Banner

Gent Jazz 2014

Jan Van Steenbrugge - foto's: Geert Vandepoele - 14 juli 2014

Een opvallend veelzijdige tweede festivaldag, op Gent Jazz. Jazz zonder barrières, dat kregen we voorgeschoteld. Zoals bij Taxiwars, waar geëxperimenteerd werd met rock en poëzie, of de invloed van Armeense volksliederen bij pianist Tigran Hamasyan.

Vrijdag 11 juli

Zo ook bij OakTree, het Jong Jazztalent van vorig jaar. Het trio -- met zangeres Sarah Klenes, celliste Annemie Osborne en Thibault Dille aan de accordeon -- bracht een smeltkroes aan wereldse invloeden mee. Een jaar de tijd hadden ze om hun nieuwste cd Well ineen te steken en om het resultaat van hun noeste werk volledig tot z’n recht te laten komen, deelden ze het podium met de gastmuzikanten die meewerkten aan het project. Tcha Limberger (viool en zang), Kristof Hiriart (ttun-ttun en zang) en Michel Massot (eufonium, tuba, trombone en zang) werden zorgvuldig gekozen om met hun muzikale identiteit een eigen folklore mee te helpen creëren. En ze werden ook ingeschakeld om te zingen. ‘De stem als directe connectie met het publiek’, zo zei Tcha Limberger achteraf.

En het moet gezegd: de meerstemmigheid en warme harmonieën wisten te beroeren. Daarnaast was er op de cd en in de setlist ook ruimte voor composities van het externe drietal. We kregen een frisse en dynamische set die gebalsemd werd met folkinvloeden, chanson, klassieke muziek en balkanmuziek. Ze zagen er erg relaxt uit en zo klonken de composities ook. Relaxt, fris en met voldoende pit en karakter. En toch ook nietig, met respect voor ieders inbreng en voor de muziek in het algemeen. Een mens zou er stil van worden. Een van de uitschieters in het repertoire was hun uitvoering van Sam Cookes “A Change Is Gonna Come”, een innemende versie waarin ieder muzikant de blues en soul in hun stem liet horen. Annemie Osborne begeleidde ondertussen op haar cello. Ook Tcha Limberges “Entre Les Lignes” bezorgde ons kippenvel. En op het einde was er dan weer plaats voor het dramatische en adembenemende “Gau”, een compositie van Thibault Dille.

alt

Tigran Hamasyan zette de folkloristische lijn verder met brede invloeden uit de Armeense cultuur. De pianist, bejubeld door de groten der aarde zoals Chick Corea en Brad Mehldau, deed beroep op zangeres Areni Agbabian om zijn muzikale achtergrond mee over te dragen in de muziek uit zijn laatste project Shadow Theater. Vorig jaar nog kon hij zijn creativiteit botvieren als artist in residence op Jazz Middelheim. In Gent botsten we op een mengel van beats en gebroken ritmes, mee in gang gezet door zijn begeleiders Charles Altura op gitaar, Sam Minaie op bas en Arthur Hnatek achter het drumstel. Een fusie van minimal music, rock, free jazz en elektronische sounds waarbinnen Tigran zijn genialiteit liet gelden.

Zijn donkere melodieën maakten het duister in de tent, nog lang voor de zon de laatste lichtstralen op ons losliet. Het kwintet wisselde depressieve sferen af met vlammende composities die gestapeld werden op verhakkelde ritmes. Tigran bewees dat je je niet naar Tomorrowland moet begeven om in trance in een wonderlijke droomwereld te geraken. De pianist bruiste van de ideeën en creativiteit, maar slaagde er niet altijd in om daar een lijn in te vormen. Zijn muziekmakkers waren erg ondersteunend, maar misschien ook net iets te mak. Tigran nam steeds het voortouw en besliste eenzijdig over welke richting zijn muziek moest uitgaan. We kregen een erg gevarieerd invloedenpalet te horen, maar anderzijds misten we duidelijk uitgewerkte ideeën. Niettemin was Tigrans passage in Gent er een om te onthouden omwille van de mix aan muziekgenres met de Armeense invloed als rode draad.

Met een extra podium, de Garden Stage, om de pauzes tussen de acts op het grote podium mee op te vangen, blijft de muziekliefhebber steeds geëntertaind. Een opvallende naam was Avishai Cohen, de Israëlische trompettist die naambekendheid verwierf als bandlid in het SF Jazz Collective (naast hippe muzikanten als Matt Penman, David Sánchez en Robin Eubanks). In ’97 werd hij derde in de prestigieuze Thelonious Monk International Trumpet Competition. Vooral met zijn Triveni albums (uit 2010 en 2012) bereikte hij het grote publiek. Hier stond hij dus op het ‘klein podium’, waardoor we de kans kregen om hem met zijn trio in clubsfeer te bewonderen. Avishai kent de knepen van het vak. Een baarlijk meester op de trompet die zonder twijfel de meeste swingfeel van de avond had. Zijn kompanen waren een genereus doorgeefluik van energie en de combinatie van Nasheet Waits smaakvolle drumgrooves met drukke fills op de snaredrum en Yoni Zelniks strakke bas bood ons een complementair geheel van pure en pretentieloze jazz. Het ideale zijpodium waar rasechte swing een plaats vond naast het experimentele en bijtijds groteske muziekgeweld op de Main Stage.

alt

Niemand die goed wist wat TaxiWars ons zou voorschotelen. Alhoewel we met Tom Barman in de line-up wel konden voorspellen dat het af en toe druk zou zijn, dat poëzie met jazz vermengd zou worden (werd vermeld in de infobrochures) en dat we met Nicolas Thys (bas), Robin Verheyen (sax) en Antoine Pierre (drums) een stevige jazzband van eigen bodem aan het werk gingen zien. Dat Barman een jazzliefhebber is, is geen geheim. Zo stelde hij twee jaar geleden een compilatie-cd samen voor Impulse! en in interviews haalt hij wel vaker aan welk belang jazz steeds in zijn eigen muziek kreeg. De dEUS-frontman voelde zich merkbaar op zijn gemak tussen de jazzmuzikanten. Misschien ietwat te nerveus rondhuppelend sprak hij ons flarden teksten toe die deden denken aan het oudere dEUS-repertoire. Barmans stem kreeg verschillende effectjes mee en misschien gelukkig maar, want al dat roken heeft z’n tol geëist. Het kwartet zocht energie op, aangedreven door Antoine Pierre die sterk geconcentreerd een continue drive aanhield en toch veel belang hechtte aan de dynamiek. De jonge drummer, bijna 22, kon rekenen op de strakke pols van Nicolas Thys. Robin Verheyen weerde zich tussen het harde energieke spel, dat voortdurend opgejut werd door een enthousiaste Barman. In zijn relatief korte composities was de kern van het nummer ons niet altijd duidelijk en het hele project kan wel wat finetuning gebruiken. ‘You like it but you’ll learn to love it later’, weet Barman ons wijselijk te voorspellen in een van de teksten. Hij zou wel eens gelijk kunnen hebben.

Groot machtsvertoon dan bij Ibrahim Maalouf. Het startschot werd gegeven met de titelsong “Illusions”, tevens de naam van zijn laatste album en ook zijn tour werd zo gedoopt. Al snel werd duidelijk dat deze show een gigantisch spektakel zou worden. Met loeiharde drums, dito bas- en elektrische gitaarlijnen, vier backingtrompettisten en een Fender Rhodes had hij de ingrediënten voor een bombastische creatie samengesteld. En zoals dat vaak bij de groten gaat, wordt uitzonderlijk de volumeknop op immens-schadelijk-voor-de-oren gezet. De Frans-Libanese trompettist is gekend voor zijn unieke Oosterse melodieën met kwarttonen op trompet. Ook in dit project behield hij die kenmerkende invloeden, maar die werden platgewalst onder een gedreun van zware rock. Na drie nummers (veertig minuten verder) sprak Maalouf ons toe en leidde ons in z’n volgend nummer in. Een van zijn oudere nummers, Beirut -- geschreven in de periode waarin hij Led Zeppelin leerde kennen en daar ook lichtjes door beïnvloed -- bracht eindelijk een rustmoment in het midden van zijn haast met grootheidswaanzin doordrenkte set. Toegegeven, de vraag-antwoordpartijtjes met de backingtrompetten werken best aanstekelijk en ook zijn repetitieve Oosterse trompetlijnen die haast ontploffen met de wall of sound achter hem kwamen erg impressionant over. Maar het had gerust een pak minder populistisch gemogen. We zagen een mooi ineengestoken show waarin alles op voorhand vastlag en waarin improvisatie weinig ruimte kreeg. Wanneer tijdens het laatste nummer een van zijn trompettisten (Youenn Le Cam) de doedelzak ter hand neemt, verzuipt het concert pas echt in de folkloristische clichés.



E-mailadres Afdrukken
 
Gent Jazz 2014

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST