Banner

Rodrigo Amado Motion Trio c/ Convidados

12 + 13 december 2014, Galeria Zé dos Bois, Lissabon

Guy Peters - foto's: Nuno Martins - 16 december 2014

Een maand of vijf geleden speelde het Motion Trio onder leiding van de Portugese saxofonist Rodrigo Amado zo’n verschroeiende set op het Konfrontationen Festival, dat het voor ons snel duidelijk werd dat het een belevenis zou worden die voor altijd aan 2014 gekoppeld zou blijven. Dan kan je maar beter nagaan of het geen toevalstreffer was, geen moment waarop alle sterren even netjes op een rij stonden. Geen gelegenheid daarvoor beter dan de band twee dagen aan het werk horen in z’n eigen omgeving.

En dus… op naar een druilerig, maar bloedmooi Lissabon, waar Amado naar goede gewoonte wat collega’s bij elkaar trommelt in december om de vriendschap en de creativiteit te vieren. Deze keer gebeurde dat met twee avonden met het Motion Trio, maar ook een aantal muzikale verwanten uit die stad en scene. Een buitenkans om de band te zien fungeren in verschillende contexten, die we niet gingen laten passeren.

Amado, intussen al de vijftig gepasseerd, maar spelend op een creatieve piek, heeft er bovendien een uitstekend jaar op zitten. De twee albums van het Trio met Peter Evans – The Freedom Principle en Live In Lisbon – mochten rekenen op laaiend enthousiaste reviews en hebben ’s mans naam alleszins geïntroduceerd bij heel wat liefhebbers van het genre. Ook de release van de debuutplaat van het Wire Quartet, verschenen bij Clean Feed, viel een vergelijkbaar lot te beurt. Het zijn drie albums van artiesten die spelen op het scherp van de snee en met een opmerkelijke souplesse. Iets dat tijdens het weekend wel vaker aan bod zou komen.

Opvallend is ook hoe de bandleider zich zonder nadrukkelijk te profileren als leider of voortrekker zo’n natuurlijke autoriteit uitstraalt. Amado is een man van weinig woorden, en als die woorden er dan toch uit komen, dan gebeurt dat zonder stem te verheffen of boude statements te maken. Hoewel hij een krachtig tenorsaxofonist is, kan je dat net zo goed zeggen over zijn blaasstijl: vrij van goedkope, opgefokte of extreme effecten en opmerkelijk spaarzaam met extended techniques. Amado is een en al soulvolle klank, bedachtzame melodie, ronkende sonoriteit. Zoals de Amerikaanse jazzcriticus Phil Freeman het eens mooi verwoordde: hij speelt tenor alsof hij wilde dat het een baritonsax was. Geworteld in de jazz, met een rijk, vol aroma, een vaag spirituele inslag en het vermogen om binnen een register een enorme rijkheid uit het ding te halen.

Net zo opvallend als de ingetogen leider is het stel muzikanten naast hem in het Motion Trio. Cellist Miguel Mira lijkt op het podium steeds opnieuw te vergroeien met z’n instrument, doet dat het ene moment klinken als een losjes wandelende bas, maar steekt net zo graag over naar het terrein van de kamermuziek en de hyperkinetische, vrije expressie, zowel met vingers als strijkstok. Sluitstuk is dan weer de jonge drummer Gabriel Ferrandini, een aanwezigheid die intussen niet meer weg te denken valt uit de lokale scene en een duivel-doet-al die zich in geen tijd opgeworpen heeft tot een monster op het internationale platform. Niet enkel naast Amado in het Motion Trio en het Wire Quartet, maar ook als vaste sparringpartner, bij het opgemerkte Red Trio of onlangs aan de zijde van o.m. Thurston Moore en Pedro Sousa. Ferrandini is de man van de toekomst. Een liefhebber die we er ontmoetten sprak van een haast lichtgevende persoonlijkheid. Iets wat we enkel kunnen beamen: zelden zie je een jonge muzikant met zo’n imponerende en natuurlijke présence.

Vrijdag 11 december

Galeria Zé dos Bois, gelegen in het hartje van de Bairro Alto, een van de drukst bezochte en gezelligste buurten van de stad, is al sinds jaar en dag een van de centrale plaatsen voor de kunsten. Performance kunst, visuele kunst en muziek, van lawaaierige rock-‘n-roll tot hippe neofolk en kletterende vrije improvisatie, het kan er allemaal. De band speelde er twee avonden in een primitief verlichte ruimte waarin het publiek aandachtig volgde. Elke avond bestond uit twee sets. De eerste avond begon met eentje van het trio, gevolgd door eentje met gitarist Norberto Lobo.

Was de performance in Oostenrijk er eentje die van start ging met een ziedende explosie die meer dan een half uur aanhield, dan kreeg je hier meteen een andere gedaante te horen. Nog altijd vrij explorerend, met een bochtige flow en vuur in de vingers, maar ook met een geduldig uitgewerkte diepgang. Het Motion Trio speelt vrijer en minder gecontroleerd dan veel van de voorgangers van de jaren zestig en zeventig, maar de muzikanten bewaren het overzicht en slagen er soms in om de muziek een flair van gecomponeerde samenhang te geven. Net als een getraind loper heeft ook een goed op elkaar ingespeelde working band wat inlooptijd nodig, maar de muzikanten vonden snel hun draai, leken even richting Dolphy’s “Hat And Beard” te knipperen met een dalend motief, maar gaven vooral een straf visitekaartje af van een klein half uur.

Het tweede triostuk liet dan weer iets heel anders horen. Ferrandini bracht het boeltje wrijvend en strelend op gang,en kreeg snel gezelschap van Amado die counterde met een lyriek die wat verwant was aan die van een Joe McPhee, met een eerder elegische toon en een meer uitgesproken emotionele spanning. Keerpunt volgde toen Mira het met de strijkstok ging zoeken in een repetitieve drone-zone, het samenspel een ritualistische samenhang kreeg en gaandeweg aan kracht won. De schaaltjes vlogen in het rond en de eindbestemming was een kolkende turbulentie.

De tweede set ging niet verder op dat samenhangende, krachtige elan, maar zocht het meer in de breedte. Het was bovendien ook mooi om te zien hoe gast Lobo niet gereduceerd werd tot de vierde man die zich aanpast, maar deel kon worden van een nieuwe democratie met een heel eigen klankkleur. Op zijn recente album Fornalha laat Lobo een vrij experimentele aanpak horen, maar de man valt eenvoudigweg niet voor één gat te vangen. Blues, folk, fado, Zuid-Amerikaanse ritmes, vrije ontregeling: op de een of andere manier vindt het allemaal z’n weg in een unieke stijl, die meteen mooi contrasteerde met Amado’s meer gebalde, melodische statements.

Het was de saxofonist die de tweede helft opentrok nadat Lobo met spinachtig spel en subtiel effectengebruik een eigenzinnig klankenwereld op gang gebracht had. Terwijl de muzak van bij de buren tijdens de kalmere momenten binnensijpelde, speelden de muzikanten met effecten, zocht Ferrandini het bij tribale patronen, en kon een simpel klinkend motiefje de aanleiding vormen tot een kortstondige, collectieve schreeuw. Niettemin was het vooral het zoekende aspect dat nazinderde, zeker in het tweede luik, waarmee het viertal de klank en aanpak van Amado’s Wire Quartet erg dicht leek te benaderen.

Zaterdag 12 december

Voor zijn derde set haalde het Motion Trio bassist Hernani Faustino aan boord, nog zo’n zwaargewicht van de scene in Lissabon en een ervaren klepper die net als Amado toe is aan een creatieve piek. Als anker van het Red Trio en het Wire QUartet is Faustino natuurlijk een bekende voor de muzikanten, maar hij is eveneens een muzikant die gezegend is met een breed vizier en tot ver buiten de werelden van freejazz en vrije improvisatie inspiratie opdoet. Het zou deze keer echter leiden tot vermoedelijk de meest cerebrale set van de vier, ook al was de flow van de muzikanten niet te stuiten. Het verkeer klonk deze keer het meest grillig en onvoorspelbaar, op de wig tussen Red en Motion Trio, met een sterkere nadruk op kleine geluiden en dynamische lagenstructuur.

Dat betekende dat je als luisteraar niet altijd veel houvast aangereikt kreeg en het zoeken was naar een ingang, zeker wanneer het verkeer beperkt bleef tot een drummer en twee strijkers die geen duimbreed leken toe te geven. Een passage van Faustino en een zichzelf compleet in trance plukkende Mira mondde uit in het tumultueuze hoogtepunt van de set, een moment met een haast autistische koppigheid en exploratie van snaren. Ferrandini speelde met de blote handen en ritselde met brushes, terwijl Amado ook de aangehouden klankgolven inruilde voor nerveuze en abrupte stootjes. De flow werd daar ingeruild voor een woelig verkeer dat Ferrandini uiteindelijk richting trance duwde met zijn aanhoudende geroffel.

De slotset was eigenlijk al net zo’n expansieve trip, maar dan van een heel andere orde. Met extra tenorsaxofonist Pedro Sousa, gitarist Luis Lopes en pianist Rodrigo Pinheiro (Red Trio en samen met Hernani Faustino ook lid van het uitstekende kwartet Clocks And Clouds) op Fender Rhodes erbij leidde het niet enkel tot een aanzienlijke uitbreiding van de band, maar ook van het aantal decibels. En bestonden de vorige sets allemaal uit twee delen, dat leidde het deze keer tot een kolossale monsterimprovisatie die meer dan drie kwartier aanhield en in die periode zorgde voor een ronduit hallucinerende geluidstrip die tot ver voorbij de grenzen van de conventionele improvisatie ging.

Van meet af aan liet Pinheiro ook voelen dat hij er niet zomaar bijgehaald was als vriendelijke gast. Onderuitgezakt achter de Rhodes bracht hij meteen een woelig verkeer op gang dat wel verwantschappen vertoonde met de klassieke fusion van de vroege jaren zeventig, maar tegelijkertijd een pak radicaler was. Hier geen soulvol zoemende of funky interventies, maar breed uitgesmeerde alarmsirenes en grof gesmodderde kleurenstapelingen, waar de ritmesectie knap op wist in te pikken. Luís Lopes, aanvankelijk iets te laag weggeduwd in de geluidsmix en hier ook iets minder noisy van leer trekkend dan op zijn voorbije release met het Lisbon Berlin Trio, vormde aan de andere kant van het podium zijn tegenpool. Daartussen: Amado en Sousa, broederlijk naast elkaar, maar ook zoveel meer dan een eensgezinde saxsectie. Soms heftig brommend en schurend tegen elkaar, met Sousa vaak in en iets meer experimentele rol, en Amado als krachtige voortrekker.

Moeilijk om individuele secties te beschrijven, want al snel evolueerde de muziek als een massief blok, een voortdurend verschuiven van verhoudingen waarin het zalig verdwalen was. Het was zwaar hamerend en verwarrend, maar net zo goed ook met een repetitieve, haast drone-achtige impact, denderend en rollend als een rockmachine, met Ferrandini in compleet doorgeslagen modus. Het onophoudelijke headbangen van Mira sprak boekdelen, terwijl de immer onbewogen Amado blies met een furieuze energie die een imposant verbond opzocht tussen spirituele transcendentie en soulbom. Het was een luid, veelkleurig en in vele richtingen stuiterende explosie van klanken en ideeën die een machtig punt zette achter een weekend dat de aanwezigen en muzikanten niet licht zullen vergeten. Het bewees ook dat we ons niks verbeeld hebben, toen die avond in Nickelsdorf. Wat de muzikanten deze twee avonden in Lissabon lieten horen was een feest van vrije muziek en een ode aan de creativiteit. 2015 wordt het jaar van Amado & co. Zeker weten.

E-mailadres Afdrukken
 
Rodrigo Amado Motion Trio c/ Convidados

Uit ons archief
Banner

TEST