Banner

Gabriel Rios

13 februari 2014, Vooruit

Stavros Kelepouris - 16 februari 2014

Na een periode van herbronnen in de suburbs van New York landde Gabriel Rios terug op Zaventem met een koffer vol nummers die, euh, nog niet af waren – aldus de Puerto Ricaan tijdens zijn set in de Vooruit. ‘Ideaal,’ dacht hij, ‘dan polijst ik die nummers live wel.’ Zo gezegd, zo gedaan: Rios imponeerde met een rist akoestisch gebrachte ruwe diamanten waarin meer dan ooit het verhaal centraal staat.

Niet evident: met uitzondering van openers “Voodoo Chile” en “Straight Song”, en het vlak voor de bissen opgediste “El Carretero” teerde Rios uitsluitend op materiaal dat binnen een maand of 7 te horen valt op zijn nieuwe This Marauder’s Midnight – de plaat waarvan hij iedere maand een nieuw nummer op het web dropt. Voor de goeie verstaander: meer dan de helft van zijn setlist had het publiek nog nooit gehoord. Gelukkig is Rios niet alleen een goede zanger maar ook een uitstekende frontman, waardoor hij anderhalf uur lang moeiteloos de aandacht naar zich toe zoog.

Dat Gabriel opvallend goed bij stem was, bleek al bij de Jimi Hendrix-cover ‘Voodoo Chile’, die hij met een hese kopstem naar zijn hand zette – solo met een akoestische gitaar om de hals, veel naakter krijg je dat nummer niet. “Straight Song” – funkier, hitsiger, snediger en stukken beter dan de studioversie op The Dangerous Return – kreeg nog gezelschap van een extra contrabas, en vanaf het derde, voorlopig nog titelloze nummer mocht ook de cello opdraven. Daar stond-ie dan, Rios’ volledig uitgeruste begeleidingsband – er was een tijd dat het er een stuk minder spaarzaam aan toe ging op zijn platen.

Tot daar de opwarming. Le nouveau Gabriel est arrivé. New York heeft de Gentenaar zichtbaar deugd gedaan, en Rios zal de rest van de avond het delicate evenwicht tussen chroniqueur en entertainer opzoeken – en vinden. De songs die hij uit de States heeft meegebracht zijn persoonlijker dan wat hij daarvoor al gedaan had. Het zijn neerslagen van impressies, snapshots uit een periode waarin hij helemaal alleen vertrok om zichzelf artistiek te herontdekken. Hij is er authentieker door geworden: Rios vertelt verhalen, zowel in als tussen zijn songs, en heeft de muziek gestript en van alle franjes ontdaan. Dichter bij Bob Dylan komt hij nooit meer.

De nieuwe nummers die hij al eerder op zijn website gooide, waren weliswaar welkome ijkpunten – een toehoorder heeft soms een houvast nodig. Een bedwelmend “Madstone” werd voorafgegaan door het verhaal over hoe de drie muzikanten op het podium elkaar in Amerika hebben leren kennen en hoe ze in het weekend de nieuwe nummers uitprobeerden in een piepkleine bar. In “Gold”, een song die blijkbaar over songwriting moet gaan, zoekt Rios’ breekbare stem de hogere regionen op, waarna hij het publiek toevertrouwt dat hij vroeger vooral lage nummers wou zingen – een stuk cooler dan met je open mond en toegeknepen ogen op het podium te staan, aldus de zanger. “But I sing like a girl”.

Dan is het de beurt aan “Police Sounds”, met voorsprong het mooiste en ontroerendste van wat we al van This Marauder’s Midnight hoorden. Rios’ stem haalt krachtig uit en zalft tegelijkertijd. Daarna slaat hij weer aan het vertellen: over zijn grootvader, die tijdens de oorlog een week verlof kreeg maar er zelf twee weken van maakte. En over hoe hij pas laat verliefd geworden is op de sound van Puerto Rico en Cuba – in Puerto Rico en in het huis van zijn grootvader was die muziek er altijd, als de achtergrondruis bij het leven. Pas toen Buena Vista Social Club op het voorplan trad, raakte er iets in Rios beroerd. Het reguliere deel van de set eindigde dan ook met een cover van “El Carretero”, ‘a song I wish I had written’ – toch nog even Rios op z’n funkiest.

‘Muzikaal herbronnen’ staat vaak gelijk aan ‘artistieke bloedarmoede’ – niet zo bij Gabriel Rios. New York heeft hem een nieuwe stap doen zetten, en die zou hem wel eens veel bijval kunnen bezorgen.

E-mailadres Afdrukken