Banner

Flaming Lips

4 juni 2006, Vooruit

Matthieu Van Steenkiste - foto's: Madelien Waegemans - 05 juni 2006

"Als we allemaal maar zo moedig en belachelijk durfden zijn." Eigenlijk vat Wayne Coyne van Flaming Lips het zelf nog het best samen, nadat een fan van op het podium zijn huwelijksaanzoek deed. Om van dit concert te genieten moet je wat reserve laten varen, het met een kinderlijke vreugde ondergaan.

Ze brengen geen doorsnee rockshow, eerder een soort gekkenhuis. Maar dan wel één waar je zo de lof der zotheid over wil schrijven: aliens, kerstvrouwen, skeletten op het podium. En in de lucht: confetti en serpentines. Véél confetti en serpentines. Tot het in je haar hangt, in je kleren kruipt, je er morgen nog vindt in je auto. Flaming Lips live is één woord: "feest".

Dit zijn echter geen tijden voor vrijblijvende gekte. Daarvoor is deze wereld té dolgedraaid, en kun je — zéker als "weldenkende" Amerikaan — niet voorbij aan de realiteit. Dit zijn psychedelische protestsongs in feestverpakking: het dartelen in de confetti mag dan voor meer dan één toeschouwer een vorm van escapisme zijn, het nieuwe At War With The Mystics, bevat wel degelijk behoorlijk wat ongefilterde aanklachten over de beleidsmakers in de V.S. en de oorlog in Irak.

Coyne gaat dat aspect vanavond niet uit de weg. "YeahYeahYeah Song" krijgt een moralistische inleiding (en daarna een knetterende versie), als ultieme bis krijgen we Black Sabbaths "War Pigs". Het begint een vertrouwd gegeven te worden, net als Dylans "Masters Of War" is het een geliefkoosd nummer voor Amerikaanse artiesten die hun afkeer voor hun leiders willen uitdrukken.

Toch ligt de nadruk op het werk van vroegere platen. Dat kan een punt van kritiek zijn — de setlist verschilt op enkele nieuwe nummers na nauwelijks van die uit 2003 —, de manier waarop dat materiaal wordt gebracht veegt dat van tafel. Flaming Lips live gaat niet over muziek, hoe goed die ook is, het gaat over levensvreugde. Over "durven enthousiast te zijn in plaats van cool", zoals Coyne bepleit. Durven alle schaamte te laten varen en gewoon blij te zijn. Waarom zou er ook schroom moeten zijn als je glimlach nooit breder is geweest dan vanavond?

En dus is het opnieuw supersingle "Race For The Prize" dat aftrapt in een wolk van euforie, en een fractie van een seconde vraag je je af hoe de groep de lat nog een concert lang zo hoog zal kunnen houden. Het antwoord is "niet", maar dat maakt niet uit. In het totaalspektakel dat Flaming Lips zijn, blijft zelfs een wat minder instrumentaaltje nog entertainend.

Samenzang wordt aangemoedigd, de handpop mag weer dirigeren in "Yoshimi Battles The Pink Robots pt. 1". En dan wordt even een gevecht op poten gezet tussen de toeschouwers in alienkostuum aan de ene kant van het podium en de kerstvrouwen er tegenover. Coyne smijt zich in het circus met lichten, serpentines en een voor zijn buik geriemde stroboscoop. Waarna hun oude grunge-anthem "She Don’t Use Jelly" mag aantonen dat het dat soort genrebenamingen heeft overleefd om te zijn doorgegroeid tot iets nieuws. Wat exact is niet duidelijk, maar in elk geval: iets feestelijks.

Krijgen we nog: een euforisch "Do You Realize??" waarin de groep haar orkestraal geluid ten volle uit de boxen laat spatten, bisnummer "A Spoonful Weighs A Ton" ziet de Teletubbies opnieuw het projectiescherm sieren.

En dan is het genoeg geweest, het geluidssysteem braakt "What A Wonderful World" uit. Zo voelt het ook na anderhalf uur in de wereld van Flaming Lips. Ja, de harde realiteit bestaat, maar als we gewoon zouden durven blij te zijn, zonder remmende poses en verkrampte bilkaken, dan zou de wereld al een stuk vlotter draaien. Een avond als deze geeft een mens energie voor even. Het kind in elk van ons moet af en toe gevoed worden, op een concert van Flaming Lips kan het hamsteren.

MEER FOTO'S

E-mailadres Afdrukken
 
Flaming Lips

Advertentie
Advertentie
Banner

TEST