Banner

Jazz & Beyond Deluxe: Atomic, Joachim Badenhorst & Billy Hart Quartet

22 november 2012, Vooruit

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 23 november 2012

Slechts één Jazz & Beyond Deluxe dit concertseizoen, maar dan wel eentje die ze gaat halen in uiteenlopende windstreken. Een Zweeds-Noors kwintet dat het voorbije decennium van hoogtepunt naar hoogtepunt sprong, een Belgische rietblazer die zijn solodebuut voorstelde, en een 71-jarige Amerikaanse veteraan die onlangs een van zijn meest gelauwerde albums uitbracht.

Leg Atomics Feet Music (2001) en Here Comes Everybody (2011) eens na elkaar op en het lijkt aanvankelijk alsof er niet zo heel veel veranderd is in die tien jaar. Meerdere beluisteringen zullen echter onthullen dat het kwintet onder leiding van saxofonist/klarinettist Fredrik Ljungkvist gaandeweg een eigen taal is gaan ontwikkelen, die vaak nog steeds in het verlengde ligt van de avant-jazz van figuren als Andrew Hill en Eric Dolphy, die in de jaren zestig op het Blue Note-label verscheen, maar ook meer invloeden is gaan toelaten, meer onvoorspelbaarheid ook, met een eclectisch eindresultaat dat vaak complexer is dan het lijkt.

De nieuwe composities, die de band pas in Berlijn had ingeoefend voor de opnames van zijn volgende album, waren naar goede gewoonte vaak energiek en meeslepend, maar net zo vaak voorzien van een merkwaardige timing of wendingen die je als mood swings van compact samenspel naar open verkenningen stuurden. Trompettist Magnus Broo, die vorige maand nog in het land was met Angles 9 en Platform 1, was deze keer explicieter aanwezig dan tijdens de vorige Belgische passage van de band, al was ook hij regelmatig gebonden aan de bladmuziek en instructies van Ljungkvist.

De tweede helft van het concert stond in het teken van bekend materiaal: “Panama” pakte de balzaal in met een exotische lap rond de oren die toch ook weer overschakelde naar een meer cerebraal tussenstuk, terwijl drummer Paal Nilssen-Love in “Green Mill Tilter” bewees waarom hij als een van de leidende Europese drummers van het moment beschouwd wordt. Met een zinderend “Unity Toccata” werd opnieuw afgesloten in schoonheid. Hoewel ze het nieuwe materiaal duidelijk nog niet volledig onder de knie had, speelde de band naar goede gewoonte een gedreven en uitdagend concert dat geen seconde verveelde.

Joachim Badenhorst behoort al enkele jaren tot de boeiendste figuren uit de Belgische improvisatie, met intussen een aardige waslijst van albums en projecten waarbij hij betrokken was. Na een verblijf in New York is de man tijdelijk terug in België om een hele resem concerten af te werken, onlangs nog om het tweede album van het Han Bennink Trio voor te stellen. Met The Jungle He Told Me maakte hij zijn eerste soloalbum. Dat is vermoedelijk ook de eerste keer dat een Belg die uitdaging aangaat. Voor wie Badenhorst al een tijd volgt, is het echter geen verrassing. Eerder dit jaar speelde hij al een geslaagd soloconcert in Antwerpen, een praktijk die binnen de vrije improvisatie schering en inslag is.

Hoewel The Jungle He Told Me geen extreme of lawaaierige plaat is, zal het toch niet voor iedereen zijn. Badenhorst trekt immers de kaart van de constante evolutie en de inspiratie van het moment, met de nadruk sterker op textuurverkenning dan een zoektocht naar hapklare melodieën. Ook in de Domzaal werd die korte set ingevuld met drie stukken die onvoorbereid leken. Op klarinet begon het allemaal vanuit het niets, prikkelend met zeurderige kalkoengeluiden die voortdurend transformaties ondergingen en intenser gemaakt werden, tot hij belandde bij een stuk waarin zijn klank klassiek, of zelfs ouderwets klonk, steeds ritmischer tewerk ging en zelfs even meeneuriede.

Op de tenorsax volgde hij een ander parcours, meer vertrekkend vanuit langere uithalen, vaak met een licht jankende blues erin die wat deed denken aan Joe McPhee (een invloed die ook blijkt uit het album), om uiteindelijk te belanden bij een ultra-expressief slot. Op basklarinet klonk hij al even zelfverzekerd. Heel even leek het wel of hij varieerde op “Hidegen Fújnak A Szelek” (van The Ex, maar dan de versie van The Thing), maar dat pad werd snel verlaten voor een verdere exploratie tussen een diep brommende ondertoon en uitschieters van verschillende hoogte. Zo kort als de set was, zo goed was die ook. Geen noot te veel, met verhalende kracht en knap evenwicht.

De bijna 72-jarige Billy Hart is misschien niet de meest bekende drummer van zijn generatie, maar zijn cv leest als een who’s who van de jazz. Hij speelde als jongeling nog met Otis Redding, en daarna met iconen als Stan Getz, Wes Montgomery en Miles Davis (On The Corner!) en was de ritmische spil van Herbie Hancocks befaamde Mwandishi sextet van begin jaren zeventig. Hoewel zijn discografie als leider eerder beperkt is, leidde het eerder dit jaar verschenen All Our Reasons tot unaniem positieve reacties. De muzikanten die hem op die plaat vergezelden -- pianist Ethan Iverson (The Bad Plus), bassist Ben Street en tenorsaxofonist Mark Turner (Fly Trio) -- waren ook nu van de partij. Helaas sloeg het niet echt aan.

Het zal nochtans niet aan Hart gelegen hebben. De man leek nog redelijk kwiek, grapte er een paar keer op los en liet nog steeds horen dat hij er een persoonlijke stijl op nahoudt: zeer lichtvoetig, met een nadruk op ruisende en rinkelende cimbalengolven, terwijl er soms werd uitgeweken richting free en hier en daar zelfs rock- of funkgetinte ritmes. En toch wilde het niet lukken. Er stonden een paar kleppers op het podium, en die speelden stuk voor stuk vloeiende solo’s en strakke groepspartijen. Een figuur als Turner, die langs schreed alsof hij net een uurtje was gaan doceren aan Princeton, beheerst z’n instrument tot in de puntjes, maar klonk vaak erg vlak, met melodieën die weinig te vertellen hadden en nu en dan ronduit duf klonken.

Iverson wist zich ook niet echt te onderscheiden. Ooit nog prikkelend en uitdagend naast Tim Berne op datzelfde podium, maar nu vooral gedienstig, niemand een strobreed in de weg leggend. Kortom: het gretige spelplezier van Atomic was samen met die band van het podium verdwenen. Sommige stukken baadden in een aardige, mysterieuze sfeer (“Nostalgia For The Impossible”), maar het was soms twijfelen of de band zich vermeide met impressionistische of ronduit saaie composities. De meest veelzeggende reactie over het concert kon opgetekend worden tijdens een solo van Hart: Turner stond er naar te kijken en gaapte.

E-mailadres Afdrukken
 
Jazz & Beyond Deluxe: Atomic, Joachim Badenhorst & Billy Hart Quartet

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST