Banner

Alexander Hawkins & Louis Moholo-Moholo

8 november 2014, De Singer

Guy Peters - 09 november 2014

Die avond in de Noorderkempen: een meeting van twee muzikanten die een paar generaties van elkaar verwijderd zijn. De Brit Alexander Hawkins (°1981) is een naam die steeds vaker over de tongen rolt, en terecht. Hij is een complete en creatieve pianist met een enorme veelzijdigheid. De samenwerking met de legendarische freejazzdrummer Louis Moholo-Moholo (°1940), die intussen al een paar jaar aanhoudt, is een van zijn meest bijzondere uitlaatkleppen, zoals ook weer bewezen werd met dit mooie duoconcert in Rijkevorsel.

Maar eerst de nog jongere Belgische pianist Seppe Gebruers, in jazz- en improvisatiemilieus intussen bekend van o.m. Ifa Y Xango, Mount Meru, Bambi Pang Pang (ze speelden met Andrew Cyrille op Middelheim en een album komt er binnenkort ook aan) en, recenter, een opmerkelijke duoplaat met mentor Erik Vermeulen, als Antiduo. Gebruers is een eigenzinnige pianist die niet eenvoudig te classificeren valt, zoals ook al duidelijk bleek uit zijn ongebruikelijke inleiding, waarin hij een glimp van de interne keuken meegaf. Niet dat het een praktische handleiding was die veel verduidelijkte, daarvoor was ze te dwars en onvoorspelbaar.

Dat Gebruers het z’n luisteraars niet makkelijk wil maken, werd meteen duidelijk. De vijfenveertig minuten durende set kende een paar rustmomenten, maar ontvouwde zich als een lange beweging met een enorm turbulent verloop, startend vanuit amper hoorbaar gedruppel in het hoogste register, maar even later met abrupte uitspattingen, passages van bijna-romantiek, maar ook weerbarstige clusters en tumultueuze klavierspurten waarbij de armen als in een kramp in de lucht vlogen en de pianist haast leek mee te zingen. Het was geen voor de hand liggende performance en door het fragmentarische karakter miste je een ‘verhaal’. Maar dat was ook de bedoeling: Gebruers’ muziek is eigenzinnig (en eerder te situeren in de wereld van de moderne klassiek dan de jazz, meer Cornelius Cardew dan Thelonious Monk dus) maar legt de bal ook in het kamp van de luisteraar. Rest enkel de vraag wat die ervan kan of wil maken.

Wat een contrast met het tweede concert. Net als tijdens de performance die we Hawkins en Moholo-Moholo deze zomer op een festival zagen geven, werd resoluut de kaart van de songs getrokken, waardoor dit een heel andere beleving was dan de pas verschenen plaat van het Moholo-Moholo Quartet (het dieper in de freejazzgeschiedenis duikende 4 Blokes), en zelfs niet te vergelijken viel met de duoplaat van twee jaar geleden, Keep Your Heart Straight. Het ging nog redelijk vrij en ritmisch van start, met een vingervlugge Hawkins en een spontaan vegende en kloppende Moholo, maar al snel werd ander terrein opgezocht.

Het duo koos vaak voor statige en elegante thema’s, die nu eens frivool klonken en dan weer weemoedig en soms zelfs dichter bij de Broadway-traditie lagen dan pakweg de bebop. Zo’n track als “Mark Of Respect” klonk alsof Hawkins het melodieus afgeronde van Abdullah Ibrahim probeerde te koppelen aan de franjes van een Art Tatum, terwijl even later toch hoekiger terrein werd opgezocht, harder gehamerd werd. Dan schoten namen als Bud Powell en Jaki Byard door je hoofd. Nog later leek het wel alsof een stille film van Buster Keaton begeleid werd, compleet met romantische vervoering. Ellis Larkins bij Ella Fitzgerald, zoiets.

Maar het opvallendst was natuurlijk weer die combinatie, met de ene dus zeer melodieus en gul, regelmatig op het bombastische af, en aan de andere kant die drummer met z’n rods die er maar spontaan op los blijft borstelen en vegen en slaan. Moholo’s spel is ongekunsteld, ongedwongen en zeer natuurlijk, alsof hij in rechtstreeks contact staat met een oerritme, waarmee hij voortdurend rond Hawkins danste, of omgekeerd. Moholo is soms ook een beetje een Bennink, veel heeft hij niet nodig en toch zou je ‘m meteen herkennen.

Andere opvallende momenten waren “Zanele”, waarvoor Hawkins zelfs aan het zingen sloeg, en natuurlijk het onverwoestbare “You Ain’t Gonna Know Me ‘Cos You Think You Know Me”, in de jaren zeventig al opgenomen en opgedragen aan de toen pas overleden Mongezi Feza, en nog altijd een van de machtige thema’s uit de muziek. Hier en daar waren er wel momenten dat het concert uit dat patroon brak – zo leek het duo zich even te wagen aan het knetterende “For The Blue Notes” en kon Hawkins even wat zijwegen uitproberen met buitelende acrobatie – maar die indruk die het langst nazinderde, had haast iets van een uitvoerige medley, met vooral extra uitdaging in de scharniermomenten.

In de bisronde werd nog eens een samenvatting gegeven van het concert (letterlijk, sommige stukken passeerden een tweede keer), even explosief uitgehaald met “Yes Baby, No Baby”, en het spelplezier droop ervan af. Ook als je niet zou houden van die traditionele songs die steeds binnengesmokkeld werden, dan kon je toch niet ontkennen dat de twee iets gecreëerd hebben dat hen duidelijk inspireert, amuseert en onderscheidt van hun collega’s.

E-mailadres Afdrukken
 
Alexander Hawkins & Louis Moholo-Moholo

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST