Banner

Glasvegas

6 december 2013, Het Depot

Matthieu Van Steenkiste - 07 december 2013

Raar bandje, dat Glasvegas. Je blijft vermoeden dat er meer had kunnen in zitten, maar ook in Het Depot deed de groep niet meer dan zich half geven. En toch gewagen van een geweldig concert, om niet te worden tegengesproken door enthousiaste fans. Ligt het dan aan ons?

Wat moet je met een groep die ooit overrompelend was, maar dat veel te snel is verleerd? Heel even leek Glasvegas zo'n alles-of-niets-groepje te worden als de jonge Manic Street Preachers. De onversneden pathetiek van zanger James Allan, de in loeiende feedback gedrenkte nummers met een honingzoet motownpoprandje van debuut Glasvegas...; of het betekende alles voor je, of je duwde ze walgend weg. In 2009 was de groep het spannendste dat van de Britse eilanden kwam afgezakt. Naar Pukkelpop bijvoorbeeld, waar ze een allesveroverend concert speelden in een uit zijn voegen barstende Marquee. Het zag er naar uit dat dit een belangrijke band zou worden.

Twee middelmatige platen en evenveel Belgische concerten verder blijken dat soort verwachtingen te zwaar te hebben gewogen. Zelfs met de herinnering aan die Pukkelpoppassage een recensie lang tussen haakjes gezet, zagen we in Leuven toch voornamelijk een groep die worstelt om de grootsheid van zijn songs ook naar de planken te vertalen.

Het helpt ook niet dat het volume daar in Het Depot bijlange niet hard genoeg stond om Glasvegas het publiek te laten wegblazen. Lawaai was altijd de helft van hun wapenarsenaal, vandaag is hen dat door een barse Joke Schauvliege uit handen geslagen. Wat overblijft is een ietwat verkouden zanger -- anders misschien een nog dieper uitgesneden t-shirtje dragen tijdens de eerste winterprik, James? -- die dan wel beter zingt dan bij zijn doortocht in de AB twee jaar terug, maar nog altijd niet de pakkende zanglijnen van op plaat weet te reproduceren, en er soms dan maar een half-gewauweld potje van maakt.

Bij momenten zijn glimpsen van klasse te zien. Drumster Jonna Löfgrens onorthodoxe, staande, aanpak blijft een plezier om te horen: zo uitgepuurd, dat zelfs het simpele invallen van een basdrum in opener "Later... When The TV Turns To Static" al dramatisch gewicht krijgt. En zelfs al staat Allan ongeïnteresseerd te balken naar het plafond van de zaal, de geluidsstormen van een woest "If" -- met een flard "Road To Somewhere", een Talking Headsverbastering -- razen voor één keer zoals het moet. Een tikje te vertraagd gespeeld, blijft "It's My Own Cheating Heart That Makes Me Cry" ook nog altijd melodrama van het betere soort; kitchen sinkverhalen uit de Schotse marginaliteit tot epiek verheven.

Dat daartussen echter een aantal recente nummers zitten die niet echt hadden gehoeven, is jammer. In "We Draw Young Blood" zeurt de groep een eind aan, "I Feel Wrong (Homsexuality Pt. 1)" is larmoyant gezemel over een minimale melodie. Gelukkig heeft de groep een eindspurt klaar staan die op papier een homerun is; niets dan ijzersterke singles die elkaar zullen opvolgen. Glasvegas slaagt er in om niettemin een paar keer over zijn voeten te struikelen. Niet in een puik "The World Is Yours", maar pesterig de finale van "Dream Dream Dreaming" uitstellen met een valse solo is de emotionele opbouw van dat nummer ook onderuit halen. Gelukkig heeft "Geraldine" -- nog altijd de eerste ode ooit aan iemands sociale werkster -- maar binnen te koppen voor dit gretig publiek.

Dat de band in elk geval van dit concert heeft genoten, blijkt in een lange bisronde, wanneer Allan op verzoek probeert het erg obscure "Whitey" opnieuw uit zijn gitaar te toveren. Het lukt half, maar wanneer gitarist Rab Allan plots met een juichend "I remembered!" de solo speelt kijkt hij vooral verbaasd op, om zich adlibbend een weg naar het einde te stommelen; de rest van de tekst is zoek. "En als je deze niet kent ben je geen fan", diept hij vervolgens het al even akoestische "Cruel Moon" van op de puike kerst-EP A Snowflake Fell (And It Felt Like A Kiss) op.

"Het gebeurt al eens dat ik "Thanks" zeg, zonder dat ik het echt meen", geeft de frontman na een opzwepend "Daddy's Gone", nog steeds hun grootste hit, toe. "En deze ruimte is eigenlijk te groot voor ons op dit moment; ik zoek liever een zo groot mogelijke intimiteit. Maar hier meen ik het echt. Dankjewel." Wij twijfelen. Best fijn dat Glasvegas hier een goed gevoel aan over hield, maar stelt het zich niet met iéts te weinig tevreden?

E-mailadres Afdrukken