Banner

The Libertines

Vorst Nationaal, 1 oktober 2014

Laurens Vansteelandt - foto's: Jan Van den Bulck - 02 oktober 2014

De vele afwezigheden en belabberde performances van een doorzopen Doherty zijn duidelijk blijven hangen. Zeker in België, waar we gezamenlijk met z’n allen in collectieve verontwaardiging vervallen wanneer Daan Stuyven een keer te veel in beschonken toestand het podium op strompelt. Hoeft het te verbazen dat de lang verhoopte reünie van The Libertines Vorst Nationaal niet kon uitverkopen gisterenavond? En toch… Echo’s van aan de overkant van het Kanaal getuigden reeds van extatische fans, van een groep die effectief voltallig opdaagt, fris en monter. We mochten wel degelijk iets verwachten van The Libertines anno 2014.

Stipt om 21 uur gingen de lichten uit – zonder muziek maar met flarden projecties uit de heerlijke Libertines-documentaire There Are No Innocent Bystanders. Een streep nostalgie, of nerveuze verveling, afhankelijk van hoe je het invult. Net na het academisch kwartiertje kwamen de vier muzikanten dan toch het podium op, met een Pete Doherty die er voor een notoire junkie nog relatief fris en strak in het pak uitzag.

De groep zette er meteen de beuk in met "The Delaney" ("Say No no no/ Say Yeah Yeah Yeah!"), "Vertigo" en "Time For Heroes". Opvallend waren vooral de heftige lichtshow, de heftige gitaren, de heftige performance, de heftige alles. En vooral: de stevige bassen die alles overstemden, zoals zo vaak in deze zaal. Nee, geweldig klonk het aanvankelijk niet, al werd dat na enkele nummers dan toch voor een stuk rechtgetrokken. Net op tijd voor meezingers als "Music When the Lights Go Out" en "What Katie Did".

Voor een band die daar zelden een punt van maakt, klonk het geheel zelfs relatief strak – ongetwijfeld met dank aan stoïcijnse bassist John Hassall. "Boy Looked at Johny", "What Became of the Likely Lads", "What a Waster", "I Get Along", … het is maar een greep uit de setlist van 25 nummers, die in hels tempo, maar zelden gejaagd, de revue passeerden. Op amper twee albums tijd hebben The Libertines dan ook een zak klassiekers bij elkaar geschreven, met als uitschieters ongetwijfeld "Don’t Look Back into the Sun" en "Can’t Stand Me Now", dat een een heerlijk mondharmonicasolo meekreeg.

Het muzikale belang van The Libertines mag dan ook niet onderschat worden. In het zog van The Strokes en andere the-groepen droeg het viertal begin deze eeuw bij aan een garagerockrevival, voegde het daar een flinke geut Britse muzikale traditie aan toe (van The Beatles tot The Clash) en was het zo de voorbode voor acts als Arctic Monkeys. Maar het fenomeen draaide ook toen al om veel méér dan muziek alleen. De kortstondige periode tussen opmars en neergang van het viertal was voor alle betrokkenen een collectieve roes, vol rock-’n-roll, onstuimige naïviteit, cocaïne, crack, broederschap, onderlinge ruzies en andere grillen.

En op die manier kan ook teruggeblikt worden op deze passage. Zoveel meer dan louter muziek en een matige klankmix, waren The Libertines in Vorst vol van energie, jeugdige nonchalance en vooral heel veel spelvreugde. Met meezingmomenten en een uitzinnige ambiance waarbij iedereen "fuck forever" scandeerde, broederlijk schouder aan schouder. Kortom, alles wat de groep vijftien jaar geleden al zo onweerstaanbaar maakte. De intenties leken in elk geval oprecht meer dan een melkkoe voor Doherty's drugsverslaving. De voorbode van een onverhoopt derde album bijvoorbeeld? "Happy endings, no, they never bored me".

E-mailadres Afdrukken
 
The Libertines

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST