Banner

Jamie Lidell

17 maart 2013, AB

Mattias Baertsoen - foto's: Peter Stevens - 17 maart 2013

"Een middelmatig album van iemand die evenwel geen middelmatig artiest is", zo omschreef Pitchfork onlangs terecht het nieuwe album van Jamie Lidell. Dat hij geen doorsnee artiest is, mag de zelfverklaarde Funk machine vanavond bewijzen in een uitverkochte AB.

Het zelfgetitelde Jamie Lidell katapulteert je onbeschaamd naar de jaren tachtig van Janet en Michael. Lidells vijfde album bevat enkele aanstekelijke nummers, maar mist toch de consistentie van zijn voorgangers. Vreemd genoeg -- alhoewel – wordt dit album wel opgepikt door de grote media en lijkt een definitieve doorbraak in de maak. Jamie Lidell zelf lijkt er alvast niet van wakker te liggen. In plaats van te kiezen voor een liveband, vuurt de hyperkinetische Brit vanavond van in zijn intergalactisch mini-ruimteschip de meest onstuimige electroklanken af. Of zoals hij het zelf verwoordt aan het begin van de show: "I’m taking myself back to my electronic roots".

Tijdens opener "I'm selfish" staat het publiek er nog wat onwennig bij, maar al snel slaat Lidell zijn aanstekelijkheid over op de zaal. Vanuit zijn futuristische cocon brengt de man zijn nieuwe nummers helemaal tot leven. In deze tijden van comateuze laptopsoul wordt duidelijk wat voor een troef Jamie’s unieke en energieke stem is. "Blaming Something" krijgt hier wel de strakke sci-fi-funk uitvoering die Lidell wellicht ook voor de plaatversie voor ogen had. Met "You Naked" en "What A Shame" worden de hoogtepunten van het nieuwe album slim aan elkaar gebreid. Lidell neemt plaats voor zijn altaar en pareert de vieze funkbeats uit de achtergrond. Ook de bijbehorende lichtshow is indrukwekkend, maar hoeft hier niets te verbloemen.

De geest van Prince sluipt stiekem rond. Terwijl het purperen onderdeurtje zelf de show steelt op SXSW in Austin, draagt Lidell "You know my name" op aan de stad Minneapolis, met de duidelijke knipoog "you know what i'm saying". Niet veel later waagt Lidell zich met "Forever In My Life" zelfs aan een cover van Prince, waarbij blijkt dat zijn eigen nummers vanavond niet moeten onderdoen. Het heerlijk groovende "Don't You Love Me" bijvoorbeeld, waarbij Lidell zichzelf opneemt en via verschillende lagen opnieuw afspeelt, zodat het lijkt dat er een volledige band op het podium staat.

Dat Lidell niet voor de makkelijkste weg kiest, bewijzen de herwerkte versies van de oudere nummers. Stuk voor stuk krijgen ze een nauw aansluitend, digitaal funkkleedje aangemeten. Bij een strak hertimmerd "A Little Bit More" gaat de AB al vroeg in de set voor een eerste keer volledig uit zijn dak. "Music will not last" begint a capella, maar eindigt in een stomend dansfestijn. Helemaal onherkenbaar is de weidse galactische funkuitvoering van "She Needs Me”, inclusief synth-solo.

Tijdens het slotkwartier passeren drie decennia dansmuziek. Een verbasterd "Multiply" doet heel erg jaren tachtig aan en "When I Come Back Around" lijkt met zijn house- en breakbeatinjecties wel een vergeten hit van Basement Jaxx. "Another day" wordt opgeluisterd met een geslaagde ravepiano (Eat this, Bloc Party!) en mondt uit in ranzige electro. Straf, en steeds smaakvol gebracht met respect voor het origineel. Jamie Lidell The Night Versions? Wij kunnen ons, in tegenstelling tot de jonge kerel naast ons, nog net inhouden om niet heel erg luid Aci-iiiiiid te schreeuwen.

Met het mes op de keel verkiezen wij nog steeds Jamie Lidell met liveband boven deze Jamie Lidell als Master of Ceremony. Al heeft hij die taak met verve vervuld. Was dit een geweldige show? Ja. Muzikaal hoogstaand? Ja. Verrassend? Ja. Veel te klagen hadden we dus niet. Aan het begin van "Music Will Not Last" vatte Jamie de essentie zelf mooi samen: "Sometimes I'm electronic, sometimes I'm soul, but I always gòt soul".

E-mailadres Afdrukken
 
Jamie Lidell

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST