Banner

Rhâââ Lovely Festival 2006

Variëren op één thema

Jurgen Boel; Matthieu Van Steenkiste - foto's: Anton Coene en Thomas Bartosik - 09 april 2006

Al enkele jaren ligt het Mekka van de Belgische indiekids ergens dertien kilometer ten noorden van Namen. In een gat genaamd Cortil-Wodon vindt daar immers al zeven jaar lang Rhâââ Lovely plaats, een festival dat de crème van de alternatieve muziekscène telkens net op tijd weet te serveren voor ze doorbreekt. En toch was het smakenpalet van editie 2006 net iets te beperkt om een hele dag te boeien.

Hoe de Belgische indiescene haar navel vond in een gat boven Namen mag een goed bewaard geheim blijven, erg praktisch is het niet. Erheen trekken krijgt al snel iets van een expeditie, als ook routeplanners door opgebroken wegen nutteloos worden, geldt nog maar één laatste redmiddel: de tandenloze Waalse boer die even opkijkt van zijn beerkar. En toch moeten en zullen we op tijd komen: I Love Sarah opent immers de werkzaamheden.

Naar verwachting en gewoonte brengt het duo Jani Jani (drums, keyboards, zang) - Rudy Perdu (gitaar, zang) het publiek grotendeels in verwarring, maar overheerst ook ronduit fascinatie voor hun bevreemdende muziek. I Love Sarah klinkt nog steeds als niemand anders: een casioriedeltje zorgt voor een basis, drums klinken alsof ze eenvoudigweg de trap worden afgeworpen, terwijl Perdu daar wat bochtenwerk over en door jaagt met zijn gitaar. En toch groovet het als niets anders, is het aanstekelijker dan de vogelgriep en is het steenkolenfrans van Jani Jani hilarisch. Extreem entertainend én boeiend: een groep om in het oog te houden.

Dit is een festival dat zich voornamelijk toelegt op postrock in al zijn varianten, en dan zijn verwijzingen naar de Apocalyps nooit ver weg. De muzikanten van het Franse Absynthe (Provisoire) menen het: wanhopig geschreeuw, chaotische drums, ijzig krassende gitaren. Het is bijna-potsierlijk, tot uit die kilheid een tsunami van nieuw gitaargeweld komt gekolkt waarna opnieuw de stilte van de ijstijd heerst. Absynthe (Provisoire) was het geluid van de witte uitgestrekte vlakten waar enkel de gruwel heerst.

This Is Your Captain Speaking: de naam wordt met de nodige verering gepreveld, wij hoorden vooral hoe enkele gebruinde Australische surfboys sub-Explosionspostrock brachten volgens het boekje. Of: als je het gevoel krijgt dat je aan het loungen bent op een cocktailfeestje waar in de hoek een groepje speelt, dan is een postrockband niet goed bezig. This Is Your Captain Speaking had niet het gezag om ons echt te doen luisteren.

Charlottefield gokte te veel op twee paarden om ons een set lang te kunnen bekoren: als de hoekige drumritmes in de clinch gingen met sfeervolle gitaarpartijen, werden we meegesleept langs dorre landschappen terwijl de zang ons in de verte verwensingen dan wel noodkreten toeriep, maar nog geen tel later liepen gitaar en drum hand in hand terwijl een oerschreeuw de longinhoud miste om de dreiging waar te maken. Had de zang zich maar blijvend in desolaatheid verloren, verzuchtten we, dan was Charlottefield de ontdekking van de dag voor ons geweest, nu bleven wij vooral te veel in de kou staan.

Ook live prevelt het Canadese Picastro zijn songs voorzichtig voor zich uit terwijl de groep een intieme podiumopstelling verkiest. Helaas waren ze op klaarlichte dag in de tent geplaatst waar de winterse koude elke vorm van intimiteit smoorde en het daglicht onverbiddelijk scheen. De ongelukkige setting en tijdstip onderstreepten het herhalende en soms zelf klagerige karakter van Picastro nog meer: hoe mooi we de albums ook vinden, de set sleepte zich te veel naar een einde toe om blijvend te boeien. Jammer.

Gelukkig was hierna de avant-garde postnoiserockpop van Deerhoof aan de beurt. Een set lang barstte het speelplezier uit de boxen terwijl de drie appels hoge Satomi Matsuzaki de meest bizarre bewegingen maakte. Oudje "Gore In Rut" zette de hele zaal in vuur vlam: "Bunny Bunny Bunny Bunny Bunny Bunny" klonk het dan ook haast eensgezind uit alle monden. Het nummer gaf de hele set treffend vorm: absurd, vrolijk en chaotisch. Opnieuw zag de ene er niets anders in dan een uit de hand gelopen grap, terwijl de andere zwoer bij genialiteit. Wij gaven hen beiden gelijk en vonden het dan ook fantastisch.

Grails wist ons tot op heden niet te boeien en hun live-set bracht daar bitter weinig verandering in. Het klonk allemaal heel netjes en strak maar voor ons was het vooral een signaal om de innerlijke mens te versterken. Kort daarna klonk ergens tussen Karate, Blonde Redhead en Engine Down het ding dat 31Knots het hare noemt. Wij hoorden ook flarden Fugazi: strak gespeelde emo- en andere -core door een paar overactende rubberen freaks. Energiek, spannend en intens.

In een ver verleden werd ons door een vriendin Piano Magic aangeraden, de melancholische popwave smaakte naar meer. Live viel er dan ook weinig op de groep aan te merken die nog steeds zwaar schatplichtig is aan de wave uit de jaren tachtig. Een enkele uitbarsting nu en dan doorkliefde de zweverige synthpop-melodieën. We keken er naar en we mompelden dat het goed was.

Nauwelijks een dikke twee maand na hun Belgische debuut, mag 65DaysOfStatic zich headliner noemen van Rhâââ Lovely. "Crazy festival" vindt elektronicaman en gitarist Paul, en hij glundert verder "in de zomer gaan we in Thailand en Australië spelen: I never thought this could happen!" De groep bedankt met een straffe set die de overrompeling in Leuven degradeert tot een verre herinnering: samengedrumd op een klein podium flirt de groep met de grenzen van het volume, herleidt ze noten tot zweetdruppels, wordt alles één waas van intensiteit.

Een nieuw nummer kan ons niet helemaal overtuigen, dan gooit de organisatie roet in de perfecte opbouw: hoelang de band nog kan spelen, is onduidelijk en dus wordt de setlist omgegooid. Dan maar eerst een door merg en been gaande versie van single "Radio Protector", pas dàn het allesverschroeiende "Retreat! Retreat!". Krijgen we dan toch een bis? Ja, maar niet het verhoopte "Aren’t We All Running?", wel "Mean Low Water" dat daarnet even in alle haast geschrapt werd. Jammer, maar het is niet erg: 65Days laat opnieuw enkel een platgebrand veld achter. Hier was niets tegen bestand.

Rhâââ Lovely 2006 was een uitputtingsslag. Met een iets te beperkt muzikaal spectrum was het soms moeilijk om volledige sets lang te boeien. Postrock blijft postrock blijft postrock…: hoe uiteenlopend de verschillende groepen op de affiche ook waren, het blijft variëren op één thema. Een beetje meer muzikale afwisseling zou dit festival net dat tikje meer geven.

HET VOLLEDIGE FOTOVERSLAG

E-mailadres Afdrukken