improvisatie, toch bracht ook Baars intussen al drie soloalbums uit, met Time To Do My Lions (2010) als meest recente voorbeeld.

Een reeks recente schilderijen stond uitgesteld op het podium, dat dienst deed als expositieruimte waarin de muzikanten hun ding zouden doen. Het begon met een soloset van Baars, die zijn lijfinstrumenten -- tenorsax, klarinet, shakuhachi -- had meegebracht, en op elk van de drie een stuk uitvoerde. De tenorsax beet de kop af en meteen belandde je in die onvergelijkbare Baarswereld, een grillig universum vol bokkige uitschieters, jammerklanken, grote intervallen en natuurlijk die extreem onstabiele klanken die regelmatig in een kramp schieten. Soms klinkt het alsof Baars in het midden van een sterk aangezette ademstoot plots op andere ideeën komt en met de moed der wanhoop een onhaalbare verbuiging van die klank wil bereiken. Het resultaat klonk nerveus en intens, alsof hij speelde op gloeiende kolen en amper kon voorkomen dat noten, uitvallen en kreten ontsnapten aan z’n greep.

Het contrast met het slotstuk op shakuhachi kon moeilijk groter zijn. Het instrument is niet alleen aartsmoeilijk te bespelen omdat elk handgemaakt instrument anders is en de eigenaar verplicht om een aanpak volledig op maat van het instrument onder de knie te krijgen, maar het vergt ook een immense beheersing om de klanknuances te kunnen controleren. Om zich daarin te bekwamen trok Baars enkele jaren geleden naar Japan. De resultaten spelen zich doorgaans af op fluisterniveau, zijn erg minimalistisch, blijven rondhangen in een hooggeconcentreerde, meditatieve waas waarin elke ademstoot maximaal moet renderen. Het klarinetstuk dat tussen de twee zat, verenigde de uitersten, door het zachte blazen gaandeweg steeds frequenter te laten overslaan, en dat zonder in te boeten aan lyriek, want het stuk verenigde pakkende momenten met knoestige wendingen. Karakter te over.

Wat een verschil met Evan Parker. Die koos in zijn twee stukken resoluut voor zijn handelsmerk, de circulaire ademhaling. De technische kunde die daarvoor nodig is, volstaat al om ontzag en momenten van ongeloof af te dwingen, maar Parker heeft dat op zo’n niveau onder de knie gekregen, dat het leidt tot onbevattelijke resultaten. Ook als je het al talloze keren zag. Daar draagt die statische lichaamshouding enkel toe bij. De man staat er bij, hypergeconcentreerd en de ogen toegeknepen, met een kop die steeds roder lijkt te worden. Op tenorsax leidde het al tot een woelige wentelbeweging die zichzelf voortdurend vernieuwde, op sopraansax werd het een demonstratie die het publiek in een collectieve trance leek te brengen, met eindeloze variaties op timbre en motiefjes, een roterende overrompeling waarbij het onmogelijk was om onbewogen te blijven. Je ging je voortdurend afvragen of je fantoomklanken hoorde, het was zo’n weldadig auditief spektakel dat het een sacrale grandeur kreeg.

Maar dan was natuurlijk dé vraag hoe je die twee zeer verschillende stijlen samen zou kunnen brengen, een gemeenschappelijke grond zou laten vinden. De tweede set werd aangevat door een trio, waarbij Vanche poëzie voordroeg in het Engels en een vraag-en-antwoordspel plaatsvond. Een interessante aanzet, maar natuurlijk ook wat artificieel en beperkend voor de blazers. Die kregen echter al snel het podium om elkaar af te tasten, wat ze als duo nooit eerder deden. Wat volgde was een ontmoeting in de meest pure betekenis van die term, met twee unieke karakters die uiting gaven aan de improvisatie als sociale daad, een spel van geven en nemen, vraag en antwoord, suggestie en uitweiding, herhaling en commentaar.

Twee tenorsaxen wentelden rond elkaar op een manier die herinnerde aan Parkers duoalbum met Joe McPhee. Een vloeiend verkeer van uitwisselingen, waarbij de ene de andere op de hielen zat, ideeën overgenomen werden, maar vooral ook gezocht werd naar een gemene deler, die enkel maar groter leek te worden doorheen de set. Parker was het standbeeld, onbewogen en onwrikbaar. Baars ernaast, buigend en wiegend, alsof de beweging voor de helft van de klank zorgde. De combinatie van sopraansax en shakuhachi was een hoogtepunt: innig intiem, met een fragiele controle die in handen van deze twee meesters leidde tot een gevoelige interactie die wel geschilderd leek met het dunst mogelijke penseel. Vervolgens kreeg je nog tenorsax vs. klarinet, om uiteindelijk te belanden bij de begincombinatie, twee tenorsaxen, maar dan wel met de bedenking dat zich intussen een verhaal ontplooid had dat de schoonheid van de vrije muziek op magistrale manier liet horen.

Het was prachtig om te zien hoe gul en complexloos de twee op elkaar inpikten, varieerden op aangereikte motieven, die van weerwoord voorzagen, dat aangrepen als overgang. Soms een beetje schurend en wringend, maar eigenlijk ook heel vaak speels en onbevangen als jonge pups, en voortdurend met parallelle focus, waardoor de stukken verliepen met de lichtvoetige vanzelfsprekendheid waarmee gesprekken tussen oude vrienden hun weg vinden. Vrij en ongedwongen, tegelijkertijd warm en herkenbaar. Een nieuwe toevoeging aan de -- intussen intimiderende -- lijst van topconcerten in de improvisatietempel van de Kempen.

E-mailadres Afdrukken
 
Ab Baars & Evan Parker

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST