Banner

Manic Street Preachers + Flaming Lips

6 + 7 september 2013, Crammerock

Matthieu Van Steenkiste - foto's: Peter Duyts - 09 september 2013

In Stekene, aan de Nederlandse grens en dus ver van alle gewoel, probeert Crammerock zich sinds een tweetal jaar op te tillen uit de mêlée van Vlaamse dorpsfestivals. Met gezonde ambitie worden tegenwoordig zelfs buitenlandse headliners geboekt. Maar zit een publiek vol Chirojeugd wel te wachten op iets dat niet van eigen bodem is, en het soms iets moeilijker maakt? Manic Street Preachers en Flaming Lips deden afgelopen weekend de test.

Beide bands hebben al een paar decennia op de teller staan, en dat levert op Crammerock ook een interessante casus "omgaan met je verleden" op; beide bands leveren een ander antwoord op de vraag "Hoe hou je het evenwicht tussen fans behagen en de weg vooruit?". Manic Street Preachers is daar erg helder in. Hoewel hij volgende week met Rewind The Film een puike nieuwe cd uitbrengt, waarop de gezwollen rock voor één keer plaatsmaakt voor meer ingetogen nummers, kiest de groep op Crammerock voor een gemakkelijke festivalset vol hits. Nauwelijks anderhalf jaar nadat een "afscheidstournee" hen naar Trix bracht, vooraleer de groep eens lang en hard zou nadenken, levert de Welsche band immers ongeveer identiek dezelfde set af als toen.

"Motorcycle Emptiness" is ondertussen tweeëntwintig jaar oud, maar is ook bij de Stekense jeugd nog gekend, zo blijkt uit de vele meezingers. Frontman James Dean Bradfield knalt er meteen "Your Love Alone" en "You Stole The Sun From My Heart" achteraan; als een soort "je kent ons misschien van..." Van de nieuwe plaat volgt twee nummers verder de erg puike single "Show Me The Wonder", opgedragen aan de Rode Duivels die net de maat van Schotland hebben genomen, als enige getuige.

Het goeie nieuws: dit is het eerste optreden van de nieuwe tour van Manic Street Preachers, en met de goesting zit het goed. Na de verveling van Trix, zinderen de songs opnieuw. "Dit is waarschijnlijk het oudste nummer dat je dit weekend zult horen", zegt Bradfield, en hij zet een zwierig "Suicide Is Painless", een cover van "Song From M*A*S*H", in om er een al even gedreven "Revol" na te knallen. De tijd dat de groep een stel jonge onruststokers was is al lang voorbij, maar even zie je zelfs in de ogen van de onverstoorbaar bassende reus Nicky Wire het vuur weer branden.

De groep kwijt zich degelijk van zijn taak, maar wetend dat straks misschien wel één van hun sterkste platen in tien jaar uitkomt, is het toch een tikje te weinig. En nu ook het publiek langzamerhand wegsijpelt, valt dat meer en meer op. "Little Baby Nothing" krijgt een hortende versie die het origineel, ooit een triomfantelijke vinger in ongeluks gezicht, geen recht doet. Waar dat "Rock-'n-roll is our epiphany, culture, alienation, boredom and despair" ooit als een zegekreet klonk, is het nu vermoeid. En ook doorbraaksingle "Motown Junk" valt dood op de lege planken tussen de kijkers; glamrock stelt niets meer voor in het Waasland, meneer.

Neen, dan wordt een euforisch "If You Tolerate This Your Children Will Be Next" beter onthaald; het is een laatste en laat orgelpunt na een set die nooit minder dan degelijk was, maar ons ook op onze honger liet. Dit nostalgische trucje doet de groep al ettelijke jaren, en het is ontgoochelend dat zelfs bij een halve artistieke ommekeer als dat nieuwe Rewind The Film er live geen gelijkaardige U-bocht afkan. Hopen dat dat wel zo zal zijn als de groep volgend jaar de krautrockplaat uitbrengt die samen met die semi-akoestische plaat van volgende week werd opgenomen. Het kussen moet dringend opgeschud.

Flaming Lips hebben het afgelopen jaar exact dat gedaan, al was het niet van harte. De instorting van het twintig jaar durende huwelijk van frontman Wayne Coyne, en de hernieuwde liefdesaffaire van muzikaal brein Steven Drozd met drugs, zorgde ervoor dat de groep afgelopen lente een erg duistere plaat afleverde. Na vijftien jaar waarin trieste teksten werden gecombineerd met muzikale euforie, en concerten overrompelende ervaringen werden waarop het leven werd gevierd, was The Terror een claustrofobische antithese: hermetisch en donker.

En zo is ook de show die de groep op Crammerock brengt. Niet langer zijn ballonnen en confetti aan de orde; op het podium is een vreemdsoortige constructie vol tentakels naar achter opgetrokken, waar Coyne -- een babypop dicht tegen zich aangedrukt -- zingt. "Look... The Sun Is Rising" laat meteen horen dat er geen vrolijke uitbarstingen zijn te verwachten. Dit is donkere psychedelica, vol overstuurde bassen, dwars hakkende drums en grillige melodieën. Het is het eindpunt van een evolutie die de afgelopen jaren al langer merkbaar was.

Hoewel de groep tien jaar lang stug vasthield aan de euforische opzet, had de groep de laatste jaren muzikaal al meer en meer van dat moeilijker te verhapstukken werk in de set verwerkt. The Terror was enkel maar de definitieve nagel in de doodskist van die fase; het feest is gegaan, de bevreemding is gebleven. Zelfs al spuiten de confettikanonnen tijdens "The Terror" dan toch zilveren en zwarte confetti; meer dan een bijgedachte is het niet.

Met Coyne zo nadrukkelijk op zijn grillig verhoog, is dit wel nog altijd nadrukkelijk een show. Eén die niet langer de charmante huisvlijt uitademt van weleer. Ongetwijfeld is alles nog steeds onder strikte supervisie van de frontman op poten gezet, maar de hele space-opera-achtige inkleding, de manier waarop een balk vol spots tot net achter zijn hoofd zakt in "Try To Explain"; het ademt een groter professionalisme uit dan weleer.

De oude publiekslievelingen moeten zich schikken naar die nieuwe omgeving. "We moeten dit nummer zingen, zelfs al is het zaterdagnacht, en is het triest", kondigt Coyne, het vroeger nochtans uitbundig gebrachte "Race For The Prize" aan. Het volgt dan ook in een erg ingetogen kampvuurversie die om meezingen vraagt. Dit is echter Stekene op een late zomeravond; de lokale Chiro heeft zijn portie samenzang al gehad bij Daan en Arno, en tekent afwezig. Het nummer valt als zaad op de rotsen.

Het wordt er dan ook niet gemakkelijker op met de krautrockgroove van "Butterfly. How Long It Takes To Die" en de Devo-cover "Gates Of Steel": Coyne murmelt in het halfduister in zijn microfoon, de groep achter hem doet geen moeite om ook maar iets van een hook te serveren. Dat komt pas met absolute hit "Do You Realize??", dat desondanks ook weer in een kale sing- alongversie komt, en een afsluitend "A Spoonful Weighs A Ton", waarin de confettikanonnen voor het eerst louter op Coyne worden gericht. Het is symbolisch; niet langer neemt de charismatische frontman ons mee op een trip, hij verdrinkt voor onze ogen in een duisternis en verdriet waar wij hem niet uit kunnen helpen. "Love" klinkt het in een aanhoudende loop aan het einde van het concert; en dat is exact wat Coyne in de problemen bracht, en wat hij misschien nodig heeft.

Het resultaat is er echter wel: ondanks al die persoonlijke ellende, en hoewel het publiek gaandeweg gehalveerd is, heeft Flaming Lips wel een artistiek sterke show afgeleverd die laat zien dat de groep zelfs na dertig jaar nog steeds even vitaal is. Manic Street Preachers, met een paar jaar minder op de teller, kon op dat vlak minder overtuigen. Soms is het beter als je niet langer probeert te behagen.

E-mailadres Afdrukken
 
Manic Street Preachers + Flaming Lips

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST