Banner

Begotten / Syndrome

17 januari 2013, KASKcinema Gent

Guy Peters - foto's: Tine Guns - 17 januari 2013

De camera beweegt rond een gammele keet. Binnen gaat een vastgeketende, gemaskerde en in witte gewaden gehulde figuur (die later (een) God blijkt te zijn) kronkelend tekeer als een halvegare. Met een scheermes gaat hij zijn onderbuik te lijf. De ingewanden vallen er een voor een uit. Hij sterft en uit zijn gewaden komt een vrouw (Moeder Aarde) tevoorschijn. Ze slaagt erin het lijk een stijve penis te bezorgen en bevrucht zichzelf met bloederig sperma. De eerste vijftien minuten van Begotten zetten de toon.

Het wordt niet snel duidelijk wat Merhige’s bedoeling was toen hij Begotten (1990) maakte. Voor een stuk is dat te danken aan de bijzonder karige informatie die af te leiden valt uit de film, die je compact kan samenvatten en bijzonder weinig externe verwijzingen bevat. De moederfiguur schenkt het leven aan een voortdurend spasmerende, volwassen man (Zoon van de Aarde) die orgaanachtige dingen uitkotst. De man wordt overmeesterd door een nomadenstam die hem genadeloos mishandelt en voor dood achterlaat. De moeder vindt haar zoon, maar ze worden ingehaald door dezelfde stam. Zij wordt gruwelijk verkracht en vervolgens worden ze beiden geslacht en begraven. Op het graf komen bloemen tevoorschijn.

Visuele waanzin en art for art’s sake? Filmische beschouwing over de cirkel van het leven? Godsdienstkritiek of heidense parabel? Het is allemaal gissen, maar de ellenlange geweldscènes krijgen haast iets van hypnotische en religieuze offerandes waarbij het ook voortdurend onduidelijk is wat er precies gaande is. Dat heeft niet alleen te maken met de verwarrende visuele stijl vol close-ups, versnellingen/vertragingen en wisselende perspectieven, maar ook met het extreem contrastrijke en grofkorrelige zwart/wit, dat op een sjofele manier doet denken aan het tijdperk van The Birth Of A Nation, maar in werkelijkheid het resultaat was van een arbeidsintensief en complex technisch proces.

Bij zo’n groteske gore die de transgressieve geweldobsessies van Genet lijkt te koppelen aan de surreële gekte van David Lynch’s kortfilms, Eraserhead en het soort symboliek die black metalfanaten door het lint doet gaan, zou je muziek verwachten die het spektakel van weerwoord zou kunnen dienen, van pakweg een band als Amenra, die met z’n ritualistische stijl en ultraheavy riffs een gepaste tegenstander voor Merhige zou kunnen zijn; maar net zoals de originele klankband eigenlijk vooral zoemende krekelgeluiden en wat goedkope synthgolven liet horen, zo was ook de subtielere aanpak van Syndrome (Mathieu Vandekerckhove) een geslaagde keuze. Vandekerkchove, die eerder al zijn liefde voor Merhige’s werk uitsprak, gaf dan ook op geen enkel moment de indruk de wedstrijd met het excessieve geweld te willen aangaan.

Gewapend met gitaar, versterker, een batterij effecten, loops, ebow en belletjes, koos hij vooral voor een ingetogen, gestaag openbloeiende methode, die nu eens bestond uit laagjesstapelingen met daarop een terugkerend en zelfs aanstekelijk motiefje, zoals op zijn recentste album Now And Forever hier en daar het geval was, maar soms ook op een abstracter niveau bleef ronddraaien, met uitdovende geluidsgolven en herhaalde patronen. Hij hield zelf ook niet voortdurend het scherm in het oog, vermoedelijk een verstandige aanpak, want door de extreem repetitieve beeldenreeksen is het verloop van de film moeilijk in te schatten en kon hij een paar valkuilen vermijden.

Zo was er nergens de behoefte om alles vol te spelen en voortdurend een aanwijsbare link tussen muziek en beeld te voorzien. Dat zorgde ervoor dat beiden bleven ademen. Zonder muziek is Begotten uitkijken al een beproeving. Een helse soundtrack voorzien zou het al helemaal het terrein van de grand guignol op stuwen. Door dat te vermijden, bleef er een sinistere spanning in de zaal rondhangen. Een tweede opmerkelijk gevolg was een al dan niet intentionele contrastwerking. Terwijl de gemiddelde beoefenaar van de livebegeleiding tijdens emotionele piekmomenten of scharniermomenten zelf voor een climax gaat willen zorgen, was dat nu niet steeds het geval.

Zo was er een martelscène waarbij een ontzet rondwentelende figuur het langs alle kanten te verduren kreeg, maar de muziek haast lieflijke allure had, wat de horror enkel indringender maakt. Als dat samenkomen van beeld en muziek wel een keer het geval was, als de barbaarse daden voorzien werden van versmachtende gitaarexploten, dan ging je verwachten dat er elk moment rook uit het scherm zou komen. Eigenaardig genoeg kreeg de afmattende monotonie van de film een draaglijk(er) karakter. Het was dus een geslaagde combinatie en een ouderwets onbehaaglijke avond. Merhige’s experimentele mindfuck is absoluut niks voor gevoelige kijkers, maar nog steeds een unieke belevenis, en met de muziek van Syndrome erbij meer dan genoeg om ervoor te zorgen dat de Gentse nacht achteraf een onheilspellende rust uitwasemde.

E-mailadres Afdrukken
 
Begotten / Syndrome

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST