Banner

Peter Gabriel

12 november 2014, Paleis 12

Philip Fonteyn - 14 november 2014

Peter Gabriel trekt al twee jaren rond met deze Back To Front-tournee, trad vorig jaar ook al op in Vorst Nationaal en de concerten werden ook al op talrijke schijven gebrand voor het nageslacht. Om onduidelijke redenen staat hij deze avond nog eens in Brussel met exact dezelfde show en met nog vagere motieven gaan wij kijken.

Erg wisselvallig. Dat moet zowat het eerste zijn wat we kunnen bedenken als we terug buiten staan op de Heizelvlakte, niet ver van (wij tellen er nog negen) magische bollen. Het zou over voetbal kunnen gaan -- de Duivels hadden net iets verder in dezelfde tijdspanne wat ongeïnspireerd ballen naar elkaar getrapt -- , maar we zijn met ons hoofd wel degelijk bij de bard uit Bath. Onevenwichtig. Dat kon ook. We komen er wel uit.

Peter Gabriel sloft een paar uur eerder nonchalant het podium op om een oersaai voorprogramma aan te kondigen, nadat het overwegend empathisch grijzend publiek naar wat wereld verbeterende clipjes heeft zit staren. De twee achtergrondzangeressen van de tour (Jennie Abrahamson & Linnea Olsson) mogen even op het voorplan treden om het publiek wat bezig te houden met cello en xylofoon, maar ze hadden zich beter Game Of Throne-gewijs wat met elkaar bezig gehouden. Wij krabben terstond even in de te prille baard, rollen met de ogen en doorstaan met moeite enkele potentiële Eurovisiesongnummers. Nie wieder.

En dan nog iets. Nu het ons toch niet vraagt: we hebben het zo ondertussen wel gehad met dat integraal en chronologisch naspelen van volledige platen. Mooi voor nostalgici en spaarpotten van vergeten groepen, maar in veel gevallen werkt het niet. “So” -- dat gevierd wordt als de meest commercieel succesvolle plaat van Gabriel -- blijkt alvast niet de beste keuze voor dit concept.

De 64-jarige voormalige frontman van (we spuwen even) de symfonische rockband Genesis trekt die lijn echter ook door naar de rest van het concert. In het tweede deel -- er werd ons door krasse Peter krakkemikkig uitgelegd dat het allemaal in drie delen zou gebeuren en dat het spannend zou worden -- zit nagenoeg geen cohesie in de setlist. Het publiek weet zich dan ook geen houding aan te meten in het loodsachtige Paleis 12: het springt uitbundig recht voor het ietwat gedateerde “Solsbury Hill”, maar moet daarna noodgedwongen terug gaan zitten voor “Why Don’t You Show Yourself?”. Iets later wordt het publiek op sommige plaatsen na “Big Time” zelfs door iets te autoritaire zaalmeisjes bevolen om terug plaats te nemen in de klapstoeltjes. Waarna een monotoon dreigend “We Do What We’re Told (Milgram’s 37)” werd ingezet. Kijk, van dat soort ironie moeten wij toch even glimlachen.

Er staan met David Rhodes (gitaar), Tony Levin (bas), David Sancious (keyboard) en de met luid applaus ontvangen Manu Katché (drums) topmuzikanten aan de zijde van Gabriel. Daar ligt het dus niet aan, maar het is dan misschien ook des te erger dat de opener van het derde deel -- het “So”-gedeelte -- “Red Rain” zo de vernieling wordt ingespeeld. Het is eigenlijk onvergeeflijk, net als het moment dat één van die achtergrondzangeressen het in haar hoofd haalt om Kate Bush naar de kroon te steken in “Don’t Give Up”. Het publiek geeft haar een beleefdheidsapplaus, maar wij weten wel beter. Pek en veren is hier beter op zijn plaats.

Met de knappe belichting, het inventief gebruik van vier mobiele lichtkranen (wij denken even vier bewegende Wall-E’s te zien, maar zien snel de idiotie in van dat soort gedachten) en de artistieke camerabeleving ziet het er allemaal wel prima uit, al kunnen we bij momenten ons toch niet van de indruk ontdoen dat we naar Pink Floyd van de Aldi zitten te staren. We weten niet precies of dat net de bedoeling is.

Of we dan niet midscheeps getroffen worden door emotie in die twee uren? Toch wel. Helemaal vooraan in de set klinkt jaloezie geweldig in een uitstekende akoestische versie van “Shock The Monkey” en ook “Come Talk To Me” doet het hart meer dan goed. Briljant is echter alleen het onvolprozen “Mercy Street”, ook al uitblinker van het gefêteerde album. Alles valt hier in de juiste theatrale plooi en het is van het beste dat we al ooit op een podium zagen. Onze buurman horen we ostentatief zuchten na het nummer, maar we zijn niet zeker of dat bij hem eveneens van bewondering is. We geven hem het voordeel van de twijfel. Eén moment van absolute klasse in een poel van middelmatigheid, is dat dan voldoende? Wij twijfelen en vragen ons af of dat ook voor Divock Origi geldt even verderop.

Bissen? Ja, en dan nog iets. Wij vloeken geweldig binnensmonds dat Gabriel “Here Comes The Flood” laat vallen, maar het gedrocht “The Tower That Ate People” niet. Wij overwegen een niet-bindend referendum, maar zien er al snel de Catalaanse meerwaarde van in. En. Dan. Nog. Iets. Uiteraard, wij erkennen de maatschappelijke context en de ongecontesteerde waarde van “Biko” en gunnen iedereen zich wat vuisten in de lucht. Maar toch staan we er op om het eens en voor altijd te boekstaven als een ongelofelijk hysterisch kutnummer. For the record.

Conclusie? Het had best wat meer mogen zijn, ja. En dan nog iets.

E-mailadres Afdrukken
 
Peter Gabriel
2014

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST