Banner

Benjamin Gibbard

4 december 2012, Botanique

Matthieu Van Steenkiste - 05 december 2012

Heel even knijpt Benjamin Gibbard er tussenuit, en laat ie Death Cab For Cutie op de pechstrook staan. Met Former Lives vatte hij acht jaar, drie relaties en een immer voortschrijdend leven dat het groepsgeluid niet paste; een solotour bracht hem dinsdagavond ook naar de Botanique waar fans een dwarsdoorsnede uit zijn indrukwekkende songcatalogus kregen.

"Hi, I'm Ben" -- dat plotse Benjamin was dus maar om te lachen -- en zonder plichtplegingen opent Gibbard deze knusse avond met een a capella "Shepherd's Bush Lullaby". Gewapend met één enkele gitaar en, straks pas, een piano, zet de man een set in die losjes door zijn oeuvre wandelt. Om te beginnen die solocarrière, met een aangenaam "Oh, Woe".

Meteen valt op dat Gibbard dan wel een begenadigde songschrijver mag zijn, hij is geen singer-songwriter die zijn songs ook solo vorm weet te geven. Vanavond is de pure essentie: strofe, refrein, strofe, afronden. Geen wonder dat de man er in slaagt om zo'n 25 nummers in krap anderhalf uur te persen, maar meer dan afgewerkte songs krijg je het gevoel hier naar een soort demosessie te luisteren: een zanglijn hapert al eens wat, vloeit niet. Zeker in "Cath" valt dat euvel op, wanneer Gibbard ook nog eens half naast de microfoon gaat zingen.

Er is meer Death Cab For Cutie; Gibbard gaat het niet uit de weg. "Title & Registration", een ijzingwekkend mooi "A Lack Of Color", het knappe "Grapevine Fires"… ze zijn de kruiden van dit gerecht; telkens net dat tikje beter dan de rest. Waarmee we geen afbreuk willen doen aan die soloplaat, al wordt "Bigger Than Love", het knappe duet met Aimee Mann, node gemist. "Teardrop Window" is ook in een uitgeklede versie een aardige sixtiespopsong. En omdat Antwerpen niet zo ver van Brussel ligt wordt ook "Couches In Alleys" bovengehaald, een nummer dat Gibbard enkele jaren geleden schreef met en voor zijn "good friend Arnie" van Styrofoam. Het mist de beats en blieps van het origineel, maar houdt niettemin stand.

Wanneer de zanger ergens over halfweg van gitaar naar piano overschakelt, hangt plots een hoog Elton Johngehalte in de lucht. Niet moeilijk met de dramatisch vertraagde akkoorden van "Duncan, Where Have You Gone", een nummer dat sowieso al erg aan het glamste van de seventies deed denken. Het is niet erg: het is de goeie kant van de überqueen, en er is glitter noch uitzinnige bril in de buurt te bekennen. Dan kán het.

Meer dan twee dozijn nummers, dan moet het al eens inzakken. Dat doet het dan ook aan die piano met "Unobstructed Views", een nummer waarvoor het woord "kabbelend" is uitgevonden. Even dreigt het allemaal de verkeerde richting uit te gaan, maar Gibbard heeft zijn geheime wapens nog zitten: ook solo werkt doorbraaksingle "Soul Meets Body" immers, en -- kijk eens aan -- er worden zelfs nummers van The Postal Service bovengehaald.

Van dat project met Dntel uit 2003 -- een supergroep die weigerde er één te worden en tot vandaag weigert een vervolg aan dat ene straffe Give Up te breien -- worden "Such Great Heights" en "The District Sleeps Alone Tonight" bovengehaald: twee songs die nogmaals laten horen dat Gibbard zijn deel wereldsongs heeft geschreven; zelfs al horen we vandaag louter de schetsen die met beats ooit de popmuziek van morgen (dankzij Owl City: ondertussen van gisteren) waren.

Dit was een avondje voor de fans dus, laat dat duidelijk zijn. En dus kan het ook niet beter eindigen dan met dat "The District Sleeps Tonight" en een door hen zachtjes meegezongen "I was the one worth leaving". Dit moest geen nieuwe zieltjes winnen, maar even aanhalen wie er al die jaren bij is gebleven; even ademhalen vooraleer het volgende hoofdstuk aan te snijden. Missie geslaagd, zouden we denken.

E-mailadres Afdrukken
 
Benjamin Gibbard

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST