Banner

Delrue

22 februari 2014, AB Club

Matthieu Van Steenkiste - 23 februari 2014

Nu Yevgueni even op pauze staat, zag frontman Klaas Delrue zijn kans schoon. Met de hulp van wat oude bekenden schreef hij eindelijk die Franse chansonplaat waar hij altijd al van droomde. In de AB Club stelde hij dat sterke materiaal zaterdagavond voor het eerst aan een publiek voor.

Het zat er in, het moest er uit: opgegroeid in Moeskroen, op de skreve tussen Frankrijk en West-Vlaanderen, met een vader die de liefde voor het chanson uitademde, kon het niet anders of ook Delrue werd door die vlooien gestoken. Als student was hij tussen zijn Nirvana- en Smashing Pumpkinsminnende leeftijdsgenoten de vreemde eend in de bijt die de hoesnota's op de platen van Renaud ontcijferde met de koptelefoon op de oren. En toch ging hij in het Nederlands schrijven. Yevgueni werd een begrip, bouwde in tien jaar een reputatie op, en ging eind 2012 even in winterslaap. De kans om een lang gekoesterde ambitie waar te maken.

Dik een jaar later is er dus Risquons Tout, een Franstalig solodebuut dat verwijst naar een wijk op die grens, maar net zo goed een persoonlijk rien-ne-vas-plus; de stap in het diepe die er altijd zat aan te komen. Delrue zet -- met de hulp van broer-Romanist Thijs -- een stap alleen op de scène, in de taal van Molière. Omdat dat moest.

Het is een goeie plaat, die de zanger zaterdagavond voorstelde in de AB Club. Dat laat "A la gare" meteen al horen. "Regarde-moi, ange de la gare / Je suis là que pour toi" kroont hij, terwijl Ad Cominotto daar een prachtige slide guitar onder legt. "Voor mij is de avond al geslaagd, maar ik begrijp dat u nog iets meer verwacht", klinkt het nadien; de kop is er af. Single "Pacman" volgt meteen, drijvend op een iets meer elektronische onderlaag.

Dat Yevgueninummers vertalen geen goed idee was, ondervond Delrue al vrij snel. "Elisa" heeft dan ook hoogstens zijn thematiek gemeen met de Nederlandstalige pendant, Cominotto vult aan met een oh zo Parijse accordeon. "Fenêtres" is wel een getrouwe kopie van "Propere Ruiten", en meteen ook geen hoogvlieger; dat was het al niet in het Nederlands. "Pas que je voulais pas", waarin de zanger de rol aanneemt van de buitenechtelijke minnaar van een stervende vrouw, is dat wel; een verstild nummer dat de pijn zo voelbaar maakt dat het bijna levensecht voelt: "Une question me hante, me fracasse, ne me lâche pas / Est-ce possible que tu ne me voulais même pas là?" Delrue haast zich om de inspiratie te duiden: de ervaringen van een palliatief verpleger.

Om tot een avondvullend programma te komen zijn er covers van de helden. Delrue zet een aardige Gainsbourg neer in "Le poinçonneur des lilas", maar het valt ook op hoe hij hier de Franse traditie imiteert, maar daar ook blijft steken. Zeker in een tekstgedreven genre als het chanson moet je je teksten ook zijn, en daar slaagt de Yevguenifrontman -- al was het maar door de zenuwen -- niet helemaal in. Ook bij "Un Enfant" van Charles Aznavour is hetzelfde euvel zichtbaar. Begrijpelijk ook: prachtsong, maar ook een verouderde visie op puber-opstandigheid die ook Delrue ongetwijfeld niet volledig meer deelt.

Het coverfestijn gaat overigens door. Voor "La femme d'Hector" van Georges Brassens wordt vader Dries mee op het podium gevraagd, die zich zichtbaar zenuwachtig van zijn taak kwijt. Het zorgt voor hilarische conversatieflarden. De vader, confuus: "Ja, ik hoor mezelf in die monitor, ja". Zegt de zoon: "Gisteren vond ik het zo'n goed idee dat ik vergat me af te vragen of ik het nummer zelf wel kon spelen." Blijkt wel mee te vallen, al lijkt het resultaat toch vooral voor de familie Delrue memorabel. "Son Bleu" van Renaud, een sterke filering van het kapitalistisch bestel, volgt als opstapje naar wat volgt.

Met "Cons Pétants" waagde Delrue zich immers voor het eerst aan een protestsong, al heeft die dan wel iets van "La crise" van Daan; hetzelfde soort hoempa-achtige melodie, een gelijkaardige opsomming van managementsgebrabbel. We willen geenszins "plagiaat" roepen, maar vragen ons wel af hoe de financieel-economische oplichting twee Belgische artiesten met gelijkaardige invloeden bij hetzelfde soort klankbeeld deed uitkomen.

Voor slotsong "Risquons Tout" wordt een spiegelbol op het podium gesleept, tientallen koppels volgen Delrues aanmoeding om loos te gaan in een slow. Passend; de titelsong van zijn plaat is een klassieke ballad die als vanzelf uitnodigt om het lief eens goed vast te pakken. Bisnummers volgen; een mooi "Avion", en "Les Cactus" van Jacques Dutronc doen nog uitgeleide. De Franstalige carrière van Klaas Delrue is mooi begonnen.

E-mailadres Afdrukken
 
Warning: getimagesize(/opt/www/vs08091/web/www.enola.be/images/fotos/muziek/d/delruece14.jpg): failed to open stream: No such file or directory in /opt/www/vs08091/web/www.enola.be/templates/enola/html/mod_illustration/default.php on line 91 Warning: Division by zero in /opt/www/vs08091/web/www.enola.be/templates/enola/html/mod_illustration/default.php on line 93