Banner

Curtis Harding

23 februari 2015, ABClub

Joris Vanden Broeck - foto's: Jan Van den Bulck - 24 februari 2015

“Soul Power”, dat bracht James Brown in 1971, een loeier van een song in het op dat moment al zeer indrukwekkende oeuvre. Vandaag, ruim vier decennia later, staat het nummer nog steeds als een huis en is er een jonge lefgozer genaamd Curtis Harding die met die titel aan de haal ging en 'm op z'n debuutplaat kleefde. Geen onaardige plaat overigens en ook de jongen ziet er best een fidele kerel uit. Alleen: in de AB club is het vruchteloos zoeken naar de power waar Brown heupwiegend mee in het rond strooide.

De door een vijf koppige band geruggesteunde Harding verschijnt met de nodige attitude voor een volgelopen zaal: zonnebril, brede grijns. Maar helaas: in de eerste paar nummers laat de man zich vocaal niet van meest stabiele kant zien. “Drive My Car” klinkt ronduit rommelig. Ook “Next Time” klinkt alsof het gezelschap het nog niet tot de puntjes onder de knie heeft, maar dat hoeft niet noodzakelijk een nadeel te zijn.

“Castaway” brengt, ondanks zijn traag karakter, vaart in het concert en wanneer niet veel later “Beautiful People” langskomt, blijkt dat de weemoed die het nummer herbergt de sterkte van Harding is. “The Drive” is nog zo'n voltreffer, met zijn mooie opbouw, de groove van het nummer die fraai contrasteert met de droeve ondertoon van de blazer, vocalen die heerlijk surfen op een laid back gitaarriedel en dan naar het einde toe lekker opzwepen: spreid de kwaliteit van dit nummer uit over de hele avond en Harding had een van de concerten van het jaar gespeeld.

Helaas neemt de avond een andere wending nadat “Heaven's on the Other Side” met zijn funky aanpak nog even de aandacht vakkundig vastgreep. De set loopt op zijn einde en de troeven van Harding zijn duidelijk uitgespeeld. “Keep on Shining” laat zich nog wel even opmerken als een sterkhouder, maar nadien draait Harding vakkundig de avond de nek om met een compleet overbodige en langdradige bisronde.

“California Dreamin'” in een langzaam jasje steken, daar valt gerust mee weg te komen, maar elke muzikant een oeverloze solo laten spelen, is een aanpak die tot de trukendoos van stadionbands met een midlifecrisis behoort. Vervolgens moet en zal het publiek nog enkele songs van Night Sun, het project van Harding met een Black Lip ondergaan, maar dat is echt van het goede te veel.

En daarmee slaat de twijfel opnieuw stevig toe. Is Harding, net als Leon Bridges die momenteel als een nieuwe Sam Cooke aan de wereld voorgesteld wordt, een stevig opkomend talent of is hij niet meer dan het product van een uitgekiend marketingapparaat? Afgaand op de nummers, zelfs al zijn het er in het geval van Bridges slechts twee, zou je geneigd zijn om te denken van niet. Bovendien zit Harding op Burger Records, een label dat zich weliswaar heel goed in de markt heeft weten te zetten, maar dat, gehuld in ondoordringbare weeddampen, vermoedelijk redelijk per ongeluk gedaan heeft. Harding klinkt vaak te veel als water en te weinig als wijn. En dat laat zich merken: de uitverkochte club slaat aan het hoofdknikken, maar blijft ver verwijderd van broeierige temperaturen, iets wat met een beetje Soul Power toch te fixen had moeten zijn?

E-mailadres Afdrukken